Features, Interviews, Uitgelicht

Interview VVYNN – “Never change a VVYNNing team.”

Zaterdag 18 november stond VVYNN voor de derde keer in Kinky Star, Gent. Het Aalsterse trio bracht recent hun tweede EP Lux uit en speelt de komende maanden in heel Vlaanderen. Het ideale moment om met frontvrouw en gitariste Angie Clopterop, bassist Koen Jacobs en drummer Jonathan Roseleth de backstage in te kruipen voor een interview.

Er is nogal wat verwarring over hoe jullie naam moet worden uitgesproken. Waarom schrijven jullie die als VVYNN en niet met een ‘w’ als het toch als ‘win’ uitgesproken wordt?

Jonathan: “Vroeger was het met een w, en toen zijn we te weten gekomen dat er in Las Vegas het ‘Wynn Resort’ bestaat, een casino- en hotelketen. Zij hebben de rechten op het uitbrengen van muziek onder die naam.”
Koen: “Dus we mochten wel optreden als ‘Wynn’, maar geen muziek uitbrengen.”
Jonathan: “We dachten eerst om onze naam volledig te veranderen, maar we kwamen niet echt op iets.”
Koen: “Er was niets dat pastte.”
Angie: “We waren al zo lang bezig met die naam.”
Jonathan: “Het zou zijn alsof je je voornaam moet veranderen. Als ze dat tegen mij zouden zeggen, dan zou ik ook niet weten wat dat anders kan worden. Je bent die zo gewoon, dat dat de hele chemie verandert.”
Koen: “En daarbij het grafische gegeven. Die ‘Wynn’ vrij strak geschreven, was het logo. En nu is dat zelfs beter. Symmetrischer. En het is grappig dat mensen verward zijn.”
Angie: “We horen echt van alles. V-v-y-n-n, winn, whine.” (lacht)

En wat betekent het?

Jonathan: “Licht in het Keltisch.”
Angie: “Dat is eigenlijk gewoon een Keltische jongensnaam.”
Koen: “Ja, we zeggen dat wel altijd, maar dat is toch ook gewoon omdat het goed klinkt?”
Angie: “Moest dat nu ‘stront’ betekenen, had ik dat niet gekozen.”
Jonathan: “We waren aan het jammen en schrijven en ik kreeg plots een sms van Angie met ‘WYNN’, en ik dacht, ja goed. Dus ik weet niet hoe Angie erop gekomen is, maar…”
Angie: “Ik heb gegoogeld op ‘celtic names’.”
Koen: “Echt?”
Jonathan: “Dus het was wel de bedoeling dat het een Keltische naam was.”

De nieuwe EP heet Lux en dat betekent ook licht. Dat is dus heel bewust! Maar de vorige EP heette Crumble. Was er toen geen woord dat licht betekende?

Angie: “Crumble is gewoon een woord uit een tekst.”
Jonathan: “We waren van plan om een videoclip te doen met heel veel eten. We zaten toen in een fase dat we van die jaren ’80 buffettafels vol koude schotels heel tof vonden.”
Angie: “Je ziet dat nog in het artwork. Op de cover en het binnenwerk zie je gevulde eitjes en kreeften. Het was de bedoeling om dat ook in een clip te verwerken, en dat is er gewoon nooit van gekomen.”
Jonathan: “Crumble pastte daar perfect bij. Maar we doelen niet op crumble als in appelcrumble, maar meer als in ‘everything crumbles’ en ‘landmarks crumble’.”

Oké. Maar jullie hebben wel iets met licht.

Angie: “Meer met het licht in het duister.”
Jonathan: “Het grappige is dat Koen daarnet in het repetitiekot nog zei ‘fak maat, het is zo vroeg donker, dat heeft een effect op mij.’ Ik denk dat wij alledrie vrij realistisch in het leven staan en daardoor word je vanzelf een beetje donker.”
Angie: “Ik denk dat we redelijk cynisch zijn.”
Jonathan: “En daarom zoeken we altijd een lichtpuntje.”
Koen: “Ik voel mij soms meer een plant die nood heeft aan fotosynthese.”
Jonathan: “Of een gekko op de muur die eerst een uur in de zon moet zitten.”
Koen: “Of een aalscholver die ’s morgens in het eerste zonnetje zit. Uiteindelijk kunnen licht en donker ook niet zonder elkaar bestaan. Je kan geen dal zonder hoogte hebben, je kan je niet slecht voelen zonder je goed gevoeld te hebben. Het is een beetje die contradictie waarmee we spelen.”
Jonathan: “Je merkt het ook aan Angies teksten.”
Angie: “Die gaan over miserie. Maar we amuseren ons wel.”
Jonathan: “Als we bespreken waarover een nummer moet gaan, zijn dat dingen uit het leven, dingen die echt schijt waren.”
Angie: “Wat is er nu weer tegengevallen? Oké. Daar gaan we een nummer over schrijven.”

In jullie bio schrijven jullie dat jullie te laat geboren generatie X’ers zijn.

Angie: “Wij hadden generatie X willen zijn, maar we zijn te laat. We voelen geen verwantschap met de huidige generatie. Puur qua muziek hou ik enorm van de jaren 80 en 90. Er zijn wel hedendaagse bands die ik graag hoor, maar meestal luister ik naar 90’s.”
Koen: “Als je kijkt naar het verschil tussen de jaren 90 en nu qua maatschappij en cultuur, is er een enorme shift gebeurd. Als je nu een beetje anders denkt dan de conventie ben je genaaid. Als je een buitenbeentje bent, een beetje anders bent of denkt, krijg je last. Dat gevoel hebben wij alledrie wel.”

Oorspronkelijk bestond VVYNN uit Angie en Jonathan als duo. En toen kwam Koen erbij. Jullie kenden elkaar wel al langer. Maar hoe is die overgang van duo naar powertrio gegaan? En welke invloed heeft dat op de nummers gehad?

Jonathan: “We hebben Koen erbij genomen omdat we altijd wel het gevoel hadden dat de muziek wat bas en gelaagdheid mistte.”
Angie: “We hebben dat eerst proberen oplossen met een pedaal.”
Jonathan: “Ja en met twee versterkers, één op low en een andere op high en midtones. Maar dan werden we gevraagd door een Canadese band, Ought, als voorprogramma in de Botanique. Dat was toen de vetste show die we konden doen in de periode dat we al bezig waren, dus we moesten ervoor zorgen dat we die gelaagdheid hadden.”
Angie: “Dat was moeilijk, want we wilden met ons tweeën blijven omdat mensen dat magisch vonden.”
Jonathan: “Mensen vroegen zich af wat onze relatie was. Een koppel? Broer en zus? Daar was zo’n fantasie rond.”
Angie: “We schreven ook alles samen. Dus we wisten niet of we daar iemand bij konden nemen zonder dat kapot te maken. Maar Koen was al een jaar aan het zagen om bij ons te spelen.”
Koen: “De eerste keer dat ik hen zag spelen zei ik: jullie hebben een bassist nodig. Bel me.”
Jonathan: “Toen wij aan het zoeken waren naar iemand die pastte, was Koen ook de enige die we daarin zagen.”
Angie: “En dan was zijn eerste optreden meteen in de Botanique. Maar dat was goed!”
Jonathan: “In het begin volgden de baslijntjes vooral de gitaar, en nadien zijn de nummers nog wel meer veranderd, en heeft hij de baslijn meer naar z’n hand gezet.”
Koen: “Ik had anderhalve maand om de set vanbuiten te leren, dus ik had ook niet echt tijd om meer te doen.”
Angie: “Nieuwe nummers zijn echt meer geschreven zodat de bas een eigen plek heeft.”
Jonathan: “Vroeger moest Angie lead en rhythm samen doen, en dat was moeilijk. Nu is dat makkelijker, want nu kan dat gesplitst worden.”
Jonathan: “Het zijn vooral Angie en ik die schrijven, al schrijf ik nu meer omdat ik meer tijd heb. Ik heb ook een elektrische drum, bas en gitaar staan, dus het is makkelijk om een idee op te nemen. Dan stuur ik alles door en beslist de rest wat ze leuk vinden en wat niet, en dan wordt dat gearrangeerd.”
Angie
: “Er verandert ook nog veel door zanglijnen. Maar de basis begint nu vooral bij Jonathan.”
Jonathan: “Soms heb ik een fragment van 30 seconden, soms een nummer van 4 minuten. Ik hou er rekening mee dat er nog zang bijkomt, en dat verandert de muziek wel. Ik heb ook altijd een basisbaslijn, en dan mag Koen daar zijn ding mee doen.”
Koen: “Het is interessant om te horen wat er in zijn hoofd zit qua bas, en daarna kijk ik wat daarmee kan gebeuren. Ik denk dat dat voor gitaar ook wel zo werkt.”

De exacte geheimen zullen we hier niet prijsgeven. Wat opvalt is dat jullie veel akoestische sets doen, en dat is niet iets wat we bij alle bands zien. Waarom doen jullie dat?

Koen en Jonathan: “Da’s wijs.”
Angie: “Ze hebben dat ons eens gevraagd. Bij Amok (een koffiebar in Aalst, red.) hebben we het gedaan, bij Qarfa (een restaurant in Aalst), en daarna bij Stad Aalst voor Reveil (een kunstenfestival). Amok had ons dan nog eens gevraagd om onze set zoals we die vandaag doen te spelen, maar we hebben het afgelopen jaar zoveel in Aalst gespeeld dat we die liever akoestisch deden. En mensen horen dat wel graag.”
Koen: “Uiteindelijk wil een muzikant spelen en gehoord worden. We spelen dezelfde nummers maar op een andere manier en dat is leuk om jezelf opnieuw uit te vinden.”
Jonathan: “Ik vind het fijn dat die set wat intiemer wordt.”
Koen: “Je hebt dus het praktische aspect, dat je meer speelkansen hebt en het creatieve.”
Angie: “En Jonathan kan tonen dat hij ook gitaar kan spelen.”
Koen: “Een nummer ‘akoestifieren’ is ook tof.”
Angie: “Het is ook fijn dat het gewoon werkt. Vroeger begonnen onze nummers akoestisch.”
Jonathan: “We vervormden die daarna elektrisch, en nu gaat het meer omgekeerd.”
Koen: “Ze zeggen ook dat je een goed nummer daaraan herkent, dat je het akoestisch moet kunnen brengen. Ik wil dat nu niet over onze eigen muziek zeggen hé.” (lacht)

Hoe zit het nog met de muziekscene in Aalst? Gebeurt er veel? Daar lijkt altijd zo’n speciaal aura rond te hangen.

Angie: “Ja, we hebben dat nog al gehoord.”
Jonathan: “Aalst heeft gewoon zo’n apart imago buiten de Denderstreek, zodat het het Charleroi van Vlaanderen zou zijn. En misschien dat het daarom mysterieuzer lijkt, en dat er veel gebeurt.”
Koen: “Ik hoorde daarnet nog dat Aalst het Seattle van België is.”

Het Seattle van de jaren 90 met grunge en punk? Da’s wel een fijne referentie.

Jonathan: “Aalst is klein en daardoor heeft iedereen in Aalst al wel eens met iemand anders in een band gezeten. Dus ik denk dat ze dat bedoelen met Seattle.”
Angie: “Aalst leeft tegenwoordig weer meer, vroeger had je ook heel vaak optredens. Daarna is het er een aantal jaren nogal stil geweest. En nu is er weer van alles te doen, vooral door de Cosa (Aalsters café). Maar het is jammer dat die vooral niet-Aalsterse bands boeken, en dat er voor bands uit Aalst minder ruimte is.”
Jonathan: “Ik denk dat er in Aalst niet zo’n grote werking is om lokaal talent te steunen.”
Angie: “Er komt wel publiek naar onze shows hé, maar bij andere bands lijkt dat soms minder.”
Jonathan: “Aalst heeft altijd goede muzikanten. Maar qua muziekgenre krijg je wel wat je verwacht. Je zal niets experimenteels krijgen, het is meer in your face, straight to the point muziek.”

Hoe omschrijven jullie jezelf? Als je er een genre op moet plakken?

Angie: “Ik denk dat genres niet echt meer bestaan. In het begin zeiden we dat we poprock speelden, en nu noemen mensen ons post-punk.”
Jonathan: “Ik denk er instrumentaal misschien wel wat punk inzit, een drum die punk is of een gitaarlijn die grunge heeft.”
Angie: “We spelen sowieso rock, en we hebben vooral veel 90’s-invloeden.”
Jonathan: “Ja, en die gooien we in de betonmolen. Dat is ook de muziek waarmee wij opgegroeid zijn.”
Koen: “Het is grappig dat iedereen ons met een andere band vergelijkt, van Placebo tot Nirvana, maar dat er wel vaak die link met de 90’s of muziek uit begin 2000 gelegd wordt. Meestal is het fijn, omdat het bands zijn die we zelf goed vinden.”

En, hoe ziet de toekomst eruit voor VVYNN? Een vierde en vijfde lid? En gaan jullie op tour in casino’s?

Koen: “Ooit met een orkest.”
Jonathan: “Een tour in Amerika, waarom niet. Als Wynn ons belt om in hun casino’s te spelen. Maar een vierde of een vijfde lid niet. Je ziet soms bands die na hun eerste plaat die goed onthaald wordt denken ‘hoe overtreffen we dit?’ en dan nemen ze er synths bij of een violist.”
Koen: “Zelfs Triggerfinger zijn nu met vier.”
Jonathan: “Ik vind dat niet nodig. never change a VVYNNing-team!”
Angie: “We hebben nu een 15-tal optredens, een soort van tour door heel Vlaanderen. Het zou fijn zijn om eens in Wallonië te spelen, en zeker om de buurlanden eens te doen.”
Jonathan: “Dat is echt niet makkelijk om van Vlaanderen naar Wallonië te raken.”
Koen: “Je moet de connecties hebben.”
Angie: “We hebben ook geen booker of manager en dat scheelt wel.”

Is dat een oproep voor iemand die jullie booker wil worden?

Angie: “We merken dat het moeilijk is om shows vast te krijgen. Je hebt bookers met bands en dan zie je op affiches altijd dezelfde namen.”
Jonathan: “Je moet ook al wat naam hebben. Het is al moeilijk om zelfs in Hasselt te spelen. België is een scheet groot en het is al een heel gedoe om twee provincies verder te gaan.”
Koen: “Vroeger wou iedereen coureur worden, nu willen ze muzikant zijn. Maar ik heb het gevoel dat dat niet altijd mensen zijn die echt de nood hebben om muziek te maken. Als ik geen muziek maak voel ik mij miserabel. Ik heb dat even hard nodig als ademen. En dat is niet bij alle bands, maar sommige bands lijken niet te bestaan uit noodzaak, maar meer uit opportuniteit.”
Jonathan: “Muziek maken is iets wat natuurlijk moet voelen.”
Koen: “We hebben al tips van professionals gekregen die zeggen dat we serieuzer moeten zijn als we op een podium staan en niet mogen lachen.”
Jonathan: “Gohja, professionals.”
Koen: “Maar aan de andere kant horen wij van het publiek dat ze het fijn vinden om te zien dat wij ons amuseren. Ik wil geen persona spelen.”
Jonathan: “Je moet ook niet veranderen omdat andere mensen dat zeggen.”
Koen: “Je moet niet poseren. Je bent jezelf. Dat is al erg genoeg.” (lacht)
Angie: “Om daarop verder te gaan, dat je je slecht zou voelen als je niet kan spelen. Ik ga werken om te kunnen spelen. Ik ga niet werken om een huis te kunnen kopen. Ik moet geld hebben om alles te kunnen doen, en dat is muziek.”
Koen: “Al mijn geld gaat naar gear en muziek. De rest interesseert mij niet.”
Jonathan: “Bij mij is dat een hele dag mailen, bellen, schrijven om optredens te regelen.”
Koen: “We hebben eigenlijk alledrie een extra fulltime job als je het zo bekijkt.”
Jonathan: “In dat opzicht is een booker interessant, dan kunnen wij ons focussen op muziek spelen en niet meer bezig zijn met de rompslomp daarrond. Maar wel iemand die weet waar onze muziek past.”

Hebben jullie gekke rituelen?

Jonathan: “Vroeger kusten Angie en ik voor een show.”
Angie: “Maar nu niet meer.”
Koen: “Omdat hij dat met mij niet wou doen, en ik mij dan uitgesloten voelde.”

En was dat met tong?

Jonathan: “Ik wou wel tong. Zij kreeg tong. Ik niet.”
Angie: “Als hij een vrouw was geweest, zou hij wel een tong krijgen. Maar nu hebben we niet echt iets meer. Misschien moeten we iets nieuws verzinnen. In elkaars straal plassen, of zo.”

Wat staat er op jullie droomrider?

Jonathan: “Zure aardbeisnoepjes.”
Koen: “Een deftige backstage.”
Angie: “Een striptease of lapdance van een vrouw. Dat zou toch tof zijn voor een optreden?”
Jonathan: “Het plaatselijke streekbiertje.”
Angie: “Er staan nu vooral drank en sigaretten op.”
Koen: “Ik drink wel niet hé.”
Jonathan: “Misschien moeten we ons laten sponsoren.”
Koen: “Maar niet door Heineken.”
Jonathan: “Door een kledingmerk.”

Dat vroeg ik me nog af. Jonathan, je hebt een eigen bandshirt aan. Is dat omdat dat goedkoper is dan een banner of…?

Jonathan: “Ik heb die aangedaan met het idee dat als mensen die zien, er sneller een gaan willen. Het is de eerste keer dat ik hem draag en hij zit heel goed.” (lacht)

Oké, lezers kunnen er alvast een bestellen via info@vvynn.be. Hebben jullie nog een boodschap voor de toekomstige fans?

Koen: “We love you!”
Jonathan: “Boek ons! We spelen voor een redelijke prijs.”

Waar voor je geld, dus! Merci VVYNN.

21 november 2017

About Author

Carlien Coppieters


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief