Features, Interviews

Interview LUWTEN: “Bevrijdend om alles zelf te kunnen bepalen”

LUWTEN, de Nederlandse groep rond liedschrijfster Tessa Douwstra, bracht op 13 oktober haar zelfgetitelde debuutalbum uit. Die plaat staat borg voor eigenzinnige folkliedjes, met gevoel voor klank en ruimte voor elektronica en minimalisme. In 2017 gooide LUWTEN internationaal reeds hoge ogen met single “Go Honey” en hun doortocht op, onder meer, Eurosonic Noorderslag ging evenmin onopgemerkt voorbij. Een week geleden trapten Douwstra en haar bandleden hun Belgische clubtour op gang in De Roma in Antwerpen, als voorprogramma van Utrechts producer en percussionist BINKBEATS. Voor aanvang van dat concert hadden we het met Douwstra over alles wat LUWTEN zo persoonlijk, eigenzinnig en uniek maakt. Wie er vorige week niet bij was, kan vanavond (22/2) herkansing krijgen in Trefpunt (Gent).

 

Iets meer dan een jaar geleden stuurde LUWTEN het bejubelde “Go Honey” de wereld in. Vandaag neemt de Belgische clubtour een aanvang. Hoe voelt die vliegende start – want zo kun je LUWTENS debuut ongetwijfeld noemen?

Dat voelt heel goed. Toen we vorig jaar “Go Honey” online plaatsten, kregen we meteen het gevoel van ‘wow, zoveel reacties’ en ‘wow, zoveel mensen die ernaar willen luisteren’. Dat is natuurlijk te gek, maar het is ook wel gestaag gegroeid over die periode. Het voelt dus niet alsof het te snel gaat. Vorig jaar speelden we ook al veel en met Eefje De Visser gingen we mee op tour. Dat alles voelt als een goede aanzet tot waar we nu gekomen zijn.

Van kleins af aan ben je met zingen en muziek bezig. Welke muzikale paden bewandelde je in het verleden zoal en hoe gaven die ervaringen mee vorm aan Tessa Douwstra als LUWTEN vandaag?

Vroeger zong ik als kind vaak in koren, zelfs gospelkoren. Met soul- en gospelmuziek kwam ik er in aanraking. Toen ik daarna zelf liedjes ging schrijven, raakte ik wat meer bekend met folk-achtige muziek. Nick Drake en Joni Mitchell, dat soort muziek. Ik ging ook zo’n nummers maken en langzaam aan kreeg ik toen aandacht voor andere bands en zelfs popmuziek. Daarnaast studeerde ik muziek waarbij ik natuurlijk voortdurend met dat vak bezig was, maar soulmuziek is toch altijd een constante gebleven. Die manier van zingen intrigeert me enorm, net als die manier van liedjes schrijven met een gitaar. Uiteindelijk kwam de computer er ook bij. Dat alles heeft bijgedragen tot hoe Luwten vandaag klinkt.

De kiemen van Luwten werden twee jaar geleden al gelegd. Waarom duurde het zo’n poos vooraleer je ermee naar buiten kwam?

In 2014 begon ik inderdaad met schrijven. Dat is momenteel drieënhalf jaar geleden. Bij elke fase ging ik een stap verder en daar is gewoon redelijk wat tijd overheen gegaan. Ik werkte volgens een vast stramien: eerst een liedje schrijven, dan een iets uitgebreidere versie ervan maken, meerdere partijen creëren en vervolgens de partijen die ik zelf niet goed kon spelen, opnieuw laten inspelen door mijn bandleden. Daarna ging ik met al die partijen naar BINKBEATS om verder te werken aan de sound en om het mixproces op te starten. Dat heeft ook een tijdje geduurd. Uiteindelijk werk je dan toe naar het afronden van de plaat, maar elke fase heeft wel iets essentieels toegevoegd of geschrapt. Zo hou je heel wat ruimte over.

Je hebt nu een eigen studio in Amsterdam, maar die speelde slechts een kleinere rol bij de opnames?

Die studio werd tijdens het maken van de plaat gebouwd en daar heb ik toen ook aan geklust. Een paar dingen heb ik er wel gereamped. De galm van de ruimte wilde ik namelijk graag in de plaat. Toen de studio af was, heb ik de vocals voor “Indifference” er wel nog opgenomen. Maar verder is daar niks gebeurd.

Teksten en arrangementen bedacht je zelf. Ook bij alle fases van het productieproces was je steeds erg nauw betrokken. Toch spreek je altruïstisch over ‘we’ en ook op social media zijn de drie muzikanten die LUWTEN mee vormgeven, steevast te zien.

Als ik niks doe, bestaat LUWTEN simpelweg niet. Dan gaan zij niet als LUWTEN met elkaar op pad. Wat dat betreft, is LUWTEN wel iets dat bestaat omdat ik het begonnen ben. Ik schrijf de muziek, maar als we live spelen of de studio induiken, zijn mijn bandleden altijd van de partij. Het liefste heb ik hen er ook bij; het is heel fijn om met een vaste club mensen te werken. Dan word je steeds beter. Althans, dat hoop ik.

Voelt het bevrijdend om alleen te werken? Zonder regels, gebondenheid of structuren?

Nu ik met nieuwe muziek bezig ben, weet ik weer wat ik zo fijn vind aan alleen werken: geen stemmen van andere mensen in je hoofd hebben. Ik volg geen regels, maar gewoon mijn intuïtie. Wanneer andere mensen naar jouw muziek luisteren, volgen zij natuurlijk ook hun eigen intuïtie. Dan krijg je verschillende ideeën, die ook waardevol kunnen zijn. Toch zie ik mezelf als een soort artistiek directeur van LUWTEN, die weet van ‘het moet in die richting, dan kan ik het in goede banen leiden’. Samen en alleen werken; uiteindelijk vind ik het allebei heel fijn.

Ik las ergens dat je tijdens het werken aan de plaat geen besef meer van honger, tijd of slaap hebt. Heeft je bioritme zwaar te lijden onder die onregelmatige werkgewoontes?

(lacht) Dat is nog steeds helemaal zo. In een periode van creëren, laat ik dat ritme gewoon los en erna pak ik het weer op. Ik voel me trouwens best gezond.

De lyrics klinken soms vaag of doen bevreemdend en mysterieus aan, maar tegelijkertijd geven ze de luisteraar de kans om tot rust te komen en stil te staan bij het hier en nu. Waar haalde je inspiratie voor de nummers vandaan?

In het geval van deze plaat heb ik veel geschreven over wat het met je doet als je stil gaat staan op een plek en dan om je heen of naar binnen kijkt. “Difference”, bijvoorbeeld, gaat erover dat het goed is om ergens nog eens aandachtig naar te kijken, om echt de tijd te nemen om te zien hoe iemand is of wat iemand met je doet. Heel veel liedjes op de plaat gaan daarover. In die zin weerspiegelen de nummers dat introspectieve proces van stilstaan, om je heen kijken en bedenken wat je voelt, denkt en hebt geleerd na periodes van intensief en hard werken.

Niet enkel tijdens het maakproces was isolatie een kernbegrip; ook de nummers zelf willen een aanzet tot geïsoleerdheid geven, een ruimte creëren ontdaan van alle spanningen die de omgeving met zich mee kan brengen. Is het die boodschap die je met je nummers wilde geven?

Nou, ik merkte dat het er in de wereld, en ook in de muziek, zo snel aan toegaat. Je moet nóg luider zijn, nóg hoger zingen, nóg beter weten wat je wil. Zo vaak wordt gevraagd naar een zelfverzekerde, harde aanpak. Met deze plaat wilde ik dat juist niét doen. Iedereen heeft wel eens de neiging om zich heel hard uit te spreken of zo snel mogelijk aan de top te willen staan. ‘Daar draait het eigenlijk helemaal niet om’, dacht ik. Voor mij althans niet. De plaat en de teksten komen daar zeker uit voort. Er zit ook veel waarde in iets rustig aan doen. Daar kan je heel wat van leren. In elk geval ik toch.

LUWTEN betekent letterlijk ‘windvrije plaats’. Vanwaar die naam?

Op mijn computer heb ik een bestand waarin ik allerlei ideeën en ook bandnamen verzamel. Als ik ooit een Nederlandstalig project begin, zo dacht ik, dan noem ik het LUWTEN. Ik vind het gewoon een mooi woord; zes letters en een ‘n’ op het einde. Dat Nederlandstalig project kwam er niet van, maar ondertussen had ik wel nieuwe muziek gemaakt die – voor mijn gevoel – onder een nieuwe naam door moest. ‘Luwten’ vond ik heel goed passen qua sfeer en ik had het woord ook door een machine in verschillende talen laten uitspreken op de computer. In alle talen klinkt dat woord hetzelfde. In het Engels zeggen mensen ook ‘luwten’. Toen dacht ik ‘Nou, dan kan het eigenlijk wel.’ (lacht)

Je klinkt heel zacht, subtiel en voorzichtig. Allesbehalve hard. Dat maakt je tot een atypische (pop)zangeres die niet de longen uit haar lijf schreeuwt.

Ik denk dat dat enerzijds onbewust gebeurd is, maar anderzijds is het ook zo dat ik vooral muziek maakte in huizen in de stad. Dan heb je buren en wil je niet dat iedereen je hoort. Hard zingen vind ik ook heel moeilijk om te doen. Ik voel me veiliger als ik op klank en kleur kan zingen. ’s Nachts zingen met een koptelefoon op, in een huis met onder-, boven- en zijburen: dat werkt gewoon. Toch is het niet enkel uit noodzaak, maar ook omdat je een lied schrijft over dat soort onderwerp. Daarbij heel hard zingen, zou raar en ongeloofwaardig overkomen. (lacht)

Zoals gezegd, werkte je twee jaar aan Luwten. Alle nummers klinken dan ook als organisch gegroeid. Hoe ontwikkelden ze zich doorheen ‘de tijd’?

Wat de tekst betreft, waren veel nummers snel klaar. Het proces van eerst een lied maken met enkele onderdelen, vervolgens de arrangementen uitwerken, daarna de band er aan de slag mee laten gaan en uiteindelijk de postproductie; daar gaat natuurlijk een heleboel tijd overheen. In het begin waren het allemaal heel verschillende nummers, maar doorheen de tijd zijn ze qua sound en gevoel steeds dichter naar elkaar toegegroeid. Daarom leek het me goed om er een samenhangende plaat van te maken; geen ep of een verzameling van een drietal liedjes.

Hoe ga je dan te werk? Vrij analytisch of laat je alles op je afkomen en zie je dan wel hoe het verder evolueert?

Ik doe het allebei, maar dan op verschillende momenten. ‘Ik doe maar wat’ is aan het begin vooral aan de orde. Als je dan al veel regels hebt, zoals ‘het moet minimalistisch klinken’, ‘het moet zacht’, ‘het moet zolang duren’ en ‘het moet een refrein van 20 seconden hebben’, klap ik dicht. Wanneer ik start met muziek schrijven, geef ik mezelf dus altijd carte blanche. Naarmate ik er langer bezig mee ben, ga ik wel steeds analytischer te werk. In “Double For Me” vond ik een akkoordprogressie niet mooi klinken. Ik analyseerde dan maar een fragment uit een menuet van Bach om te kijken hoe hij de baslijn aanpakte. Ik deed vervolgens hetzelfde, wat een goed resultaat opgeleverd heeft. Luisteren naar andere muziek, alles even opzij leggen of iemand anders je werk laten beluisteren, kan helpen om iets ‘op te lossen’ in een nummer. In dat opzicht ga ik wel analytisch te werk.

Ik las dat je een tekst schreef over het woord ‘haircut’. Woorden en metaforiek fascineren je kennelijk. Zijn dat ook zaken die je in je teksten incorporeert?

Woorden, hun betekenis en muziek aan elkaar linken, vind ik heel leuk. Volgens mij is (muziek) schrijven – zij het bewust of onbewust – een combinatie van al die dingen. Het is én taal én muziek én gevoel én sfeer.

Heb je nog zo’n woorden die je in grote mate fascineren?

Even kijken. (denkt na) Het grappige aan “Pinball”, zit ‘m in het refrein: ‘I am the pinball / I am the deer / I hear the shot / I dissapear’. Hier maakte ik de vergelijking tussen een bal uit een pinballmachine en een hert op de weg dat ervandoor gaat wanneer het een schot hoort. Woorden kunnen meerdere dingen betekenen of meerdere plaatjes oproepen; dat fascineert mij, zeker in liedjesteksten.

Voor de finale afwerking van de debuutplaat deed je een beroep op percussionist en producer Frank Wienk, ook bekend als BINKBEATS, van wie LUWTEN vanavond het voorprogramma verzorgt. Waarom sprak je specifiek hem aan?

Ik had een paar filmpjes uit zijn Beats Unraveled project, waarbij hij bestaande nummers uit elkaar trekt en in loops opbouwt, gezien. Later zag ik hem ook nog bij Eefje De Visser spelen, wat al een hele tijd geleden is. Vervolgens stuurde ik hem een bericht: ‘Ik vind het zo tof wat jij doet, kunnen we een keertje afspreken?’ Toen zijn we koffie gaan drinken en eigenlijk zaten we sindsdien elke maand wel een keer op zondag samen in de studio. Gewoon voor de lol, maar toch zo’n anderhalf à twee jaar. Ik was toen ook al bezig met deze plaat en dacht van ‘wat we samen doen, dat wil ik graag ook met deze nummers’. Omdat ik al zo vaak met hem samenwerkte, was zijn hulp inroepen een logische stap. Een vanzelfsprekende keuze, zeg maar.

Jullie namen ‘koorzang met een glitterachtig effect’ op, zoals je het zelf benoemt. Waarom voegden Frank en jij een dergelijke dimensie aan de nummers toe?

Zowel Frank als ik blijven graag ver weg van hoge frequenties. We vinden het fijn om warme geluiden op te nemen en te gebruiken, maar voor een totaalmix van een nummer kan het dan weer goed werken om zowel lage als hoge frequenties te gebruiken. Dat trekt de mix als het ware open en we creëerden zo een breder sonisch spectrum. In sommige nummers hadden we veel hoge tonen geschrapt omdat dat een relaxed en dromerig gevoel teweegbrengt. Dat voelt allemaal iets minder heftig in your face.

Wat zijn de verwachtingen voor deze avond en voor het verdere verloop van de clubtour?

Nou, sowieso is het super leuk om samen met Frank te spelen en dan ook nog in deze mooie zaal, hier in dit prachtige gebouw (De Roma, nvdr). Een leuker begin had ik niet kunnen bedenken. Vanavond spelen we met z’n drietjes en daarna telkens met zijn vieren, zoals we normaal doen. Met Eefje De Visser heb ik al in België kunnen spelen. Ik vind het vooral leuk dat er onderlinge kruisbestuiving tussen Nederland en België bestaat. En ik heb er gewoon erg veel zin in. (lacht)

Is er een merkbaar verschil tussen het publiek in Nederland en dat hier in het zuiden?

Mensen zijn hier iets voorzichtiger, maar dat vind ik best prettig. Nederlanders zijn volgens mij iets brutaler. Dat geldt niet voor alle Nederlanders en ook niet voor alle Belgen. We moeten elkaar gewoon nog wat beter leren kennen en als dat gebeurd is, zijn we weer allemaal mensen en niet Nederlanders of Belgen. Ik heb de indruk dat veel Belgen echt van muziek houden – of in elk geval de Belgen die ik ken.

Belgen die van LUWTEN houden bijvoorbeeld?

(lacht) Ik vind het heel leuk om met die mensen te spreken.

LUWTEN doet tweemaal Londen aan. Internationaal gaat het de band dus voor de wind, zoals eveneens uit verschillende reviews in internationale muziekbladen mag blijken.

Er kruipt heel veel werk in het maken van een plaat en het is heel tof om te voelen dat het bij meerdere mensen resoneert dan enkel de mensen in je eigen omgeving of land. Niet alleen je moeder, niet alleen je vrienden, maar ook een ander publiek. (lacht) Dit is geen muziek die je elke dag op de radio hoort, maar ik denk wel dat het op veel plekken op aarde iets kan zijn wat mensen mooi vinden. Dankzij het internet en het team dat ik nu heb, kan mijn muziek al die plekken bereiken, wat ik enorm leuk vind.

LUWTEN is momenteel bezig met nieuw materiaal. Is het mogelijk om een tipje van de sluier te lichten?

Een debuutplaat is natuurlijk een werk van lange adem, maar ik dacht meteen ‘ik moet wel oppassen dat ik niet op mijn luie kont ga zitten, wachten tot ik weer tijd heb’. Heel mijn leven probeer ik nu in het teken van LUWTEN te stellen. Als we niet spelen of repeteren, werk ik zoveel mogelijk aan nieuwe muziek omdat ik zo snel mogelijk weer een nieuwe plaat wil uitbrengen. Of in elk geval dingen wil laten horen en gewoon in ontwikkeling wil blijven.

Zal de volgende plaat in dezelfde lijn qua sfeer en thematiek liggen als de debuutplaat?

Er zal ongetwijfeld een zekere ontwikkeling in merkbaar zijn. De dingen die ik nu maak, zijn iets broeieriger, meer groove-based, iets fysieker. Door veel te spelen, merken we dat we behoefte hebben aan een paar tracks waarin we ons even kunnen laten gaan. Deze muziek vergt namelijk best veel focus op het podium. We gaan dus eens kijken wat we nog meer kunnen. Al zal het zeker nog als LUWTEN klinken.

Wie LUWTEN vanavond niet aan het werk kan zien, kan dat nog op volgende data:

– Het Depot (Leuven) – 8/3

– Café Café (Hasselt) – 22/3

– Ancienne Belgique (Brussel) ) – 20/4, als voorprogramma van Faces On TV

22 februari 2018

About Author

Aline Thomas


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief