Albums, Recensies

Rolling Blackouts Coastal Fever – Hope Downs (★★★★): Fijne bries op een warme zomerdag

We zwaaiden al vaker met lof voor Rolling Blackouts Coastal Fever. Op hun vorige ep’s Talk Tight en The French Press toonden ze reeds de kunst van aanstekelijke en zomers getinte gitaarpopnummers perfect onder de knie te hebben. Bij het aankondigen van hun eerste echte plaat Hope Downs was het dan ook enkel de vraag of de Australiërs dat potentieel verder bleven benutten en een geslaagd debuut konden afleveren. Dat ze daar met vlag en wimpel in geslaagd zijn, is na een aantal luisterbeurten de enige juiste conclusie.

Waar hun eerder uitgebrachte ep’s eerder een samenraapsel van ideeën en nummers zijn, is hun debuutplaat een solide en doordacht geheel. Ze gingen verder op het elan van “jangle punk pop”, maar ontwikkelden daarbij een nog meer gedefinieerde en afgelijnde sound. Een aantal bandleden deed vroeger nog ervaring op in de garagerock scene, en dat vertaalt zich ook in hun kenmerkende stijl. Indie gitaarpop die elementen uit de garage, punk en country in een mooi geheel giet. Daarbij verrassen ze vaak met leuke hooks en onverwachte elementen. Hun sound is vooral heel fluks en gezwind, maar met af en toe ook open ruimte om te temporiseren.

Zo gaat het er soms eerder rustig aan toe, denk bijvoorbeeld aan “Sister’s Jeans”, “Cappuccino City” en “How Long”. Dat laatste is relatief bekeken misschien wel het zwakste nummer van de plaat. Less is more, maar te weinig (zowel muzikaal als tekstueel) kan ook de bedoeling niet zijn. Anderzijds past de song wel in het totaalplaatje van Hope Downs, en het moet natuurlijk niet alle dagen feest zijn. Je komt immers al meer dan voldoende aan je trekken met alles wat wat daarvoor al passeerde.

Zo krijg je als luisteraar tot halverwege de plaat geen moment de tijd om te talmen. Meteen krijg je drie van de uitgebrachte singles op je bord. Opener “An Airconditioned Man” toont meteen aan hoe goed de Australiërs gitaarlijnen kunnen verweven tot een mooi en fonkelend web. Ook “Talking Straight” maakt van hetzelfde laken een broek, met karakteristieke en energieke riffs. Een makkelijk meezingbaar refrein, een andere rode draad in veel nummers van RBCF, en een stuwende basgitaar promoveren de song tot een instant oorworm. Ook “Time In Common” stuitert garage gewijs als een jachtige wervelwind voorbij.

Het is geweldig amusant en interessant om je tijdens het luisteren even te focussen op de instrumentale synergie en gelaagdheid, alsook de subtiele details en complementariteit. De gitaarlijnen van Fran Keaney, Tom Russo, en Joe White op Hope Downs zijn als de lijnen in een turnzaal. Soms lopen ze kaarsrecht en parallel naast elkaar, soms snijden ze op raakpunten of beschrijven ze mooi afgeronde bochten. Ze vormen op zichzelf herkenbare punten en hebben elk een eigen doel in de zaal, maar bakenen allemaal samen écht het speelveld af en vormen één groot functioneel geheel.

Drummer Marcel Tussie en bassist Joe Russo zorgen daarbij vaak voor een strakke en kordate ritmesectie, en weten perfect wanneer ze meer op de voorgrond mogen treden. Zo is “Bellarine” (verwijzend naar een stukje schiereiland nabij hun thuisstad Melbourne) één van de nummers die na een eerste luisterbeurt het meest blijft hangen. Dat ligt deels aan de tekst (hoe catchy klinkt ‘The fish are biting every line but mine / It’s seems like rum is taking all my time’), maar vooral de basgitaar mag hier van meet af aan de lijnen uitzetten. Sprankelende gitaren vervoegen en vullen aan.

De plaat is tekstueel heel verhalend geschreven. We kijken door een lokale bril naar herinneringen, ervaringen of ruimtelijke beschrijvingen, met soms gedetailleerde referenties. Daarbij lijken de lyrics op het eerste zicht soms uit een random word generator gehaald, waarbij de drie frontmannen elkaar vocaal afwisselen, wat ook extra mogelijkheden biedt. Hoewel het soms moeilijk lijkt een touw vast te knopen aan wat ze nu betekenen, ligt er vaak een coherent verhaal verscholen onder de teksten. De thematieken zijn soms somber. Denk aan de brandend actuele kwestie van vluchtelingen op zee, die in “Mainland” aan bod komt. Of “Cappuccino City”, alluderend op het ‘verwitten’ van wijken waar vroeger de zwarte gemeenschap floreerde, maar nu steeds meer dure koffiebars en dergelijke het straatbeeld kleuren (met ook een korte referentie naar ons eigen koloniaal verleden als in ‘Belgians in the Congo’).

Ondanks die sombere thema’s heb je wel nooit het gevoel naar neerslachtige muziek te luisteren. De vrolijke instrumentatie en opgewekte klankkleuren scheppen eerder een zomers en fijn gevoel. De manier waarop ze deze thema’s benaderen, is ook eerder subtiel. De mannen van RBCF weten hoe ze dergelijke zaken tekstueel kunnen aanhalen zonder de sfeer te doen overhellen. Verder ook eervolle vermeldingen voor het ongelofelijk aanstekelijke “Exclusive Grave” en het fijne en frivole slotnummer “The Hammer”.

Rolling Blackouts Coastal Fever levert met Hope Downs dus een kanjer van een plaat, die ongetwijfeld bij veel mensen op repeat zal staan deze zomer. De nummers op het album zijn verslavend, van hoge kwaliteit, en maken van dit Australische debuut een besmettelijk prachtwerk. Heeft u alvast uw sound van de zomer te pakken? Wij denken nu al goed beet te hebben.

Ze bewezen enkele weken terug al dat ze hun fijne nummers perfect kunnen omzetten in een live performance, en mogen dat op 17 augustus nog eens bevestigen op Pukkelpop. Recentelijk werden ze ook aangekondigd voor het fijn Filter Festival, dat op 2 november plaatsvindt in Trix (met o.a. ook Unknown Mortal Orchestra en Stephen Malkmus & The Jicks).

15 juni 2018

About Author

Frederic Beeuwsaert


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief