Albums, Recensies

Bibio – Ribbons (★★★): Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd

Bibio – het muzikale alter ego van Stephen Wilkinson – is terug met nieuw materiaal, Ribbons. In februari kregen we al een kleine voorproever, “Curls” en deze liet uitschijnen dat zijn nieuwste plaat iets meer naar het folk genre zou neigen. Dit in tegenstelling tot zijn vorige plaat Phantom Brickworks, die meer binnen het ambient genre viel.  Ribbons blijkt echter veel meer dan dat te bevatten: het is een mix van contrasten en genres, met een overwegende lentevibe.

Over “Curls” had Wilkinson zelf al het volgende te zeggen: “Lyrically, the song is inspired by a collection of separate memories, observations and fantasies, seemingly unrelated but tied together by a theme of admiration of those small things in life. (…), like the smell of rain on wool or fresh air captured in a person’s hair after coming inside from a walk outside.” Het thema van bewondering voor de natuur en eenvoud is doorgetrokken naar de hele plaat. De albumhoes weet dit misschien ook al te verklappen met een verwijzing naar de Engelse Woodlands. En ook de titel Ribbons doet wat denken aan een Jane Austen roman.

Je kan dit thema trouwens heel letterlijk nemen, want in verschillende songs worden natuurelementen verwerkt, zoals in “Frankincense and Coal”. Een kort lied met een duidelijk contrast tussen natuur en technologie. De serene vogelzangen worden namelijk verwerkt in een experimentele elektronische productie. Maar ook in “Curls” wordt het landelijke motief bijgestaan door het geluid van stromend water, waarmee het lied zachtjes eindigt. In combinatie met de mandoline en de viool die erin zitten, krijg je een harmonisch en organisch geheel dat je zo in lentestemming brengt.

Het meest indrukwekkende van deze plaat is ongetwijfeld dat Stephen Wilkinson het hele arsenaal aan instrumenten zelf bespeelt. Voornamelijk een ruim gamma aan snaarinstrumenten, zoals viool, gitaar en mandoline – maar ook de fluit. Door zulke traditionele instrumenten lijk je net te tijdreizen naar de Romantiek. Dat de meeste nummers heel analoog aanvoelen, dankzij een lichte ruis op de achtergrond, draagt daar ook aan bij. “Ode to a Nuthatch” bijvoorbeeld is een heel eenvoudig instrumentaal lied met alleen stromend water en enkele snaarinstrumenten. Het is de muzikale belichaming van die bucolische eenvoud waar Wilkinson naar verwijst.

De plaat is echter niet alleen maar vrolijk huppelen in velden met vogels en bloemen. In het idyllische “Watch the Flies” laat Wilkinson nogmaals zien hoe hij meerdere instrumenten beheerst én laat harmoniseren met zijn zachte, mooie stem. Daarna druipt er beetje bij beetje een donkere kant in Ribbons. “It’s Your Bones” klinkt wat romantisch door de viool en fluit, maar heeft ook een melancholische ondertoon. Deze wordt opgevolgd door het kortste lied met de langste titel, “You Couldn’t Even Hear The Birds Sing”. Dat nummer luidt een andere, contrasterende kant van de plaat aan.

Die andere kant benadrukt net het antoniem van die idyllische natuur: technologie. Er volgen enkele experimentele synth nummers, zoals “Pretty Ribbons and Lovely Flowers”. Het lied met de meest pastorale titel, dat uiteindelijk het minst organische nummer van Ribbons blijkt te zijn. Het valt een beetje uit de toon, na een resem aan heel analoog klinkende nummers vol traditionele akoestische instrumenten. Ook het daaropvolgende “Erdaydidder–Erdiddar” houdt deze sinistere vibe aan. Het begint vrolijk, maar dan sijpelen er fluisterende, onheilspellende gezangen in op de achtergrond, en violen die dreigend aanzwellen.

Een andere belangrijke invloed voor dit album is psychedelica uit de jaren zestig en zeventig, zoals in “Old Graffiti”. De weergalmende vocals, die hoge noten raken à la Tame Impala, worden bijgestaan door een funky ritme. En ook “The Art of Living” en “Before” hebben sterke retrovibes, met een traag ritme dat bepaald wordt door de koele toetsen van de synths. “Before” neigt zelfs een beetje naar hiphop anno jaren tachtig. Wilkinson laat dan ook amper genres onaangeroerd.

In zijn nieuwe plaat eert Bibio het natuurlijke en het simpele, maar niet door het eenvoudig te houden. Er kwamen een heleboel contrasten en een hele mix aan genres aan te pas om Ribbons vorm te geven. Al komen die bruuske contrasten niet altijd even overtuigend over. Er zitten enkele leuke originele folknummers tussen, zoals “Curls” en “It’s Your Bones”, maar andere songs als “Patchouli May”, “Valley Wolf” of “Under A Lone Ash” voelen wat langdradig aan en ook het pastorale thema doet al eens ouderwets aan.

14 april 2019

About Author

Laura Ramos


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter