Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Rolling Blackouts Coastal Fever: “Soms moet je eens een stap terug nemen en de gitaren laten spreken”

Op 15 juni 2018 verscheen de debuutplaat van Rolling Blackouts Coastal Fever. Het is geen geheim dat we fan zijn van de band, hun single “The French Press” was zelfs onze favoriete single van vorig jaar. Als we dan ook gevraagd werden om hen te interviewen, twijfelden we geen moment. De band uit Australië is zowat de meest beloftevolle janglepop band van het moment en dat dankzij de leuke, positieve, zomerse nummers vol fijne instrumentale doordachtheid die telkens maar weer naar voor komt. Wij hadden een gesprek met Tom Russo, één van de drie frontmannen van het gezelschap.

De naam van de band is Rolling Blackouts Coastal Fever. Hoe kom je op zo’n naam?

Het was vroeger wel iets korter. Het werd genoemd naar een nummer dat we hadden. Dat is een klassiek aspect van een band waarbij je een eerste show speelt en geen idee hebt welke naam je moet nemen. Dat nummer ging over reizen in Cambodja en heel ziek zijn. Er was een gigantische storm en er ontstonden ‘blackouts’ in de stad. Ik voelde me heel slecht, maar tegelijk was het ook heel magische ervaring, ofwel was ik heel zwaar aan het hallucineren. Wanneer we onze muziek op het internet plaatsten, realiseerden we ons dat er twee andere bands waren met dezelfde naam. Dat zorgde voor wat verwarring. We gingen op zoek naar een andere naam, maar we wilden het roer niet helemaal omgooien. We dachten er niet veel over na en plaatsten er dan gewoon maar twee random woorden achter. We kozen die twee woorden omdat het een beetje dramatisch klonk, maar het betekent eigenlijk niets.

Is dat iets typisch Australisch om zo’n tongtwisters als naam te hebben?

Ik denk dat er meer een traditie is om lichtjes stomme bandnamen te verzinnen. Er zijn veel band die een naam als grap nemen, er niet echt meer over nadenken en dan populairder worden waarna ze niet meer van die naam afkunnen.

Is dit iets wat ook belangrijk is in jullie muziek?

We nemen de muziek serieus, maar we nemen onszelf niet zo serieus. Het belangrijkste is om plezier te hebben. We doen het uit vriendschap, kennen elkaar al heel lang en zaten ook al in andere bands. Dit startte vooral als een vriendschapsband en de rest was eigenlijk bijkomend. Het is belangrijk om plezier te hebben. We drinken al eens graag eentje. Het is niet allemaal zo serieus.

Jullie brachten eerst twee ep’s uit. Hoe anders was het om aan een full album te werken?

Vanzelfsprekend was het een heel ander proces omdat het een groter ding is. De eerste twee ep’s werden opgenomen in onze oefenruimte in Melbourne. Het waren meer collecties van singles, zeker de eerste. Het waren allemaal nummertjes die we het liefst zo snel mogelijk uitbrachten. Over de tweede werd al wat meer nagedacht, maar het voelde nog steeds meer aan als een verzameling van liedjes die we hadden. We startten de band als een songwriting project met drie vaste songwriters en we hebben elk onze invloed. Bij de eerste ep’s bracht iedere songwriter een afgewerkte song naar de band en werkten we het uit. Ze waren meer een soort van ontwikkelingsproces en ik denk ook niet dat ik één van onze drie platen beter vind, ik vind ze allemaal leuk. Hoewel de ep’s iets vrijer en los waren.

Dit keer was het voor ‘t eerst dat we er echt over dachten als één groot werk. We moesten meer nadenken over welke nummers we er op wilden, hoe we er voor gingen zorgen dat alles goed samenvloeide, wat we wilden vertellen en dat het allemaal consistent was. We kwamen met een idee en dan werkten we er met iedereen aan verder.

Het nam ons twee weken om het op te nemen, we gingen naar het Australische bos ten noorden van ons huis in de thuisstad van onze drummer. We kregen een groot huis van een vriend en namen het daar op. Dan kwam er nog heel wat tijd nadien om het te perfectioneren en te beslissen welke nummers we er op wilden. Een veel groter denkproces dus voor ons.

Die trip naar een meer bossige omgeving. Had die een invloed op jullie sound?

De meeste nummers waren al geschreven. Maar ik denk wel dat de atmosfeer er op een bepaalde kleine manier ingekropen is. We wilden het niet doen in de stad of in een gewone studio. De manier waarop wij het best samen klinken, is allemaal samen in één kamer. Dus we nemen heel wat live op. In het huis waren we veel relaxter. Het bos was in de buurt, er waren bomen en het was er rustig. Er was een strand vlakbij waar enkele bandleden ‘s ochtends gingen zwemmen. Het was een zeer fijne sfeer en wij kwamen van Melbourne waar het winter was en heel koud. Daar was het voor ons warmer. De meeste mensen zeggen dat we zonnige muziek maken en op een bepaalde manier schijnt dat ook door op onze muziek.

Jullie maakten de plaat dit keer dan ook veel meer met zijn drieën?

Meestal wel ja. Soms kwam iemand van ons met een idee dat al bijna afgewerkt was. Dan staken we het in de ‘bandmachine’ wat zoveel is als eenzelfde riff of progressie spelen in één ruimte voor een twintigtal minuten tot het iets werd. Er werd hierdoor ook meer over nagedacht met iedereen. Soms kwam er dan iemand met een idee voor een nieuw deel. Als iemand erbij wilde zingen, een ander begin wilde maken, … dan kon dat allemaal. Er waren geen strikte richtlijnen. Sommige van de nummers startten ook echt als pure jams. Voor deze plaat was het ook de eerste keer dat we echt nadachten hoe het live kon klinken. We wilden ze ook allemaal live kunnen spelen en sommige oude nummers passen gewoon minder bij onze live show.

De titel van het album staat voor het grote onbekende. Hebben jullie dan ook geen plan met dit album?

We lieten het vooral open. Toen we aan het album begonnen, was het niet de bedoeling om een concept te hebben voor de plaat. Eens we aan de nummers begonnen te schrijven, begon de naam wel door te schijnen. De naam komt van een mijn in Australië, een groot gat in de grond. Toen we aan het album schreven, vonden er heel wat wijzigingen plaats in de wereld. Iedereen stond bij wijze van spreken aan de rand van die mijn. Niemand wist wat er ging gebeuren, er leefde heel wat onzekerheid zowel hier als in Australië. Dat schijnt ook een beetje door op het album. Het zijn geen politieke nummers, maar eerder persoonlijke. Het zijn kleine karakters die met de grote wereld onderhandelen over al de ‘crazy shit’ die er gebeurt. We probeerden niet cynisch te zijn en vast te houden aan de positieve dingen die gebeuren.

Denk je dat die persoonlijke verhalen er voor zullen zorgen dat mensen zich aangesproken voelen?

Hopelijk. Op een bepaalde manier zijn het heel obscure songs. Ik hoop dat mensen er verschillende dingen uit kunnen halen. We hebben er heel wat van onszelf in gestopt. Sommige karakters zijn een mix van ons en verzonnen karakters die het iets verder duwen uit de realiteit. We vinden dat altijd fijn om op die manier te werken. Het zou wat saai zijn als het alleen over ons zou gaan. We proberen uit ons eigen perspectief zaken te vertellen over de brede dingen die aan het gebeuren zijn. Het gaat over onze vrienden of kennissen: er zijn heel wat mensen in de nummers. Hopelijk herkennen sommige mensen zich in de nummers. We proberen een groot beeld te scheppen aan de hand van kleine verhalen.

Het is dus nooit direct politiek, maar toch ben je het een beetje?

Het is moeilijk om niet politiek te zijn in de huidige toestand van de wereld. We zijn daar niet de beste band voor om politieke boodschappen te brengen. Er zijn bands die daar heel goed in zijn, maar wij vertellen persoonlijke verhalen. We zouden nooit zo goed zijn als we een kwaad, politiek album brengen, het moet wat luchtig blijven.

Doe je dit aan de hand van jullie vrolijke muziek? Is dat een soort van compensatie?

Mijn favoriete soort nummers zijn nummers die heel opgewekt klinken, maar toch een zwaardere tekst bevatten. Of omgekeerd zware songs met luchtige teksten. Dat zorgt er voor dat de luisteraar aandachtig moet luisteren. Dat was ook de manier waarop wij ons voelden wanneer het album uitkwam, dus het moest wel zo zijn.

Het valt wel op dat de zang hierdoor wat bijkomstig wordt. Bij “How Long” krijgen we bijvoorbeeld heel weinig lyrics. Is het muzikale dan ook het belangrijkste punt in jullie muziek?

We vinden beide wel belangrijk. Maar we proberen onze gitaren toch iets meer te gebruiken omdat niemand van ons drie echt een engelenstem heeft. We zingen wel oké, maar we zijn geen Jeff Buckleys. We gaan niet uit onze perimeter treden en zingen enkel met hetgeen dat we kunnen. Soms gebruiken we gitaren om het gevoel er in te steken en de atmosfeer van een nummer te schetsen. We vinden het wel leuk om tekst te schrijven, maar soms moet je eens een stap terug nemen en de gitaren laten spreken.

Jullie hebben inderdaad drie verschillende stemmen. Hoe probeer je die zo goed mogelijk te laten samengaan?

We zien dat vooral als een opportuniteit om dingen uit te proberen. Als iemand een idee heeft op een bepaald nummer, en iemand anders heeft daarbij een ander idee, dan proberen we dat samen te zetten om te zien of dat werkt. De drie stemmen samen zorgt ook voor iets heel uniek, wat de muziek ten goede komt. Het zorgt er voor dat we meer ideeën kunnen samenbrengen. We horen allemaal verschillende dingen. Soms gebeurt het ook dat we dan over twee personen spreken in de lyrics. Meestal brengt iedereen gewoon een idee mee en dan gooien we het in de groep en zonder veel na te denken, blijkt dat altijd te lukken.

Het zijn drie songwriters die samen werken. Zorgt dat niet voor veel discussie?

Het is allemaal belangrijk om een balans te vinden. We kennen elkaar al sinds we in de middelbare school zitten en we hebben allemaal al in verschillende projecten gespeeld doorheen de jaren. We kennen elkaar dus door en door en we weten ook wat werkt voor elkaar. Meestal weten we ook dat als we iets voorstellen, dat de anderen het goed zullen vinden. We begrijpen elkaars smaak en als iets niet echt klinkt zoals we willen, dan werken we er aan. We willen geen conflicten en zijn ook nooit heel koppig om een idee te behouden.

Iedere song heeft ook een beetje dezelfde vibe, maar het is precies door kleine details (een gitaarsolo, een donkerder stuk, ..) dat ieder nummer er op zich uitspringt. Hoe gaat dit in zijn werk?

Bij deze nieuwe plaat hebben we ons vooral gefocust op het ritme in het begin. We hebben een geniale drummer en bassist die meteen een dynamisch geheel weten neer te zetten. Vaak komt de melodie later en voegen we er heel wat details aan toe. Een tamboerijn, een ‘shaker’ of iets in die aard. Vroeger kon alles, nu hebben we er meer voor gezorgd dat we een solide eerste idee hadden om daar dan op verder te werken. De enige uitzondering daarop is “Cappuccino City”. Dat is een nummer van mij en dat had ik al jaren geleden geschreven, nog voor we een band waren. Dat was op een goedkope orgel gemaakt en dat idee bleef zitten waarna het terugkwam en we er een arrangement op zetten voor het album.

Bij “An Air Conditioned Man” kruipt er zelfs een parlando in het geheel. Hoe ben je daar bij gekomen?

Er waren altijd wel kleine ‘spoken word’ stukjes in onze oudere nummers. Het is iets wat we altijd al hoorden in onze invloeden en soms klinkt iets beter als je het vertelt dan als je het zingt. Je moet het natuurlijk niet altijd doen, anders kan het wel eens ‘shit’ klinken. Bij “An Air Conditioned Man” hadden we het eerst allemaal ingezongen. Maar de inhoud van de song zorgde er voor dat we het anders aan boord legden. Het vertelt een verhaal over een business man die een heel saai leven heeft, en wanneer mijn deel komt, vindt er een twist plaats. Hij realiseert zichzelf dat hij een saai leven heeft en daardoor begint hij wat te flippen. Hierdoor leek het ons wel dat de ‘spoken word’ dit beter kon tonen.

Het zijn eigenlijk allemaal liedjes die het best te beluisteren vallen op een roadtrip. Is dat ook hetgeen wat jullie proberen te bereiken met de muziek die je maakt?

Dat is iets wat veel mensen zeggen, en ik kan mezelf daar wel in vinden. Het was niet iets dat we met een intentie doen, maar als een song niet goed is voor in de auto, dan is het niet zo’n goed liedje. Het is een goeie test. Als het een ritme heeft om op te rijden, dan klinkt het sowieso beter. Ik denk dat we zoiets in Australië ook meer doen, omdat er daar veel gereden wordt langs wijde wegen. Het zit in ons DNA. Er zijn veel bands die ook zo’n sound in zich hebben, veel bands waar we naar opkijken. Het is niets bewust, maar het kruipt er dus wel in.

Welke bands zijn dat dan?

Dat zijn er vooral uit de eighties. Denk maar aan The Go-Betweens, The Triffids en The Church. Dat zijn bands uit de jaren 80 die jangle pop maken. Tien jaar geleden begonnen die bands bij onze vrienden een soort van heropleving te kennen omdat ze toen echt in de underground leefden en kreeg Australië er een nieuwe appreciatie voor, waaronder wij. Maar er zijn heel veel bands die een invloed hebben op wat wij doen. Je hebt een Zweedse band onder de naam The Embassy, wat eigenlijk een zeer obscure band is die we echt heel goed vinden. We houden van een miljoen zaken, maar dat zijn toch de grote invloeden. We luisteren ook niet enkel naar rock muziek, maar onze sound is vooral hoe hij nu is door de instrumenten die we bezitten. We steken niet te veel effecten op de gitaar en houden het heel proper, wat dan weer een trucje is van die bands. Dat is voor mij vooral omdat ik iets te lui ben. Ik hou niet van effecten. En als je met drie gitaren samen speelt, krijg je al snel dat jangly geluid.

Er is nu een hele nieuwe scene in Australië die steeds meer aan populariteit wint. Hoe probeer je hier een plaats in te vinden?

Je merkt wel dat Australische bands populairder worden buiten Australië. Ik denk dat veel daarvan te maken heeft met het internet. Er zijn altijd heel goeie bands geweest hier, maar nu is het veel makkelijker om jouw muziek te tonen in Europa en de VS. Wij proberen daar niet echt een plaats in te vinden, maar doen gewoon waar we goed in zijn. Ik denk niet dat we in een scene horen, behalve dan de ‘Australische bands vanuit Melbourne’-scene. We krijgen hulp van elkaar en komen elkaar tegen op festivals aan de andere kant van de wereld.

Heb je een persoonlijke favoriet op het album?

Eén van mijn favorieten is “The Hammer” omdat het een nummer is dat we allemaal samen hebben geschreven. Het begon als een jam op het podium en het was de laatste song die we opnamen. Het was ook de enige song die we met drie deden, het heeft een fijne energie en roep leuke herinneringen op.

Je hebt hier een eerste keer gespeeld op het kleine Leffingeleuren. Nu staan jullie op grotere festivals, denk aan Coachella. Had je verwacht dat dit zo snel ging gaan?

We hadden eigenlijk niets verwacht, het gebeurde gewoon. Onze muziek werkt wel goed op festivals omdat het zo zonnig is. Het doet geen kwaad om een bepaald snel ritme te hebben en een uptempo gevoel.

Hoe zie je de toekomst voor deze band?

Ik weet het niet. Ik denk dat we dit jaar veel meer zullen touren en daarna proberen om zo snel mogelijk een nieuw album af te krijgen. We hebben veel ideeën en wanneer je ‘on a roll’ bent dan kan je maar beter bezig blijven. We moeten het ijzer smeden nu het heet is. Ik ben er zeker van dat we terug zullen komen naar Europa.

En dat klopt. Op 18 augustus komt de band naar Pukkelpop en op 1 november speelt de band op het nieuwe Filter Festival in Trix. Lees hier onze recensie van hun debuutalbum Hope Downs.

21 juni 2018

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief