Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Kevin Morby: “Muziek maken is een religieuze ervaring”

Ligt het aan ons of ziet Kevin Morby er altijd zo bleekjes uit van dichtbij? Reageert hij altijd zo bondig op vragen of hebben we iets verkeerds gezegd?* Zolang hij maar kan zingen, is het oké. En dat kan hij: na frontman van The Babies en bassist van Woods te zijn geweest, timmert de Amerikaanse indiefolk artiest al vier albums lang aan een degelijke solocarrière. Harlem River (2013), Still Life (2014), Singing Saw (2016) en City Music (2017) staan al op Morby’s palmares en daar komt deze vrijdag nog een broertje bij.

En niet zomaar een: Oh My God is een conceptalbum met religie als rode draad, a grandiose director’s cut of his biggest statement to date. Dat is opvallend, want Morby is niet gelovig – verre van. Toch vindt hij schoonheid in religie, althans genoeg om er een – areligieus religieus, zo je wil – album aan te wijden. Dat weerhoudt hem er niet van om geen heilige huisjes te sparen: de Amerikaanse wapenlobby mag het bijvoorbeeld meermaals ontgelden. Met Oh My God schept Kevin Morby zijn eigen hemels universum, ver boven de wolken en weg van alle aardse routine en rationaliteit. Een dromerige plek waar religieuze symboliek en angst voor de dood zich moeiteloos vermengen met een oneindige dankbaarheid voor het leven; doodgelukkig mogen we ermee zijn.

*Even later bleek Morby het loodje te moeten leggen – een voedselvergiftiging (dat verklaart veel!) zou de rest van zijn perstrip in Brussel vergallen. Hieronder dus een redelijk uniek interview met een zieke Kevin Morby.

 

Gisteravond zagen we op je Instagram Story dat je een warm bad nam met een plaatje van Khruangbin op de achtergrond. Van genoten?

Jazeker, de beste nacht die ik in lange tijd heb gehad. Het was een vermoeiende dag gisteren; veel pressing gedaan in Frankrijk en daarna de trein genomen naar Brussel.

Op 27 februari kondigde je de release van een nieuwe plaat aan: Oh My God. In welke opzichten verschilt dat conceptalbum van je vorige vier platen?

De basis, het centrale thema is compleet verschillend. Andere muzikanten, andere nummers: alles bij elkaar brengt deze plaat een heel ander sentiment met zich mee.

Je werkte samen met een hele rits artiesten. Hoe verliep dat?

Fantastisch. Ik had nog nooit met zoveel artiesten samengewerkt voor één plaat als nu met Oh My God.

Je zat in het verleden al samen met Sam Cohen, die je doorbraakplaat Singing Saw (2016) producete. Hoe verliepen de opnames voor Oh My God?

Dat was de eerste keer dat Sam en ik samen iets maakten, waardoor onze ‘werkrelatie’ nog uitgebouwd moest worden. Nu is die redelijk goed geïnstalleerd en schieten we vlot met elkaar op. Misschien namen we daardoor onbewust meer risico’s. Ten tijde van Singing Saw waren we wat timider tegenover elkaar. Sam heeft veel in huis. Vaak heb ik goede ideeën, maar kan ik ze niet in de praktijk omzetten, terwijl Sam die wél weet te realiseren.

Wereldwijd wordt de uitdrukking ‘oh my God’ dagelijks miljoenen keren gebruikt. Hanteer jij het in de albumtitel als een uiting van verbazing of moeten we het veeleer in een religieuze context situeren?

Het is bedoeld als een uitdrukking van verwondering. Ik hou zoveel van die expressie omdat je het in elke situatie kunt gebruiken: het kan grappig, tragisch, triest of vrolijk zijn, en net daarom is het de albumtitel geworden. Amerikanen gebruiken het in elk geval voortdurend.

Een religieus aspect is sterk aanwezig op de nieuwe plaat – parallel met dat: ook in je leven?

Nee, niet meteen. Ik ben erdoor gefascineerd, maar behoor zeker niet tot een of andere religie of iets anders in die aard. Je zou kunnen zeggen dat ik agnost ben. Toch hou ik enorm van de kunst, de kathedralen en een hoop muziek die uit religie zijn voortgekomen. Ik ben er dus wel in geïnteresseerd, maar neem er niet aan deel.

Niet enkel religie, maar ook op een vliegtuig zitten en het weer, schijnen thema’s te zijn die je werk sterk inspireren. Kan je daar wat meer over kwijt?

Ik reis voortdurend, neem constant het vliegtuig en vind het een goede plek om in te werken. Wanneer ik met iets worstel, iets in vraag stel of niet goed weet welke move ik op creatief vlak moet maken, schiet het antwoord me altijd te binnen wanneer ik op het vliegtuig zit. Het is een verhoogde emotionele ervaring, die echt iets met me doet.

Een soort religieuze ervaring?

Inderdaad. Er is iets speciaals aan het feit dat je je boven de wolken bevindt, in een soort koninkrijk. Uiterst boeiend vind ik dat.

Er wordt gezegd dat vliegtuigen en bedden jouw soort van kerken zijn.

Er zit dan ook een spiritueel kantje aan je bed. (lacht) Een comfortabele plek is het, waar je je helemaal veilig voelt. Persoonlijk ben ik altijd erg creatief als ik in mijn bed zit: telkens wanneer ik bijna wakker ben of wanneer ik net in slaap val. Ik ben dan noch echt wakker, noch in een diepe slaap, wat me toelaat om mezelf in een creatieve stream of consciousness-zone te begeven.

Muziek schrijven op vaste tijdstippen heeft iets weg van rituele gebeden, zoals de getijdengebeden uit de katholieke liturgie. Dat doe jij in zekere zin ook: ’s morgens bij het ontwaken of ’s avonds voor het slapengaan muziek schrijven en op je gitaar spelen.

Klopt. Ik denk dat muziek, of toch de daad van het muziek-maken, heel meditatief is. Het is zonder twijfel een soort religieuze ervaring.

De regel ‘Oh my lord come carry me home,’ uit de titelsong “Oh My God” doet denken aan de negrospiritual “Swing Low Sweet Chariot”. Niet enkel de tekst, maar ook het gebruik van een koor zijn gelijkenissen tussen spirituals en jouw nummers. Toeval?

Dat zal toeval zijn. Maar een negrospiritual? Dat had ik moeten beluisteren.

In oktober 2016 bracht je het protestlied “Beautiful Strangers” uit. In je eigen woorden: ‘Geschreven voor en opgedragen aan alle mensen die ik nooit ontmoette, maar over wie ik enkel gelezen heb.’ Alhoewel dat nummer niet bij het nieuwe album hoort, heeft het er kennelijk veel mee te maken.

Toen ik dat nummer schreef, wist ik dat het zou worden wat dit album wordt. Ik besefte dat het de eerste stap was richting een nieuwe plaat, maar ik wilde het snel releasen omdat het gelinkt was aan actuele gebeurtenissen (de schietpartij op een homonachtclub in Orlando op 12 juni 2016, waarbij 50 doden vielen, n.v.d.r.). Ik maakte “Beautiful Strangers” om geld in te zamelen voor een goed doel (Everytown For Gun Safety, n.v.d.r.), dus moest ik het ook snel de wereld insturen. Het overgrote deel van mezelf verlangde er toen wel naar om iets te creëren dat toonde hoe ik naar de actualiteit keek. Dat is ook net waarom de uitdrukking OMG er aan te pas komt: omdat dit volgens mij de enige frase is waarmee je alles wat toen gebeurd is, kan samenvatten.

Het nummer is een eerbetoon aan alle slachtoffers van geweld, of dat nu van terroristische aard is of niet. ‘Pray for Paris / They cannot scare us’ zing je bijvoorbeeld, maar je klaagt ook wapengeweld aan dat dagelijks plaatsvindt in de VS. Je deinst er niet voor terug om dergelijke issues in je nummers aan te kaarten.

Ik denk van niet. Het is moeilijk om daar net niét over te schrijven. Zulke incidenten gebeuren zo vaak dat ze zich gewoon vanzelf een weg banen naar mijn muziek.

Vorige week promootte je op Instagram een nummer en video (waarin een aanklacht vervat zit tegen het overvloedige wapengeweld in de VS) van een Amerikaans schoolbandje, The Arsonists. Moet muziek steeds een sociale boodschap met zich meedragen?

Dat hoeft zeker niet, maar de clip die ik had aanbevolen, leek me bijzonder krachtig omdat het groepje bestaat uit leerlingen van de middelbare school. Zij hebben een totaal ander perspectief dan ik, weet je. Zij moeten dagelijks leven met dat soort doodsangsten. Daarom vond ik hun boodschap erg sterk.

Was jij je bewust van deze problematiek toen je pakweg vijftien was?

Schietpartijen op scholen gebeurden toen niet zo vaak als nu het geval is. Die op Columbine vond plaats en, ik denk, nog twee andere schietpartijen. Maar nu gebeurt zoiets wel enkele keren per jaar en natuurlijk ook in andere publieke ruimtes, zoals op concerten of in shoppingcenters. Toch lijkt dat het vaakst voor te komen in scholen. Ik kan het me dus niet inbeelden om op dit moment een leerling of student te zijn in Amerika.

Is het gepast om te stellen dat je na de release van deze plaat vredig zou kunnen sterven?

Ik hou er meer van om te denken dat ik hopelijk op gelijk welk moment vredig zal sterven, maar er is meer dat ik wil doen. Met een nieuwe plaat op de proppen komen bijvoorbeeld!

Oh My God doet dus niet dienst als een soort testament?

Nee, het is gewoon één van de velen die nog zullen komen. (grinnikt)

Heb je schrik om te sterven? Soms praat je er erg lichtvoetig over, zoals in ‘And if I die too young / Well I don’t give a fucking shit’ bijvoorbeeld.

(lacht)

Terwijl je op andere momenten letterlijk toegeeft dat je bang bent, zoals in ‘Mama I’m scared’.

Ik denk toch wel dat ik bang ben om te sterven, maar tegelijk probeer ik er ook vrede mee te sluiten. ‘I don’t give a fucking shit’ is een lijn waar frustraties in zitten. Wanneer je over schietpartijen leest, of dat nummer beluistert (“Alex”, van die hierboven aangehaalde The Arsonists, n.v.d.r.), kan je op een punt komen dat je schrik hebt om om het even wat te doen. Als je je begint af te vragen: ‘Wil ik echt naar dat concert gaan? Wat als het concert waar ik heenga net de show is waar iemand een wapen mee naartoe brengt en mensen begint te vermoorden?’ Dat is het moment waarop je ‘I don’t fucking care, I got to live my life,’ tegen jezelf moet zeggen.

“Congratulations” schreef je tijdens een droom.

Ja, in zekere zin wel. Ik was aan het dromen en iemand zei me: ‘Congratulations, congratulations’. Er werd echt naar mij geschreeuwd en toen herinner ik me wakker te worden. Doordat ik net wakker werd nadat ze zo tegen mij geroepen hadden, leek het een hoopgevende boodschap: ‘Oh, ze zeggen dat omdat ik weer een dag mag leven!’ Er zit veel verdriet en troosteloosheid in de nieuwe plaat, maar ook een soort aanbod; in de zin dat we niet mogen vergeten dat we so lucky zijn om hier te mogen rondlopen. Ik werd wakker en schreef gewoon dat nummer.

Oh My God: een ode aan het leven door het over die asshole, de dood, te hebben?

Ja, eigenlijk wel. Dat is een goede manier om het te verwoorden.

Het nieuwe conceptalbum wordt vergeleken met dubbelelpees van Bob Dylan (Blonde On Blonde uit 1966) en The Rolling Stones (Exile On Main St. uit 1972).

Dat zijn enkele van de eerste dubbelalbums ooit uitgebracht. Je kan dus geen dubbelelpee maken zonder daarnaar te verwijzen. Ik vind het een fijne vergelijking.

Is dit, tot nu toe, het beste album uit je carrière?

Daar wil ik wel van uitgaan. Ik geloof dat elke plaat beter is dan de voorgaande, maar op hetzelfde moment wil ik… (denkt na) ‘Ja,’ is mijn kort antwoord, maar ik hou ervan om te denken dat elk album zijn eigen kamer heeft. Ze maken allemaal onderdeel uit van een grotere hal, ze werken allemaal samen.

 

Oh My God verschijnt op 26 april bij Dead Oceans. Op 14 juni stelt Kevin Morby zijn nieuwe plaat voor in de AB.

24 april 2019

About Author

Aline Thomas


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter