Features, Interviews, Uitgelicht

Interview STADT: “Ik denk dat we nu echt berusten in wat voor band we zijn”

We hebben er weer een eindje op mogen wachten, maar vrijdag 8 maart is het zover: dan ligt de nieuwe plaat van STADT in de rekken. Frederik Segers en Fulco Ottervanger hebben ons de fascinerende achtergrond en vooral gigantische goesting gegeven om There Is/Nothing Twice grijs te draaien. We hadden het over wat STADT in feite is, de boeiende manier waarop het album werd opgenomen en enkele grappige anekdotes rond hun videoclips. Vrijdagavond al iets op de planning? Schrap dat dan maar, want STADT speelt hun release-concert in De Koer in Gent, waar ze ‘show gaan maken’, aldus Fulco.

 

Een van de moeilijkste dingen bij STADT is het precies omschrijven van jullie kleur of genre.

Fulco: Ik weet het! Equivalenties en duizend referenties…

Frederik: Ik denk inderdaad dat we een band zijn met duizend referenties. Als wij opnemen zeggen we soms: ‘De snare willen we ongeveer zo, en de bas een beetje zo,’ en dan weet iedereen direct waarover het gaat, maar de combinatie van al die elementen is… veel. We hebben wel een fascinatie voor tijd, dat keert vaak terug.

Fulco: Veel nummers gaan over tijd, dat is altijd al zo geweest. We hebben een zekere hang naar het verleden, maar ook benieuwdheid naar de toekomst toe.

Frederik: We zijn een beetje als nostalgische band gestart, met sixties en seventies psychedelica invloeden. Dat was toen wat we wilden doen. Maar na een tijd heeft zich dat gelost, die thema’s zijn achtergebleven en we wilden gewoon iets anders doen. Nu is het allemaal meer toekomstgericht.

Fulco: Het is intussen ook minder een stijloefening, ook al beseften we toen niet dat het dat was. Dat komt ook doordat we gekozen hebben voor een bepaald soort kleur die de band uiteindelijk bepaalt. ‘Wat is STADT nu eigenlijk?’ Dat hebben we proberen definiëren, abstract, of zelfs zonder het uit te spreken.

Het is grappig om artikels over STADT te lezen. In elk artikel wordt weer een andere vergelijking gemaakt: nu eens zijn jullie de nieuwe The Walkmen, dan weer The Flaming Lips of The Claypool Lennon Delirium 2.0.

Fulco: En dan denken wij altijd: ‘Huh? Wie zijn dat?’ (lacht)

Frederik: We gaan dat dan altijd opzoeken. Op zich ben ik fier op het feit dat we niet echt een bepaald genre zijn. Ik vind wel dat je vrij instant herkent dat wij het zijn als je een STADT-nummer oplegt. Dat is misschien het moeilijke voor veel mensen, maar daar ben ik net heel trots op. En dat is zeker zo in de laatste dingen die we gedaan hebben. Vorig jaar hebben we iets opgenomen dat we normaal nog gaan releasen, en die muziek is ook zeker niet sixties, maar je legt dat op en denkt instant: ‘Ah ja, dat is vree STADT!’, welke kleur we ook gebruiken.

Vanwaar komt de naam eigenlijk?

Fulco: STADT is cool, hé. Het is kort, dus grafisch ziet het er mooi uit. Het is ook internationaal. Duits is eigenlijk internationaler dan Chinees, hier toch. (lacht) En steden, dat zijn fascinerende werelden, zoveel dat erin gebeurt. Een biotoop van mensen…

Frederik: Ik heb er in feite lang over nagedacht. Ik denk dat we allemaal een fascinatie hebben voor geschiedenis, steden en hun gebouwen. En een stad is een smeltkroes van allerlei invloeden, dat was ook een beetje de aanzet.

Fulco: Ik zag laatst een mooie, positievere definitie van eclecticisme, namelijk dat je het beste van verschillende werelden samenbrengt. Dus niet zozeer alles samengooien, maar het beste ervan.

Frederik: Dat is eigenlijk wat wij doen. Ik zeg het, voor sommige mensen is het te eclectisch, maar op een bepaalde manier is het altijd duidelijk wij. Als je die gedachte van ‘Huh, wat hoor ik hier allemaal?’ loslaat en gewoon luistert, dan zal je het anders ervaren, denk ik.

Fulco: Je hebt wel een paar karakteristieken die maken dat het STADT is. Wat ons typeert, zijn een redelijk steady groove en bas, die doorgaan en vrij stevig en ook repetitief zijn. We gebruiken bijvoorbeeld nooit een straight backbeat, en de melodie is ook vaak redelijk uitgesproken.

Repetitief, maar wel altijd met veel lagen die het interessant houden.

Frederik: De gelaagdheid, dat vind ik wel tof bij ons. De ene kant van de plaat is live, maar op de andere kant hebben we ook niet veel overdubs gedaan. Als je ernaar luistert, lijkt het dat we er verschillende dingetjes over hebben geplaatst, maar eigenlijk is het vaak gewoon bas en drum, en de rest kleurden we wat vrij in.

Fulco: Het is ook niet zo dat we puur een band op sound zijn, we werken ook wel aan nummers.

Omdat jullie live veel improviseren en niet per se de versie van de plaat spelen, vraag ik me af hoe afgewerkt jullie nummers zijn voordat jullie de studio inkruipen.

Frederik: Ik denk dat de nummers vroeger veel meer vastlagen, maar dan hebben we gemerkt dat we nog weinig openheid hadden. Voor deze plaat zijn we —op een paar uitzonderingen na— vooral vertrokken van een groove, een melodie die vrij kan ingezet worden wanneer we het voelen. De vocals zijn meer een cue: vanaf de vocal start, begint het nummer, maar daartussen hebben we ademruimte om iets te laten gebeuren. Naar deze methode zijn we lang op zoek geweest.

Het is dan ook niet evident. Ik kan me ergens voorstellen dat het stresserend kan zijn…

Fulco: Dat hoort bij improvisatie, maar dat geeft ook net de spanning!

Frederik: Maar dan nog kunnen we zeggen: ‘Vandaag hebben we geen inspiratie,’ en dan gaat het nummer gewoon door, hé.

Fulco: Dan speel je de nummers gewoon zoals ze zijn, dat is zoals een klassieke pianist ofzo. Dat kan ook fris of onfris zijn, het hangt er vanaf. Ik denk dat een klassieke muzikant ook dingen kan brengen alsof ze nieuw zijn, maar het ìs eigenlijk ook nieuw, op dat moment is het nieuw… (denkt na)

Frederik: We hebben veel input nodig als muzikant. Als je de nummers brengt zoals ze op de plaat zijn en dat heel goed repeteert… Ik vind dat fantastisch, bands die dat doen. Maar voor ons werkt dat op een of andere manier minder goed, omdat we dan in vraag stellen of we wel de juiste keuzes maakten enzovoorts. Door het wat meer open te laten, kan het eens een heel goede versie zijn, en soms zit er eens een saaiere versie tussen, maar je kan je nummers doen groeien als je live aan het spelen bent, en dat vinden we belangrijk.

“Daily Comment” klinkt wel alsof iemand met een idee gekomen is, waarrond je dan doordacht verder bouwt en het nummer mee afmaakt.

Fulco: Ik had die tekst al geschreven in mijn boekje zonder aan muziek te denken. Frederik had los daarvan een akkoordenschema gemaakt, ik heb die tekst er toen op gezongen, en dat was het. De demo-versie was echt al goed, maar dan hebben we nog wat aan de structuur zitten sleutelen.

Frederik: Dat was leuk, omdat hij al een tekst had en ik muziek, en dat paste gewoon perfect samen.

Fulco: Zo ontstaan er wel vaker dingen, hé. We hebben ook al een paar nummers gehad waarin de zang de baslijn wordt… Je moet zoeken naar welke ingrediënten er zijn, en ik denk dat we daar beter in geworden zijn. Vroeger wilden we altijd iets nieuws vinden, maar eigenlijk moet je ‘inside the box’ denken. Je moet kijken naar wat je hebt en daar dan muziek mee maken. Je moet niet zo ver zoeken, de oplossing ligt meestal voor je neus.

De teksten klinken altijd heel doordacht. Denk je daar veel over na of is dat ook iets dat al improviserend tot stand komt?

Fulco: Beide. Aan sommige teksten zit ik super lang te sleutelen, maar andere komen sneller. Op deze plaat zijn ze iets sneller gekomen dan op de vorige, en ook schrijven we ze steeds meer samen.

Frederik: We brainstormen vaak over een bepaald thema en halen daar dan wat zinnen uit. We denken er zeker over na, we willen niet zomaar iets zingen.

Fulco: Ik vind het echt leuk om samen te doen, of op z’n minst te vragen: ‘Wat vind je hiervan?’ Het komt erop neer dat wij twee eigenlijk de teksten schrijven, maar bijvoorbeeld voor “Broken People” hebben we met Simon een gesprek gehad over wat we verstaan onder ‘gebroken mensen’. Soms ontstaat een nummer gewoon doordat je één zinnetje hebt en een melodie…

En op vlak van teksten komen jullie beter overeen dan wat artwork betreft?

Frederik: Ik zeg het, deze foto werd doorgestuurd en dat was de eerste keer dat iedereen op één lijn zat. Van de vorige hoes ben ik ook tevreden, maar toen ik ze voor het eerst zag, vond ik ze toch maar vaag.

Fulco: Ja, dat het maar een vlek kleuren lijkt… Maar inmiddels vind ik ze echt super. Ze valt ook op tussen andere en er zit mega veel beweging in. Het is precies een film ofzo, dat past bij de titel.

Frederik: Het doet me ook denken aan een leuke herinnering van de clip. Voor “Aching Not To Call” hebben we in Simon zijn huis een soort VHS horrorclip proberen maken die super onnozel was.

Fulco: We hebben heel zijn achterkamer verbouwd: een bosje gebouwd, een hele set-up waar we konden vliegen en hangen met touwen. Simon is zelfs een raam binnengevlogen met touwen enzo. (lacht)

Frederik: Alles is toen ook zowat mislukt, wat het echt goed maakt. Meer dan B! (lacht)

Fulco: “Voice of a Land” was ook een waanzinnig project. Daarvoor hebben we poppen van een drietal meter gemaakt.

Frederik: Poppen van papier-maché, maar het was wel heel de tijd aan het regenen…

Jullie doen dus veel zelf aan jullie videoclips?

Frederik: Ja, we hebben wel wat mensen waar we mee samenwerken, maar sowieso houden we het graag persoonlijk. De clips die we uitbesteed hebben, zeker de eerste van onze eerste plaat…

Fulco: Daar zie je echt een andere band.

Frederik: Hoe goed hij ook is, er is een grote afstand tussen ons en die clip.

Fulco: Ik vind dat ook. Die past niet bij ons, ook misschien niet bij deze tijd en zeker niet bij de muziek die we maken.

Frederik: Ik weet nog dat hij af was en ik op zich wel tevreden was, maar dat Fulco heel de tijd zei: ‘Maar wie ìs die gast eigenlijk?’ Dat ging dan over een acteur die we nooit hadden gezien of ontmoet, en hij had een punt natuurlijk. (lacht)

Fulco: Ik ga nog eens kijken, wie weet is het nu beter. (lacht)

Jullie hebben ook allemaal nog andere projecten. Zit de druk er niet te hard op wanneer jullie dan weer bij elkaar komen?

Frederik: We moeten dat wel meer plannen dan vroeger. Als je jonger bent, heb je zeeën van tijd en kom je gewoon samen. Nu is dat een beetje anders, maar het voelt nooit als druk, en als we druk zouden beginnen voelen…

Fulco: Dan zou het niet werken! Maar er is ook iets als gezonde druk, zonder deadline komt er soms ook niets.

Net omdat het wel eens langer duurt vooraleer jullie iets nieuws uitbrengen, liggen de verwachtingen altijd hoog. Is dat iets waar jullie wakker van liggen?

Fulco: Nee, totaal niet. Het zijn hun verwachtingen hé, niet de onze. (lacht)

Frederik: We hadden dat een beetje met onze eerste plaat, maar dat is weggegaan. We spelen al lang samen, en hebben Charlatan-jamsessies gedaan die voor veel mensen zeer zijn blijven hangen. Toen waren we op zoek gegaan naar wat we zouden kunnen doen. Wanneer we dan onder de naam STADT begonnen, was dat om te tonen: dit is wat wij willen doen met deze groep muzikanten. De eerste plaat was daarom voor mij misschien de lastigste, want we moesten een soort breuk maken met al de dingen die we dan niet meer gingen doen.

Fulco: Dat is soms een beetje ‘kill your darlings’, en voor een deel ook ‘kill your publiek’s darlings’.

Frederik: Zeker toen, het was stonerrock, progrock…

Fulco: Nederlandstalige happypop, ska, grunge…

Frederik: Alles door elkaar!

Fulco: Ook van die virtuoze dingen, zo super snelle riffs. Maar het is wel leuk om iets meer te kiezen. Ik denk dat Simon daar vooral over gewaakt heeft. Volgens mij had hij al redelijk vroeg door dat je als band beter kiest voor een bepaald karakter —los van of dat werkt op de markt, gewoon ook artistiek, dat is een beetje dieper ofzo.

Frederik: Nu vinden we niet meer dat kiezen verliezen is. Dat voelden we vroeger wel. Ik denk dat we nu echt berusten in wat voor band we zijn en dat doet deugd. Zeker door die live-kant in één stuk te doen, heb ik veel minder het gevoel dat we gewoon wat liedjes hebben opgenomen. Ik heb het idee dat het een soort epos is… De vorige plaat hebben we iets meer op nummers, op structuur gewerkt enzovoorts. We bleven ook herkauwen en het was allemaal iets meer geproducet.

De live-kant, was dat ‘opnemen en we blijven eraf’ of werd daar nog veel aan bijgeschaafd?

Fulco: Niets! Maar het is wel goed gemixt, hé.

Frederik: Inderdaad gemixt, maar geen overdubs of verder gepruts.

Fulco: We hebben het ook gefilmd, dus je kan er niet plotseling een dwarsfluitist naast zetten natuurlijk.

Frederik: Soms is het even wennen aan je vocal als ik de plaat opleg, omdat het heel live klinkt, maar na een minuut kom ik erin en ben ik echt blij dat we het zo gedaan hebben.

Fulco: Het is wel maf, want van een nummer als “Daily Comment” ga je denken dat je dat eigenlijk moet producen.

Kunnen jullie tot slot eens samenvatten wat voor jullie de rode draad van het album is?

Fulco: Het is een beetje nostalgisch.

Frederik: Toch?

Fulco: Helaas weer, maar wel positief nostalgisch. “Today’s a Work of Ages” is ergens nostalgisch, maar het heeft een horizon. “Nothing Twice” niet, dat is meer een wetenschappelijke uiteenzetting over herinneren.

Frederik: De sfeer daarvan is wat… kolonisatie-kritiek. (lacht)

Fulco: Coca-colanisatie. “Amplified” is eigenlijk ook een beetje markt-kritiek: overprikkeling, keuzes maken, overdonderd worden door consumptie-keuzes. “Fluid is Grand” is dan weer meer relationeel, dat je het moet laten stromen. “Daily Comment” gaat in zekere zin over de ander. Het kan ook gaan over de ingebeelde ander, het beeld van perfectie dat tegen je babbelt of waar iemand aan moet voldoen.

Frederik: Voor mij zit de rode draad niet zozeer in de teksten, maar vooral in de manier waarop we de plaat hebben gemaakt. We hebben veel meer open nummers gemaakt en zijn meer vanuit grooves en flarden melodie gestart, en de rest is een beetje gebeurd onderweg. Daardoor hebben we een bepaalde frisheid en is het ook iets directer van ons. Er staan misschien wat défauts op, maar ik ben content dat we het op deze manier gedaan hebben. En nog meer is iedereen van de band zeer betrokken geweest in alles. Voor ons is een nummer niet af voordat iedereen zijn plaats heeft gevonden, en dan spelen we het gewoon.

7 maart 2019

About Author

Ann Mulleman


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter