Features, Interviews

Interview Thurston Moore: “Hoe vreemder, hoe beter”

©CPU – Christophe Brysse

Onlangs trad Thurston Moore voor een zoveelste keer op in België. Dit keer niet in een kleine obscure zaal, maar wel op Rock Werchter. Na het concert hadden we de kans om de man te interviewen. Een legende die met zijn soloproject bewijst dat hij een straffe muzikant is. We hadden het onder meer over zijn meest recente album Rock N Roll Consciousness, zijn curatorschap van Sonic City in Kortrijk en de wereld zoals hij vandaag is.

Je bent alweer in België te vinden, de laatste jaren ben je hier verschillende keren geweest. Wat vind je zo speciaal aan het land?

Het is een erg vriendelijke plaats, ik voel me hier altijd welkom. De muziekscene is erg cool. In België kom ik goed overeen met Dennis Tyfus, die nu zelf met ons mee is op tour. Hij heeft een label Ultra Eczema en daarop brengt hij de meest vreemde en obscure muziek ter wereld uit. Hij doet dat al sinds mensenheugenis en het is een artiest die alles zelf doet. Hij brengt mij naar Antwerpen of Brussel om echt super obscure optredens te doen. Daarnaast heb ik nog een vriend, Tommy, die in Brussel een zaal heeft waar hij ook Crack Festival doet. Ik speel dan ook in zijn club wat ik wel plezant vind. Ik leef in Londen dus het is makkelijk voor mij om naar hier te komen.

De Belgische shows zijn veelal kleinere shows, op Rock Werchter speelde je een grote show. Naar wat gaat je voorkeur uit?

Grote shows op festivals zijn gek. Je krijg niet meer dan een ‘line check’ waardoor je nooit zeker weet of het geluid perfect zal zijn. Hierdoor kan het een beetje vreemd of wild klinken waardoor een zekere focus belangrijk is. Ik speelde al verschillende grote shows maar evengoed speelde ik al voor slechts vijf personen, ik hou er van om af te wisselen. Waar mijn voorkeur nu naar uitgaat? Ik hou van de intimiteit van een club waar je de volledige controle over het geluid hebt, vanzelfsprekend beter speelt en een sterkere relatie met het publiek hebt. Toch hou ik er ook van om voor duizenden mensen te spelen op een gigantisch podium. Het voelt gemeenschappelijk aan op een grote manier. De kracht van het delen is bij zo’n shows immens omdat het gevoel overwegend positief is op een festival. Iedereen is er voor zijn plezier waardoor het politiek echt een geweldige beleving is. Een krachtig signaal om bij te horen, maar voor mij heeft iedere soort show zijn eigen waarde.

Je hebt recent een album uitgebracht, deze nummers speelde je al een lange tijd live. Laat je jouw nummers groeien live tot ze echt helemaal tot zijn recht komen, of hoe gaat dat in zijn werk?

Er zijn niet echt regels rond gemaakt. Normaal gezien schrijf ik de nummers en toon ik ze daarna aan de muzikanten. Voor Rock N Roll Consciousness toonde ik ze niet tot we ze in de studio opnamen. Hierdoor moesten we eerst enkele uren gewoon worden aan het materiaal om het daarna direct op te nemen. Twee van de songs hadden we al samen geoefend en dan live gespeeld, maar de rest is eigenlijk in de studio ontstaan. Het zou een groot voordeel zijn als we songs kunnen repeteren en live spelen om ze daarna pas op te nemen. Toch gebeurt dit zelden bij ons. Meestal is dit het geval bij bands die net beginnen en die nog niet veel nummers hebben. Ze moeten het wel live oefenen om hun plaat te kunnen opnemen. Hierdoor zijn die eerste platen meestal ook de sterkste omdat de songs live konden groeien. Daarna schrijf je liedjes met in het achterhoofd de gedachte dat je het in een studio zal opnemen voordat je ze kan laten ademen. Zo gaat het historisch gezien altijd met bands.

Alle nummers op Rock N Roll Consciousness bloeien open live. Ik wou dat we de klok konden terugdraaien want de manier waarop we ze nu live spelen, klinkt het veel levendiger. Dat gebeurde niet in de studio, hoewel ik ze ook heel goed vind. Bij een opname in de studio is er ook het aspect van de studio, welke ruimte, welke producers en engineers. De kwaliteit van het geluid heeft dus veel te maken met het esthetische aspect van de plaat. Live en studio zijn twee verschillende dingen en het is plezant om steeds een andere sound neer te zetten.

Je cureert in Kortrijk het Sonic City festival, hoe zijn ze bij jou terecht gekomen?

De organisator kwam bij mij terecht en ik was meteen te vinden voor het idee. Het is als een mixtape maken. Samen met het cureren komt er ook een verantwoordelijkheid. Je kan niet zomaar twee dagen industriële noise gaan programmeren. Dat zou ik wel graag doen, maar er zou geen kat op afkomen (lacht uitbundig).

Zijn er bepaalde regels die je werden opgelegd of kan je jouw zin doen?

Ik kan ongeveer wel doen wat ik wil. Ik krijg wel verschillende suggesties van bands die aan het touren zijn. Dan bekijk ik die lijst wel eens en vertel ik welke er wel interessant blijken te zijn. Dus ze beïnvloeden mij wel een beetje maar de initiële lijst komt toch van mezelf.

Hoe ga je te werk als je een festival moet cureren?

Ik kies vooral hetgeen waar ik zelf van op de hoogte ben. In het algemeen ga ik zelf weinig kijken naar traditionele rockbands. Wat ik zelf wel eens durf bekijken, is avant garde jazz, improvisatie of heel open experimentele muziek. Dat is het grootste deel van de muziek die ik weet te appreciëren maar het is niet dat ik tegen klassieke rockbands ben. Een band zoals The Ex uit Nederland of van die vintage bands uit de seventies zoals Television ben ik zeker even grote fan van. Ik denk ook dat mijn eigen groep zoals die bands klinkt. We zijn heel traditioneel gestructureerd maar brengen een heel onorthodoxe stijl. Dat zijn de dingen die ik goed vind en het is moeilijk om dat in twee dagen te steken, dat is veel te weinig voor de muziek die ik zou willen programmeren. Ik hou namelijk ook van enkele weirdo hip hop. Ik probeer er ook op te letten dat het niet alleen maar blanke mannen zijn die lawaai maken. Het is belangrijk om diversiteit te programmeren; verschillende etniciteiten en ik probeer om er veel vrouwen bij te betrekken. Het moet geen ‘sausage fest’ worden.

Op de affiche staat onder meer This Is Not This Heat, een band die leden van jouw groep bevat. Is dat ook iets waar je rekening mee houdt bij de programmatie van het festival?

Niet per se maar de familiaire connectie is iets wat ik wel belangrijk vind. Ik wil mijn vrienden er bij hebben en toevallig zitten veel van mijn vrienden in bands waarmee ik geassocieerd word. Hierdoor blijft het ook gebonden aan mijn interesses. This Is Not This Heat is fantastisch en het is geweldig om betrokken te zijn bij het spelen met hen. Natuurlijk ga ik geen vrienden uitnodigen die super slechte muziek spelen, dan nodig ik ze liever niet uit (lacht).

Op je muziek is er tegenwoordig veel mystiek te vinden, probeer je hiermee een droomwereld te creëren?

We werken de laatste tijd veel samen met de poëet Radio Radieux. Zij schrijft vooral over feministische mystiek in haar werk, ze is namelijk zelf een transgender dus weet waarover ze spreekt. Samen met haar hebben we enkele nummers geschreven waarbij zij vooral de lyrics schreef. Dat definieerde de kwaliteit van de teksten. Het is fascinerend om die teksten te schrijven in een klimaat waarbij er veel factoren van administratie zijn die enkel gericht zijn op het apparaat en paranoia in de maatschappij. Ze focussen hierbij op geld als het grootste goed en een ontsnapping uit de maatschappij. Het demoniseren van culturen die geterroriseerd worden door oorlog is hierbij ook belangrijk.

Hierdoor wilde ik een plaat schrijven die meer gericht was op de historische emblemen van krachten over het negationisme van liefde en haat. Het gevolg hiervan was dat ik enkele boze nummers schreef, maar ze zijn van de plaat gehaald. Ik wilde dat de plaat meer een document was van het nieuwe, een soort van lente. Een soort erkenning van de cultuur waarin ik ben betrokken. Een eer tegenover de fascistische rechtse agenda dat in vele Westerse culturen wordt naar voor gebracht. Dat was het idee bij de volgorde van de plaat. Normaal gezien ging de plaat vorig jaar uitkomen maar doordat het zo’n gek jaar was met de presidentscampagnes, voelde het verstorend aan om hem dan te brengen. Toen de vreselijke uitkomst van de verkiezingen bekend werd, besloot ik om de plaat in de lente uit te brengen en de politieke nummers er van te halen. Ik bracht onlangs “Cease Fire” uit dat een soort van anti-extremisme nummer is, dat paste niet op de plaat dus bracht ik het op zichzelf uit. Ik heb nog een ander nummer “Miss Liberty” dat binnenkort ook zal uitkomen en zich ook over de politiek uitspreekt.

Dus het is voor jou belangrijk om nummers te schrijven over wat er gebeurt in de wereld?

Ik heb het gevoel dat ik het moet doen; activisme verspreiden en boos worden. Ik vind het wel belangrijk om geen namen te noemen. Ik moet de vijand niet letterlijk vermelden maar wel hetgeen dat gebeurt algemeen beschrijven. Dat is mijn soort van activisme en politiek, het niet rechtstreeks aanvallen van personen.

Probeer je dan live die boodschap ook over te brengen of is dat minder belangrijk?

Soms praat ik daar wel over op het podium maar daar is het een zeer lastige situatie om dat te doen. Mensen die naar een concert komen, doen dat niet om mij te horen praten over tijdelijke problemen in de wereld. Ze willen meer genieten van het leven. Toch zijn er artiesten zoals Bruce Springsteen of Patti Smith die op een zeer goede manier hun boodschap kunnen overbrengen. Ik probeer dat ook wel eens te doen, maar je moet er niet in overdrijven. Op festivals doe ik dat minder omdat ik de muziek liever laat spreken en dat als cadeau wil geven aan het publiek. Het verschilt natuurlijk iedere avond en je moet het wat aanvoelen wat er kan en wat niet kan.

Op een bepaald concert niet zo lang geleden vertelde je eens na een nummer “Thank you weird motherfuckers”. Vermoed je dat jouw publiek vreemd is?

Ik hou van vreemd, hoe vreemder hoe beter. Ik weet wel niet meer dat ik het zei, maar ik denk dat ik gewoon gelukkig was en dat het er eens uit moest. De verdorvenheid van taal is iets zeer speciaal. Als ik naar een festival ga en daar de band iets hoor roepen naar het publiek als “Hey, how are you feeling come ooonnn!!!”, dan wil ik net het tegenovergestelde doen. Ik wil soms gewoon niets zeggen, ik wil geen ritueel opbrengen dat zeer vanzelfsprekend is en dat iedereen verwacht. Ik ben liever stil en laat de muziek bestaan zonder daar luid tussen te roepen “Let’s rock and roll people!!”. Soms wil het publiek wel eens in het rond schreeuwen maar ik vind dat iets te melig. Ik vind het toffer om een mysterieuze waas te creëren rond de mensen op het podium.

19 juli 2017

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief