Albums, Recensies

Insecure Men – Insecure Men (★★★★) Dansen met een synthesizer

Saul Adamczewski is terug van weggeweest. De ex-gitarist en medeoprichter van het zootje ongeregeld dat samen het punkensemble The Fat White Family vormt, heeft nu zijn eigen project genaamd Insecure Men. Samen met zijn jeugdvriend Ben Romans-Hopcraft, die ook in de band Childhood zit, heeft hij dit album geconstrueerd. Zijn vertrek bij The Fat White Family kwam er noodgedwongen, omdat zijn druggebruik de samenwerking van de band verstoorde. Zo wou hij niet meegaan met de band op het podium in het Bataclan, omdat hij een afspraak had met een heroïne-dealer. Twee jaar na zijn vertrek bij The Fat White Family, brengt hij nu een eerste album uit met Insecure Men. Het album is selftitled en luistert dus naar de naam Insecure Men. Maar waar The Fat White Family vooral een luidruchtige bende is die vuile punkrock maakt, is Insecure Men een kwetsbaar project dat veel rustiger is en gedragen wordt door een synthesizer met oneindige mogelijkheden.

In de aanloop naar de release bracht Insecure Men al de veelbelovende singles “Subaru Nights” en “Teenage Joy” uit. Dit is dan ook het duo waarmee het album van start gaat. “Subaru Nights” is een dromerig nummer, dat doet denken aan 80s popmuziek. Het heeft iets opgewekt, maar straalt ook een zeker somberheid uit. Ook in “Teenage Joy” leidt de keyboard de dans. Een song dat zo zou passen in een typische ‘American High school movie’ uit de eighties. Het lied bevat een vleugje Ariel Pink, zeker in het eerste deel van het nummer. In het tweede deel doet het een beetje denken aan Alex Cameron, vanwege de glamoureuze synthesizer. “Teenage Joy” is dan ook één van de beste songs op het album vanwege zijn aanstekelijke refrein.

Bij nummer vier, “Mekong Glitter” verandert de toon van het album plots. De gitaar neemt de bovenhand en we krijgen iets te zien dat al dichter aansluit bij waar Saul zich in het verleden mee bezig hield. De gitaar scheurt over het nummer en geeft een soort stonerrock-vibe af. Toch is het refrein nog steeds redelijk pop gekleurd. Met “Heatrow” neemt het album weer een bocht van honderdtachtig graden en bevinden we ons plots in Bikini Bottom, of zo lijkt het toch. De gitaar is nog steeds prominent aanwezig, maar blaast slackerpoprock. Daarnaast galmt Saul’s stem dromerig over de repetitieve keyboardsounds. De song toont weer diezelfde invloeden uit de eighties en nineties popwereld, maar heeft een heel aparte sfeer in vergelijking met de eerdere nummers.

“I Don’t Wanna Dance (With My Baby)” is het derde nummer dat vooraf werd gebruikt om het album te teasen. Het is een meezinger en het klinkt uiterst dansbaar, ook al wil Saul niet dansen. De catchy drum en vocals worden vervolledigd door een gitaar en een trompet. In “Ulster” is de stem van Saul niet meer zo hoog als in de vorige songs. Met een lage stem babbelt hij over de gitaar die in dit nummer weer duidelijk de bovenhand heeft. Instrumentaal gaat het er dit keer minder snel aan toe. Toch is de traagheid een leuke verademing voor wanneer al het synthesizergeweld even te veel wordt.

Afsluiten doet het album met respectievelijk “Whitney Houston and I” en “Burried in the Bleak”. Op “Whitney Houstond and I” klinkt plots een kinderkoor die Saul’s zang lijkt te overstemmen. Vanwaar nu net dit nummer de titel “Whitney Houston and I” krijgt, blijft het ook wat gissen, want er zijn toch enkele nummers die nog meer doen denken aan iets dat door de Amerikaanse zangeres zou kunnen geschreven zijn. Het is een trager nummer waar vooral gitaar en zang prominent aanwezig zijn. Het nummer wordt weer beïnvloed door die oudere popinvoeden. Afsluiten doet het album met “Buried in the Bleak”, een melancholische afsluiter die het einde inluidt van een album gekenmerkt door nostalgie. Het nummer verschilt wel duidelijk van de rest van het album en is zeer breekbaar. Het tweede deel van het lied is eerst een gitaarsolo en dan een pianosolo, die beiden dezelfde sombere sfeer uitdragen.

Insecure Men is een uitstekend voorbeeld van hoe lo-fi pop er zou moeten uitzien. Onder de nummers zelf is niet zoveel diversiteit, maar daar gaat het ook niet om. Het album slaagt in zijn opzet: meezingbare poptunes, met nummers die niet inwisselbaar aanvoelen en genoeg instrumentale diepte om ook effectief van het muzikale te kunnen gaan genieten. Het album toont ook de veelzijdigheid en het talent van frontman Saul Adamczewski. Voordien stond hij nog bekend als ruige postpunkgitarist en nu pakt hij uit een dergelijk popalbum: het is niet velen gegeven. Insecure men is een zeer veelbelovend debuutalbum voor een groep waar het meeste eigenlijk nog voor moet beginnen. Op 27 april is de band te bezichtigen in de Botanique in Brussel.

Facebook

 

5 maart 2018

About Author

Victor Traest


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief