Albums, Recensies

Tamino – Amir (★★★): Op de grens van kleffigheid en donkere romantiek

Jotie T’Hooft mag dan al sinds 1977 vredig rusten in Oudenaarde, zijn pikzwarte neoromantische ziel is ongetwijfeld een zeventigtal kilometer verder gereïncarneerd in de vorm van een spleenvolle Antwerpenaar met Egyptische roots. Vorig jaar leverde hij al het empirisch bewijs met zijn talloze (uitverkochte) optredens, vandaag ambieert Tamino om zijn reputatie met Amir te consolideren.

Nét geen 22 is hij, maar Tamino (voluit: Tamino-Amir Moharam Fouad) heeft er al een paar drukke jaren op zitten. Het begon allemaal toen de jonge conservatoriumstudent zijn visitekaartje achterliet tijdens de Radio 1 Sessies met Het Zesde Metaal in 2016, waar hij duidelijk indruk had gemaakt. De voet in de deur naar succes was er al, maar het is na zijn overwinning in De Nieuwe Lichting 2017 dat heel Vlaanderen in zwijm viel voor de Nachtegaal van Mortsel. Resultaat: uitverkochte shows in de AB, een goed ontvangen ep, een resem singles, én een paar festivalzomers om te vousvoyeren.

Voor zijn debuutplaat haalt Tamino alles uit de kast – met gemengde resultaten. Op muzikaal vlak incorporeert Amir een opvallend divers gamma aan stijlen: van donkere psych-pop op “Indigo Night” over Arabisch getinte ballades op “So It Goes” tot breekbare arpeggio’s op “Verses”. Tamino teert op zijn Egyptisch-Libansese roots en wordt vergezeld door het Brusselse muziekgezelschap Nagham Zikrayat. Dat siert zijn debuut, want Tamino’s muziek staat met beide voeten gegrond in Westerse, melancholische pop, aangevuld met Midden-Oosterse nouveautéesPas malquoi.

Laten we eerlijk zijn: de verwachtingen voor Amir lagen torenhoog. Zeker als je nog zonder debuut een hele festivaltent muisstil kan krijgen. Het moet gezegd: Amir bevestigt vooral die kenmerken van Tamino waar elke luisteraar al vertrouwd mee was. Zijn illustere zangtalent, gevoel voor mysterie, en ongeveinsde teksten passeren allemaal de revue, maar écht verrassend zijn die niet meer. Intussen weet elke zelfrespectabele concertganger al langer dat de Falset van Mortsel meer in de vingers had dan “Habibi”, “Cigar” of “Indigo Nights”. Dat zijn oudere succesnummers steevast de steunpilaren vormen van Amir, is bijgevolg enigszins teleurstellend.

Goed, voor een debuut is zoiets op zich nog vergeeflijk. Maar dat Tamino niet meer te bieden heeft dan diezelfde weemoedige boodschappen twaalf keer te herhalen, is dat minder. Romantiek en apathie, meer dan die twee woorden heb je niet nodig om Amir te vatten. De meeste nummers draaien bijvoorbeeld voortdurend rond de mysterieuze, emotioneel onbereikbare ander (“Habibi”, “Sun May Shine”), de pijn van een gebroken hart (“Persephone”, “Intervals”), of het brandend verlangen naar een (onmogelijke) geliefde (“Verses”).

Aan melancholie geen gebrek op Amir, maar diepzinnige momenten zoals op “Indigo Nights”, waarin de hoofdpersoon voor even lijkt los te breken uit een destructieve depressie, blijven schaars. Tamino blijft duidelijk in zijn comfortzone, veilig dobberend in dezelfde muzikale poel als eerdere succesnummers “Habibi” en “Cigar”. De jonge soloartiest heeft meer in zijn mars, maar op Amir speelt hij het allemaal iets té veilig. ‘Come babe, let love have this evening,’ zingt de jonge soloartiest bijvoorbeeld op “Verses”, terwijl hij op het tenenkrullende randje van kleffigheid balanceert.

Ook andere nummers lijden onder die eentonige thematiek. In “Persephone” bijvoorbeeld, de laatste single van Amir, waant Tamino zich als Hades, de Griekse god van de onderwereld, die de dochter van oppergod Zeus kidnapt. Hoewel de mythologische thematiek zich perfect leent tot een volbloed Tamino-nummer, is de romantiek (Yes, my love, I confess to you / I’ve nothing but the means to break your heart in two,’) ervan zeer ondermaats en simplistisch – vooral als afsluiter.

Waar zijn debuut het soms laat afweten qua songwritervaardigheden, zorgt de diverse muziek en de uitstekende productie gedeeltelijk voor Tamino’s redding. De gestroomlijnde Egyptisch-Libanese sfeer die als een rode draad door “Sun May Shine”, “So It Goes”, “Each Time”, “w.o.t.h.”, en “Intervals” lopen, zijn een geknipte match met Tamino’s roestbruine keel die van Arabische kwartnoot tot Arabische kwartnoot langs je ruggenwervels omhoog huppelt. Die speelse, Midden-Oosterse gelaagdheid maakt veel goed in Tamino’s debuut, maar nodigt uiteindelijk te weinig uit om Amir tot de sterren te bombarderen.

Tamino stelt zijn debuut voor op 29/11, 30/11 en 1/12 in de Ancienne Belgique.

Website / Spotify / Facebook

18 oktober 2018

About Author

Glen Van Muylem Muzikale beer met een voorliefde voor rock, indie, hiphop en elektronica.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter