Live, Recensies

Villagers @ La Madeleine: Gerijpt als een goeie wijn

Op papier kon het hautain en misschien zelfs wat vooringenomen klinken om je nieuwe plaat volledig te spelen, maar het getuigt van de pure klasse dat O’Brien en zijn Villagers er mee weg komen. Meer zelfs, de band slaagde er zelfs in om het publiek een Bourgondisch zevengangen menu voor te schotelen en toch nog hongerig naar meer achter te laten. Nieuwe plaat The Art of Pretending To Swim is dan ook een werk dat zijn geheimen traag prijs geeft en waar de smaken zich langzaam ontplooien. Net als de wijn waar O’Brien doorheen het concert van nipte, wordt ook de band zelf met de jaren beter. Zagen we hen nog als schuchtere jongens op Pukkelpop en als folkband in het voorprogramma van Grizzly Bear, dan zagen we O’Brien eindelijk eens glunderen en geheel terecht blaken van zelfvertrouwen. In zijn wit/roze kustuumvest voelde hij zich een anderhalf uur lang ongenaakbaar en stuwde hij zijn band van het ene hoogtepunt naar het andere.

Zijn naam is veruit het moeilijkste aan zijn muziek, want de jonge Noor Jarle Skavshellen bracht naast de tongtwister van een artiestennaam vooral eenvoudige gitaarrifjes over lief en leed mee. Af en toe een kwinkslag als ‘smoke like a chimney but still look 22’ of ‘i follow a trail of dead canaries’ deden het publiek wel opkijken, maar helaas hadden zijn nummers vaak niet meer om het lijf dan enkele gitaarakkoorden en zijn stem. Om te blijven beklijven, had Jarle meer nodig dan enkel zijn gouden lokken en schone ogen en dat vond het steeds luider keuvelende publiek blijkbaar niet in zijn middelmatige songs. Zijn ietwat onhandige cover van Kygo’s “First Time” maakte duidelijk dat het publiek voor Villagers meer diepgang verwachtte en wat op zijn honger bleef zitten. Naar eigen zeggen liet Jarle zich inspireren door Noorse landschappen en bootjes tussen eilanden wist Jarle toch het magische en mystieke gevoel van zijn klein geboortedorp niet echt te vatten. Even herbronnen in de Noorse wildernis zou hem alvast deugd kunnen doen.

View this post on Instagram

#villagers #lamadeleine

A post shared by Tom Mertens (@tommertens16) on

Soms kan je al vanaf de eerste seconde voelen dat het een speciale avond zal worden. En toen Conor O’Brien rond klokslag 9 uur het podium van La Madeleine beklom, kon je de spanning voelen hangen. Goedgeluimd en al meteen kushandjes uitdelend aan het publiek, had de frontman de avond al gewonnen van voor hij een noot gespeeld had. Hij had er zin in en dat vertrouwen straalde af op de band en op het publiek dat zich gedwee liet leiden doorheen de set.

Verhakkelde computerstemmen ruimden snel plaats voor O’Briens gitaar en zwoele piano in “Sweet Saviour”. Ook al pruttelde de geluidsmix nog wat tegen, het belette de band niet om de teugels meteen strak in de hand te houden. Gelukkig stuurde de de klankman meteen bij want op “Again” kwamen de vele laagjes al veel beter tot hun recht. De nummers van Villagers verdienen natuurlijk een haarscherpe klank, want het zou jammer zijn dat die miniatuurtjes live hun details verliezen. Net daar maakt O’Brien vaak het verschil tussen goed en briljant.

‘This is an incredibly depressing song,’ grapte O’Brien net voor “Love Came With All That It Brings” en dat werd zowaar op gejuich onthaald. Al kan je dat over quasi elk nummer zeggen, want overal loert melancholie en tristesse om de hoek, klaar om zich in je nekvel vast te bijten. Zo toonden “Fool” en “Love Came With All That It Brings” als twee kanten van dezelfde munt. Het naïeve fool dissecteerde de rooskleurige kant van de liefde terwijl “Love Came” net een realistische/pessimistische visie tentoon spreidde. Waarna we in “Hot Scary Summer” nog eens het relaas krijgen van een ontluikende relatie die het jammer genoeg maar één zomer uithoudt. Elk nummer is een klein verhaaltje en elk nummer is op zijn eigen manier hartverscheurend en meeslepend.

Wie nog niet zo goed bekend was met zijn nieuwe plaat The Art of Pretending To Swim kreeg in La Madeleine een stoomcursus. Het publiek kreeg het album integraal te horen, slechts af en toe doorspekt met oudere nummers (twee uit zijn debuut Becoming A Jackal en twee uit zijn vorige plaat Darling Arithmetics). Maar het publiek maalde er niet om, integendeel nieuwe nummers als “Long Time Waiting” en “Real Go-Getter” groeiden uit tot stevige hoogtepunten en dat kwam niet enkel door O’Brien’s manische dansjes tussendoor.

Dankzij een korte tour doorheen het Verenigd Koninkrijk, klonk zijn band al van meet af aan perfect op elkaar ingespeeld en was elk bandlid even belangrijk voor de sound van Villagers. Zo zorgden Cormac Curran en Gwion Llewelyn niet enkel voor respectievelijk keys en drums maar voegden ze ook enkele streepjes trompet en hoorn toe. De band is ondertussen wel getransformeerd van een folkie singer-songwriter geluid naar innemende indiefolk waar gitaargetokkel hand in hand gaan met electronica gefoefel en stevige baslijnen. Oude parels als “Becoming A Jackal” en “I Saw The Dead” kregen een full band treatment en klonken nog nooit zo gelaagd.

Het aan Ada Lovelace (de uitvindster van het eerste rudimentaire computer) opgedragen “Ada” bevatte wat kritiek op ons obsessieve gsmgebruik, maar bloeide vooral open tot een gevoelige afsluiter. Die lijn trok de band door in de bisronde want met “Hold Me Down” kregen we het eerste echt intieme moment en ook “Courage” hield het opvallend rustig. Omdat zijn gitaarpedalen het begaven, breidde O’Brien snel een akoestische versie van “Nothing Arrived” in elkaar. ‘I promise you it’s worth it,’ beloofde hij terwijl hij tevergeefs zijn gitaar aan de praat probeerde te krijgen. De piano en bas werden prompt stiller gezet terwijl O’Brien in dezelfde microfoon zong en gitaar speelde. En zo kreeg het concert een onverwacht maar adembenemend slot.

In La Madeleine presenteerde Villagers zich als een band die zijn richting gevonden heeft. Waar het zelfvertrouwen voor andere bands als fake of onverdiend lijkt, hoefde Conor O’Brien niet te doen alsof en genoot hij zichtbaar van het publiek en zijn muziek. Hoewel hij zich anderhalf uur de koning te rijk voelde, bleef hij wel steeds met beide voeten op de grond (figuurlijk dan). Het lijkt een moeilijke spreidstand, maar Villagers bracht het moeiteloos tot een gracieus einde.

Setlist Villagers

Sweet Saviour
Again
Fool
Love Came with All That It Brings
Hot Scary Summer
A Trick of the Light
Long Time Waiting
Real Go-Getter
Becoming a Jackal
I Saw the Dead
Memoir
Ada

Hold Me Down
Courage
Nothing Arrived

2 november 2018

About Author

Jasper Verfaillie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief