Live, Recensies

Lewis Watson + KIOL @ Botanique: meisjesidool zonder pretentie

Groot-Brittanië is de laatste jaren een grootschalige exporteur geworden van posterboys die met hun gitaar gevoelige liedjes proberen te verpatsen aan gewillige jongedames. Maar tussen alle James Bay’s, Ed Sheeran’s en Tom Odell’s van deze wereld zijn er ook nog artiesten die bewust niet mikken op de hitlijsten. Lewis Watson kunnen we makkelijk in hetzelfde vakje stoppen als voorgaande artiesten, zij het dan met een veel minder grote fanbase. In de Rotonde van de Botanique bewees hij echter dat ook kleine zaaltjes charmant en makkelijk in te pakken zijn.

De Turijnse singer-songwriter Kiol zorgde voor Italiaanse passie en overtuigde het publiek al heel snel. Met zijn sterke stem pakte hij de al aardig volgelopen Rotonde meteen in. Denk aan Paolo Nutini, maar dan met minder goeie songs. Want daar knelde het schoentje. Zo puur en geweldig zijn stem was, zo ongeïnspireerd en makkelijk voelden zijn nummers aan. Twee gitaren, een Mumford & Sons-basdrum en teksten over de problemen van een twintigjarige: uit meer bestonden de nummers van Kiol vaak niet. Maar het publiek maalde er niet om en klapte duchtig mee. En wie zijn wij om het publiek ongelijk te geven.

Op zijn nieuwe plaat Midnight lijkt de Britse singer-songwriter Lewis Watson van koers te wijzigen. Was zijn debuut nog een verzameling folksongs van een prille twintiger, dan is de opvolger volwassener en steviger. Ook op het podium zag Watson er niet meer uit als een tiener. Met geblondeerd haar en een Adidas-truitje leek hij nog meer op een voetballer uit de Premier League dan op een gevoelige zanger. Opener “Maybe We’re Home” werd gedragen door een vuile gitaar en barstte gaandeweg open in een fijne hoopvolle popsong. Het zou een blauwdruk zijn voor de rest van het concert.

Lewis Watson legde in het begin van het concert vooral de nadruk op zijn nieuwe werk. Het oudere “Sink or Swim” werd gesandwicht tussen drie nieuwe nummers. Hoewel het publiek duidelijk enthousiaster reageerde op de nummers van Into The Wild, moesten “Little Light” en “LA Song” niet echt onderdoen. Vooral die laatste kroop langzaam onder je huid om daar een warm gevoel achter te laten. Een mooi brokje sferische poprock waar Watson al jaren aan werkte en schaafde, en nu eindelijk klaar was om een plekje op de nieuwe plaat te verdienen.

Na vier nummers stuurde Lewis Watson zijn vierkoppige band al wandelen. Als een volleerd voetballer wou hij het ook eventjes alleen doen en zijn talenten showen. Maar waar een voetballer dan al snel bestempeld wordt als een arrogante egotripper, kreeg Watson de zaal aan het meezingen en scoorde hij zowaar een solo-akoestische hattrick. Aan de reactie op het al vijf jaar oude “Bones” konden we afleiden dat het publiek vooral bestond uit fans van het eerste uur. Dat nummer blijft na al die jaren een goudeerlijk pareltje en doet ook nu nog hartjes smelten. “Into The Wild” toverde een gelukzalige glimlach op Watson’s gezicht en voor het volledig akoestische “Halo” werd hij bijgestaan door zijn pianiste.

Watson bewees zo dat hij het eigenlijk best wel zonder band kan doen. Toch lijkt het voor ons nog wat te vroeg voor een headlineshow in de Botanique. De Rotonde raakte maar half gevuld, al leek dat Watson, noch het publiek te deren. Wie er wel was, liet zich meeslepen en had enkel oog en oor voor de muziek. Het verschrikkelijk catchy “Forever” bracht na het solo-intermezzo meteen weer schwung in de set en zou gerust een plaatsje op onze nationale radiozenders mogen krijgen.

Tussendoor vertelde Watson kleine verhaaltjes en anekdotes over zijn songs. Hoewel alle bindteksten niet even interessant waren, bleven zijn nummers gelukkig wel steeds boeien. Op “Outgrow” werd het jeugdsentiment zelfs zo tastbaar dat een fan toegaf dat ze de lyrics op haar arm had getatoeëerd. De zo spraakzame Brit stond eventjes met zijn mond vol tanden. Met “Castle Street” en vooral “Down The Water” viel ons toch op dat hij ietsje te nadrukkelijk in dezelfde vijver als James Bay zat te vissen. Watson’s fijne, hoopvolle nummers bevatten in vergelijking met James Bay minder hoed en zijn daarom dus beter.

Het meest magische en ontroerende moment had Watson opgespaard voor de bissen. Na afsluiter “Stay” dook hij met zijn gitaar het publiek in dat zich in een cirkel rond hem verzamelde. Zijn cover van Guillemots’ “Made Up Love Song #43” had op papier niet veel om het lijf, maar de manier waarop hij het publiek begeesterde, was prachtig om te zien. Watson kreeg het publiek zelfs zo ver om in koor tegen elkaar te gaan zingen, terwijl hij zelf in het midden als dirigent zichtbaar genoot. Een sterke afsluiter van een sterk concert. Hopelijk loopt de Botanique de volgende keer wel helemaal vol voor deze sympathieke Brit.

Setlist

Maybe We’re Home
Sink or Swim
Little Light
LA Song
Bones
Into The Wild
Halo
Forever
Hello Hello
Give Me Life
Outgrow
Castle Street
When The Water Meets The Mountains
Deep The Water
Stay

Bis:
Made Up Love Song #43 (Guillemots cover)

15 april 2017

About Author

Jasper Verfaillie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief