Features, Uitgelicht

Down The Rabbit Hole 2019: Op zoek naar cohesie tussen muziek en beleving

© CPU – Nathan Dobbelaere

Festivals zoals Down The Rabbit Hole vind je in België niet. In Nederland heb je er twee, eentje georganiseerd door Friendly Fire in Hilvarenbeek onder de naam Best Kept Secret en eentje in Beuningen onder de naam Down The Rabbit Hole. Het was op die laatste dat we afgelopen weekend vertoefden, en we waren niet alleen. Voor het tweede jaar op rij kon de organisatie het bordje uitverkocht bovenhalen wat zoveel betekende als 35.000 toeschouwers het volledige weekend lang (want dagtickets worden voor het festival niet verkocht). Het festival zet naast muziek ook beleving centraal en probeert daartussen een goeie cohesie te vinden.

Door die beleving, de omgeving en sfeer iets sympathieker te maken, merk je dat er op Down The Rabbit Hole veel bezoekers komen om te genieten van het concept en niet per se om er een muzikaal weekend van te maken. Het publiek van het festival is opvallend genoeg vooral twintigers tot dertigers. De personen die de grote massafestivals beu zijn en vooral een kwalitatief festival willen waarbij alle aspecten samenkomen. Het eten is divers, de programmatie vol verrassingen en de omgeving feeëriek. Al die aspecten geven de bezoeker een iets rustgevender gevoel en net daardoor slaan dit soort festivals meer aan.

© CPU – Nathan Dobbelaere

Toch lijkt Down The Rabbit Hole nog net iets meer op een massafestival dan pakweg Best Kept Secret. Het festival wordt georganiseerd door Mojo (zeg maar de Nederlandse Livenation) en je merkt dan ook dat kosten noch moeite worden gespaard om uit te pakken. Op zich charmant, maar er is ook een keerzijde aan die medaille. De vele keuzes aan eten bijvoorbeeld kunnen we alleen maar toejuichen, maar in vergelijking met andere festivals swingen de prijzen soms de pan uit. Je moet iets overhebben voor het lekkere eten zeker?

Ook de grote toestroom aan mensen zorgen soms voor irritaties. Zo ontstaan er bij momenten gigantische wachtrijen aan de wc’s en is het na de concerten moeilijk om snel van het ene naar het andere podium te bewegen. Zo was het dit jaar op zaterdag bijvoorbeeld heel lang aanschuiven eens je van de Hotot (waar Underworld voor een heuse volksverhuizing zorgde) naar de afterparty’s geraakte. En ook daar was het heel druk, soms iets te druk om je echt te kunnen uitleven. Ondanks dat er heel wat verschillende feestjes zijn (dagelijks een stuk of vijf), moest je overal wel zoeken om echt een goed plekje te bemachtigen. Althans, vlak nadat het festival gedaan was. Tegen een uur of drie werd alles wat kalmer en dan was er overal voldoende plaats.

© CPU – Nathan Dobbelaere

De afterparty’s vormen dan ook een belangrijk aspect voor het festival. Mensen die niet echt iets van de bands op de podia willen zien, kunnen wel de hele dag door feesten en vanaf 1u is het overal feest. Enkel op donderdag, wanneer de camping al opengaat, is er nergens een feestje. Dat lijkt ons niet meteen een slimme zet. Oké, je kan gezellig BBQ’en, maar eens dat gedaan is, begeeft iedereen zich terug naar de tent waardoor mensen die zich willen opladen voor een driedaags festival geïrriteerd worden door de mensen die ook op donderdag willen feesten. Idealiter zou de organisatie een tent kunnen openen op donderdag voor een soort van pre-party. Dat zou heel wat frustraties van de baan kunnen helpen en de mensen die zich al vroeg op het festival begeven een eigen feestje kunnen geven.

Feesten dus, dat is ook wel het centrale idee van iedereen die naar Down The Rabbit Hole komt. Mensen willen zich uitleven. Je merkt het zowel op de feestjes als bij de concerten, overal is er gigantisch veel sfeer als de muziek iet of wat dansbaar is. Hierdoor zet de organisatie – naast enkele singer-songwriters – voornamelijk in op artiesten die een dansbaar geluid hebben. Het moet allemaal niet te gewaagd of choquerend zijn, en zeker niemand op de borst stoten. Experimentele elektronica kan bijvoorbeeld wel, maar dan enkel als het zacht en tamelijk exotisch klinkt. Daarnaast is het soms ook wat zoeken naar gitaren, en dat lijkt voor sommigen een gemis. Frank Carter, Foals, De Staat en SONS waren de hardste bands op de line-up en daar ging ook iedereen volledig uit zijn bol. Het is dus niet zo dat deze genres mensen afschrikken, nog meer van die bands op de line-up zou de diversiteit misschien wel ten goede komen.

© CPU – Nathan Dobbelaere

De organisatie speelt te veel op safe en plaatst bands waarvan iedereen wel fan kan zijn, of die op zijn minst toch bij het imago van het festival zouden moeten passen. We zouden het makkelijk te verteren muziek kunnen noemen, maar niet iedere band past onder die noemer, al is er toch veel van dat soort muziek te vinden. En net als de artiest eens durft wat harder gaan, neem nu een Slowthai of Skepta, dan weet het publiek dat ook wel te appreciëren. Het is dus niet dat de festivalgangers dit niet aankunnen. Ze worden misschien net iets te veel bepamperd door de organisatie en dat lijkt ons niet nodig.

Muziek voor iedereen dus, maar dat heeft ook zijn keerzijde. Tenten staan bijna nooit volledig gevuld (behalve voor een Thom Yorke of Robyn), en als er een minder bekende groep speelt, wordt er altijd vlijtig gebabbeld. Dat is tamelijk onbeleefd tegenover muzikant op het podium, maar evengoed voor de muziekliefhebber die wel op de meest optimale manier een concert wil beleven. Het valt dus duidelijk op dat niet iedereen op Down The Rabbit Hole voor de muziek komt, voor sommigen is het belangrijker om er gewoon aanwezig te zijn.

© CPU – Nathan Dobbelaere

Daardoor zijn er dan ook heel wat randactiviteiten voorzien. Je kan mediteren, knutselen, hoelahoepen en er is zelfs performance art. Alles dus om naast de muziek ook de beleving compleet te maken. Net daar wringt soms het schoentje, want toeschouwers die enkel voor de beleving komen, botsen met de muziekliefhebbers en omgekeerd. Een betere samenhang, of gewoon een respectvoller publiek zou al heel wat helpen. Nu lijkt het toch te veel alsof livemuziek een soort van extraatje is bij de beleving.

Desondanks zagen we op het festival heel wat sterke shows. Iedereen spreekt nu nog over de show van Thom Yorke, één van de meest besproken shows van het weekend en ook eentje waarin de man zichzelf opnieuw overtrof. Maar ook Foals en Vampire Weekend bewezen hun sterktes, net als popartiesten als Rosalía en Robyn. Maar er vielen ook heel wat ontdekkingen te rapen: Tshegue, Donny Benét, Slowthai, Parcels, Henge en Hayden Thorpe. Die laatste trad trouwens op in de Bossa Nova, een plaats waar het publiek wel perfect stil kon zijn en zich helemaal laten wegvoeren door de muziek. Het podium bevindt zich dan ook middenin een rustpunt op de weide, vlak in de natuur. Het kan dus wel, alleen lukt het enkel op de plaatsen die zich er echt toe lenen.

© CPU – Nathan Dobbelaere

Headliners op Down The Rabbit Hole dit jaar waren heel divers. Je zou ze op andere festivals echter nooit als headliner zien. Behalve Editors dan, die als enige die status wel echt beheerst de laatste jaren. Maar die gaven dan weer een slappe show, het moest dan van Underworld komen die een heuse volksverhuis teweeg bracht. Iedereen wilde raven. Bij Janelle Monáe op zondag viel het dan weer tegen, de weide stond nog niet halfvol. Moeilijke headliner dus voor een festival als dit, dan hadden ze daar beter Robyn gezet of Foals iets later. In de breedte vind je dan wel grote artiesten (zie Thom Yorke in de Teddy Widder), maar de headliners waren stuk minder dan vorig jaar. Nick Cave en Queens of the Stone Age vullen Sportpaleizen, Janelle Monáe doet dat maar nipt met een AB. Voor Down The Rabbit Hole moest je dit jaar dus niet komen om een wereldschokkende headliner te zien.

Komen we dan ook bij het volgende belangrijke punt van het festival; de inkleding. Er is van alles aan gedaan om het terrein er zo perfect mogelijk te laten uitzien. Er zijn plaatsen om te feesten, plaatsen om te ‘chillen’ en plaatsen om van muziek te genieten. Maar alles heeft wel zijn feeërieke en magische sfeer en het is dan ook overal fijn vertoeven. De natuurlijke omgeving doet natuurlijk ook al veel, maar door heel wat leuke podia en mooie decors te voorzien, krijgen de ogen altijd wat wils.

© CPU – Nathan Dobbelaere

Hierdoor profileert de organisatie zich als ecologisch bewust. Alleen moesten wij lang zoeken om dat bewustzijn te vinden. Het festival gebruikt geen herbruikbare bekers (toch wel een heel belangrijk aspect voor als je een festival proper wil houden), en ook de vuilbakken zijn tamelijk ingewikkeld om te gebruiken. Er staan vier aparte vuilbakken: eentje voor biologisch afbreekbaar materiaal, een voor recycleerbaar plastic, een voor trays en eentje voor restafval. Wat nu precies afbreekbaar is en wat niet, is helemaal niet duidelijk. Er werd dus niet al te veel gesorteerd door de bezoekers. Gevolg; sorteren gebeurt niet correct.

Beter zou zijn als het festival gewoon duidelijke vuilbakken gebruikt, en natuurlijk de herbruikbare bekers invoert. Nu ligt het terrein er na ieder concert allesbehalve proper bij, en moeten er heel wat kuisploegen worden ingeschakeld om de tenten weer proper te krijgen voor het volgende concert. Niets ecologisch hieraan dus, en tegenstrijdig tegenover hun eigen missie om het festival proper te houden. Eens piepen bij de buren van Best Kept Secret misschien?

© CPU – Nathan Dobbelaere

Down The Rabbit Hole heeft dus nog heel wat werkpuntjes om echt iedereen gelukkig te kunnen houden, maar het festival charmeert wel en zet goed in op zijn divers publiek. De organisatie heeft nog wat moeite om de ervaring, de zijprogramma’s en het muzikale aspect in een goeie samensmelting en in interactie met elkaar te laten gaan, en zal daar de komende jaren dus nog wat werk aan hebben. Soms is het moeilijk om in de overvloed van activiteiten het overzicht te bewaren, maar wie onbezonnen naar het festival afreist, beleeft een weekend vol verwondering. Wie gaat voor de muziek, kan zich vooral klaarmaken voor kwalitatieve, maar voorspelbare shows (veelal bands waarin ‘feel good vibes’ overheersen) waarbij de verrassingen zich vooral in het zijprogramma bevinden, al is een show van Ronnie Flex op een traktor op de camping niet iets waar iemand op zit te wachten. Down The Rabbit Hole is een festival dat teert op de beleving voor en door mensen, en aan de cohesie tussen beleving en muziek moet de komende jaren misschien net iets meer ingespeeld worden.

Lees onze reviews van het afgelopen weekend hieronder:

Dag 1
Dag 2
Dag 3
Editors
Vampire Weekend
Foals

9 juli 2019

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


ONE COMMENT ON THIS POST To “Down The Rabbit Hole 2019: Op zoek naar cohesie tussen muziek en beleving”

  1. Gina Michiels schreef:

    “Muziek voor iedereen dus, maar dat heeft ook zijn keerzijde. Tenten staan bijna nooit volledig gevuld (behalve voor een Thom Yorke of Robyn), en als er een minder bekende groep speelt, wordt er altijd vlijtig gebabbeld. Dat is tamelijk onbeleefd tegenover muzikant op het podium, maar evengoed voor de muziekliefhebber die wel op de meest optimale manier een concert wil beleven. Het valt dus duidelijk op dat niet iedereen op Down The Rabbit Hole voor de muziek komt, voor sommigen is het belangrijker om er gewoon aanwezig te zijn.”
    Dat de tenten niet vol staan, vind ik niet erg, maar dat er zoveel gebabbeld wordt, tijdens concerten, daar erger ik mij blauw aan… En ik krijg ook meer en meer de indruk, dat sommigen gewoon komen om aanwezig te zijn… Ziet er allemaal heel feeëriek en magisch en aantrekkelijk uit, maar geeft mij ook de indruk, dat het meer voor de “betere klasse” gemaakt is… wat mij onmiddellijk weerhoudt om er heen te gaan en moest ik gaan, dan zou ik heel stilletjes alles beleven…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter