Features, Interviews

Interview Alex Cameron: “Hij was meestal naakt wanneer hij in de studio vertoefde”

Exact een week geleden kwam Forced Witness, de tweede langspeler van Alex Cameron, uit. In 2016 verscheen Alex op de radar met de release van zijn debuutplaat Jumping The Shark, een plaat die door heel wat media heel goed werd ontvangen. Zijn tweede plaat klinkt op heel wat vlakken anders dan die eerste plaat en daar mochten wij het samen Roy Malloy en Alex Cameron over hebben. 

Heren, binnen enkele maanden komt de nieuwe plaat uit. Welk gevoel wekt dat bij jullie op?

Alex: “Ik voel me echt fantastisch. Ik kan eigenlijk echt niet wachten tot de dag van de release. Er is ook helemaal geen sprake van stress of schrik, ik heb er vertrouwen in en ik kijk ernaar uit om terug te gaan werken, om terug op pad te gaan. Ik denk niet dat we in een wereld leven waarin we schrik hoeven te hebben, het hoort gewoon bij onze job. Zoals iedereen wel weet, hebben we vorig jaar onze eerste plaat uitgebracht en binnenkort komt daar de waardige opvolger van uit. Zo gaat dat nu eenmaal als muzikant.”

Forced Witness klinkt een stuk gemakkelijker dan Jumping The Shark. Heb je daar bewust voor gekozen?

Alex: “Nee eigenlijk niet. Beide platen zijn gewoon opgenomen in andere omstandigheden en met andere materialen. Forced Witness leunt wel al een pak dichter aan bij het voor mij ideale album, dat ik ooit op een dag wil en zal uitbrengen. We hadden deze keer een bepaald doel voor ogen en we hadden geluk dat we meer geld hadden dan de vorige keer, waardoor we zoals eerder gezegd met betere materialen konden werken.”

Hoe verliep het proces in de studio?

Alex: “Het was zeer intens voor mezelf omdat er heel veel momenten waren waar er enorm veel druk op mijn schouders werd gelegd. Waarschijnlijk ook deels omdat ik alles zelf wou doen en ik met momenten nogal perfectionistisch kan zijn. Ik wou echt dat de plaat tot in de details klopte, het moest gewoon zo goed mogelijk klinken. Gisteren heb ik trouwens gedroomd dat ik één van de nummers van de plaat opnieuw wou opnemen omdat ik er opeens niet meer tevreden mee was. In mijn droom had ik alles mooi klaargezet om er zo snel mogelijk aan te kunnen beginnen, tot opeens alles in elkaar stortte en ik aan het sterven was van de stress. Bon, op het einde van mijn droom besefte ik dan gelukkig wel dat het nummer perfect is zoals het nu is en er eigenlijk niets aan hoeft te veranderen.”

Het album heet Forced Witness, heeft dit iets met jullie te maken?

Alex: “Ja hoor, het heeft voor mij echt wel een persoonlijke betekenis. Als we live aan het optreden zijn of in de studio muziek aan het schrijven zijn, dan doen we eigenlijk constant een soort onderzoek en zoeken we naar bewijzen. Het idee is dat we documenten maken van gebeurtenissen en dan ontstaan er daar veelal een nummer uit. Het idee om een geforceerde getuige te zijn, komt doordat we de dag van vandaag overrompeld worden door nieuwsberichten. Wij moeten dan voor onszelf gaan uitmaken wat relevant is en wat rechtstreeks de vuilbak in mag. We kunnen dan misschien niet zelf beslissen welk nieuws er op televisie wordt getoond, maar we kunnen wel kiezen of we het nieuws al dan niet gaan geloven. Dus je kunt wel stellen dat we op heel veel manieren geforceerd worden, maar voor sommige mensen voelt dit eigenlijk gewoon aan als een gewoonte.  Ik wil voornamelijk verandering creëren en ik hoop dan ook uit het volste van mijn hart dat onze maatschappij zal evolueren van een maatschappij die alles zomaar bekijkt, naar een actieve maatschappij.”

Wat is het grootste verschil tussen Jumping The Shark en Forced Witness?

Alex: “Wel, ik ben als songschrijver enorm veel gegroeid, ik had meer geduld om mijn ideeën tot hun recht te laten komen. Wanneer ik een bepaald nummer niet kon afwerken, dan liet ik het gewoon wat rusten om het dan later af te ronden. Bij Jumping The Shark schreef ik een volledig nummer in een dag, dit was bij Forced Witness zeker niet het geval, ik heb mijn tijd genomen. Ik heb deze keer ook veel meer nagedacht over de structuur van de songs, hoe ik bepaalde nummers nog krachtiger kon maken bijvoorbeeld. Wat ik deze keer ook meer wou uitspelen, is onze fantastische saxofonist Roy Molloy.”

Fotograaf: Leon De Backer

Waar haal je je inspiratie voor het schrijven van teksten?

Alex: “Vooral van wat ik heb meegemaakt en wat ik heb gezien. Mijn inspiratie haal ik heel vaak uit persoonlijke tragedie. Heel veel teksten zijn gebaseerd op liefde, passie en seks, maar ook op de typische giftige mannelijke aandoening. Jonge mannen beginnen nu wel stilletjes aan te leren hoe je die moet bestrijden en dat is een goed teken. Ik hoop dan ook dat alle jonge mannen zich met tijd zullen kunnen verzetten tegen de typische ijdele man die wij de dag van vandaag gewoon zijn. Heel veel inspiratie vloeit voort uit het feit dat ik geen verhalen wil vertellen die ons aanmoedigen om het verleden te vergeten. Ik wil net het omgekeerde bereiken. Ik wil verhalen vertellen die ons aanmoedigen om uit het verleden te leren. Als mannen het gewoon zijn om vrouwen te beledigen, dan denk ik niet dat we progressie zullen maken door dit feit te vergeten, maar wel door het feit te herkennen en eraan te werken.”

Een van de nummers heet “Marlon Brando”, kan je dit even verklaren?

Alex: “Marlon Brando is voor mij persoonlijk een heel speciaal iemand. Ik heb dat nummer geschreven voor alle controversie die vorig jaar ontstond rond Marlon Brando, dus toen dat gebeurde kon ik het bijna niet geloven omdat het nu zo relevant is. Het nummer gaat over een verwarde man die zichzelf dieper en dieper in de put graaft en voor mij is Marlon Brando een persoon, waarvan ik niet kan snappen dat het iemands idool is. Want als ik mensen hoor vertellen dat ze zich voelen zoals Marlon Brando, dan denk ik in mezelf dat die mensen zich als een stuk stront voelen. Marlon Brando is een persoon die heel veel zaken heeft om aan te werken, dus hem als idool hebben, vind ik eigenlijk echt wel een uitdaging. Vandaar de titel, Marlon Brando.”

Op Forced Witness heb je samengewerkt met o.a Angels Olsen, hoe is dat tot stand gekomen?

Roy: “Angel Olsen is eerst en vooral een super goeie vriendin van Alex en mezelf. Tijdens de opname van het nummer was ze trouwens heel genereus tegenover ons.”
Alex: “Ja klopt, zij was in Los Angeles op hetzelfde moment als Roy en mezelf en we waren constant demo’s naar elkaar aan het doorsturen van onze nieuwe plaat. Toen zei ik haar gewoon dat ik het gevoel had dat “Stranger’s Kiss” een duet moest worden tussen haar en mezelf en ze had er eigenlijk meteen zin in.”

Het nummer doet me in feite wat denken aan Bruce Springsteen, kan je me daarin volgen?

Alex: “Ja klopt, het is dan ook een echt country nummer. Ik heb het eigenlijk eerst geschreven met Roy Orbison in gedachten en toen begon ik meer en meer te neigen naar artiesten zoals Kenny Rogers en Dolly Parton. Maar je hebt gelijk, er zit zeker wat Bruce in het nummer, vooral dan de opbouw in het refrein.”

Je hebt ook samengewerkt met Kirin J. Callinan, hoe was het om met hem samen te werken?

Alex: “Hij is heel erg wild. Hij was ook meestal naakt wanneer hij in de studio vertoefde. Kirin en ik benaderen muziek alle twee op een heel andere manier, maar het enige wat we beide gemeenschappelijk hebben, is dat we een goed nummer als einddoel wilden bereiken. Er is nooit sprake geweest over onze ego’s die we al dan niet wilden laten doordringen in de nummers, het enige waar we eigenlijk samen naartoe hebben gewerkt, is de spirit van het nummer en vooral de kwaliteit ervan.”

Jullie hebben nu ook al enkele shows gespeeld, hoe is het om de nieuwe nummers live te spelen?

Alex: “Het is fantastisch. We hebben op onze laatste tour enkele nieuwe nummers gespeeld en het publiek ging er op los, ook al hadden ze de nummers nog nooit eerder gehoord. We worden ook steeds beter en beter in het brengen van deze kersverse liedjes. Wat ons het meest opvalt, is dat ze live heel erg krachtig overkomen. Ik geloof echt heel hard in die songs.”

Fotograaf: Leon De Backer

Spelen jullie ondertussen al met een voltallige band?

Alex: “Bijna, we zijn ondertussen al met vier. Maar in mijn ideaalbeeld moeten we met vijf zijn, er ontbreekt dus nog eentje. We hebben nu een gitarist, een drummer, een saxofonist en mezelf. We gebruiken momenteel nog automatische synthesizers, en dit willen we uiteindelijk gaan vervangen door een echte toetsenist. Het enige probleem is, dat het veel geld kost en dit hebben we momenteel echt niet.”

Want vorig jaar speelden jullie nog in Gent en toen waren het enkel jullie twee. Was het niet moeilijk om live dezelfde sfeer te creëren als op de plaat ?

Roy: “Wel, voor de nummers van op Jumping The Shark viel dat eigenlijk heel goed mee aangezien het er vaak veel minimalistischer aan toe ging dan op Forced Witness. Moesten we nu optredens doen met enkel een saxofoon en vocals, dan zouden de nummers van de nieuwe plaat echt niet tot hun recht komen.”

Wat verkiezen jullie zelf? Met een band spelen of enkel met jullie twee?

Roy: “Tja, met de band spelen is toch wel een pak plezanter. We moesten vroeger met ons tweetjes optreden omdat we gewoon echt geen geld hadden. We hebben veel meer ambitie dan enkel met ons tweetjes de ganse wereld rond te touren. We willen er binnenkort echt staan als voltallige band.”

Hebben jullie ondertussen jullie sound gevonden? Of zijn jullie nog aan het evolueren?

Alex: “Ik zou er wel mee kunnen leven als onze sound de komende jaren blijft zoals het nu is. Maar toch denk ik dat er nog heel veel ruimte is voor verbetering, ik kan nog duidelijker zijn in mijn teksten en daar wil ik dan ook aan werken. Maar dat zal dan voor de volgende plaat zijn.”

Wat brengt de toekomst nog voor Alex Cameron?

Roy: “Werken, werken, werken en nog eens werken.”
Alex: “Ja, er zit niets anders op. Ik zal blijven schrijven en hopen dat mensen mijn nummers meer en meer gaan appreciëren. Er valt heel wat te vertellen over de wereld die wij momenteel aan het creëren zijn, dus ik zou het ook echt heel fijn vinden om ooit een film te maken. We zien wel wat er op ons afkomt.”

Om af te sluiten, Roy als ik uw Instagram eens bekijk, dan zie ik overal foto’s van grote kranen? Vanwaar de liefde voor deze objecten?

Roy: “(lacht) Je bent werkelijk de eerste persoon die mij ooit deze vraag heeft gesteld. Ik weet het eigenlijk zelf niet zo goed. Enkele jaren geleden werd ik opeens gefascineerd door van die grote werkkranen, ik vind ze gewoon prachtig. Het gekke aan die kranen is dat ze de horizon domineren. Als je ze op hun geheel bekijkt, dan zijn ze eigenlijk heel erg lelijk. Maar eens je ze dan ziet staan aan de horizon, dan zijn ze zo imposant. Ik haat ook echt enorm hoe grootsteden de dag van vandaag aan het evolueren zijn. Maar dan zie ik zo’n kraan staan en dan krijg ik het diep vanbinnen toch wel een beetje warm.”

Bedankt voor jullie tijd en heel veel succes!

18 september 2017

About Author

Thibault Vander Donckt


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief