Live, Recensies

Japandroids @ Botanique (Rotonde): Een blij weerzien in de arena

We vreesden dat het er nooit meer van zou komen en dat Brian King (zang/gitaar) en David Prowse (drum en ook wat zang) hun band voorgoed begraven hadden. Gelukkig hadden we het mis en stak Japandroids na vijf jaar afwezigheid opnieuw de neus aan het venster. Voor het eerst in evenveel jaar gingen de Canadezen door Europa touren, wat hen gisteren in de Rotonde van de Botanique bracht. In het voorprogramma stond Dasher, een Amerikaanse noise-rock band die nu nog een tamelijke onbekendheid geniet. We vragen ons af hoe lang dat nog gaat duren.

Afgezien van een enkele single was Dasher voor ons een nobele onbekende en wisten we niet precies wat te verwachten toen de leden met een hele boel reverb aan hun set begonnen. De frontvrouw die drumt en zingt, mepte zich direct prominent naar de voorgrond. Op zo’n manier zelfs dat een deel van haar drumstel het op een bepaald moment begaf. Ze schreeuwde vanuit de diepste krochten van haar longen en maakte daarmee behoorlijk veel indruk. Toen ze middenin de set het publiek toesprak, leek ze al behoorlijk buiten adem, maar dat belette haar niet om in de tweede helft olijk door te schreeuwen. De rest van de band stond op het ritme mee te schudden terwij ze met haar ogen over de grond te staren. Dasher bracht een intense set vol noisy post-punk dat het midden hield tussen Savages, Preoccupations en de soundtrack voor een satanisch ritueel. We kunnen enkel concluderen dat het als voorprogramma zeker geslaagd was.

Als er een band is die indie-rock in een voetbalstadion zou kunnen brengen is het wel Japandroids. Het duo brengt meezingbare garage rock vol weidse akkoorden waarbij ze het ene anthem na het andere op het publiek afvuren. Het halfrond van de Rotonde kan ook goed dienst doen als arena, wat King en Prowse gisteren bij momenten konden bewijzen. Het was bijna vijf jaar geleden dat Japandroids nog eens in België speelde en gisteren excuseerden ze zich daar zelfs een paar maal voor. Het publiek leek het hen al vrij vlug te vergeven.

Als intro hadden ze een sjofele lichtshow voorzien met een onverstaanbaar bandje erover. De toegevoegde waarde hiervan bleef een mysterie, maar toen ze direct daarna rechttoe- rechtaan rocksongs begonnen te spelen, maalden we daar verder niet meer over. Hun eerste nummer was “Near The Wild Heart of Life”, de leadsingle en titeltrack van hun laatste album. Brian King nam direct de pose aan die hij voor het grootste deel van het concert zou aanhouden, met zijn ogen even stijf dichtgeknepen als zijn mond wijd opengesperd was. Aanvankelijk leek het alsof hij soms naast de micro zong, waardoor zijn stem soms erg zwak uitviel. Achteraf bleek het tevens aan technische problemen te liggen, de micro moest halverwege dan ook vervangen worden.

De zang bleef gisteravond toch het grootste pijnpunt. Het kwam misschien doordat we nog onder de indruk waren van het stemgeluid van Kylee Kimbrough van Dasher. De zangprestaties van zowel King als Prowse (die voornamelijk backing vocals en meezingkoortjes verzorgde) konden ons allesbehalve wegblazen. Dat terwijl hun straffe en rauwe vocalen een belangrijk element zijn in het succes van de band.

Ondanks dat er op hun recentste plaat enkele uitstekende nummers staan, die bovendien voor de hoogtepunten van het optreden zorgden (“In a Body Like a Grave”!) bleek het publiek vooral gekomen om nog eens van hun oudere nummers te genieten. We kunnen ze niet volledig ongelijk geven, want met die nummers is ook niets mis. Het publiek werd pas voor de eerste keer echt wakker toen “Wet Hair” vanop hun debuut passeerde. Het was dan ook enkel op oudere nummers zoals “Young Heart Speak Fire”, dat een select groepje vooraan het enthousiaste hoofdschudden verruilde voor een robbertje tegen elkaar opbotsen. Dat terwijl Japandroids’ nieuwste ook nog wel hoop nummers heeft die geschikt zijn voor dat soort ongein.

Variatie staat helaas niet in hun woordenboek en na meer dan een uur begint zich dat wel een beetje te wreken. Zo herhaalden ze het trucje om een nummer af te ronden, enkele seconden te stoppen en het dan doodleuk te hervatten iets te veel. Gelukkig kunnen de heren een aantal uitstekende songs uit hun mouw schudden en zijn ze ook perfect op elkaar ingespeeld. De chemie tussen de twee laat niet te wensen over. Bij het laatste en meest meezingbare nummer, “The House That Heaven Built”, belandde King bovenop de basdrum van Prowse. Japandroids is een erg sterke band die ons bij momenten volledig mee had, maar omvergeblazen waren we niet. Dasher daarentegen gaan we wel zeker nog eens verder opzoeken.

28 april 2017

About Author

Jan Sucaet


ONE COMMENT ON THIS POST To “Japandroids @ Botanique (Rotonde): Een blij weerzien in de arena”

  1. Stijn schreef:

    Dat ‘onverstaanbaar bandje’ was Iggy Pop’s legendarische omschrijving van punk rock tijdens een tv interview in de jaren 70. Maar dan de versie met muziek van Mogwai (intro op Come On Die Young).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief