Live, Recensies

The Chasing Monster @ Trix: Muzikale poëzie en passie uit Italië

Al enkele jaren werkt The Chasing Monster aan een weg binnen de post-rock scene van Italië. Dankzij enkele succesvolle passages op toegespitste festivals hebben ze op nationaal vlak een stevige reputatie uitgebouwd. Met het album Tales uit 2017, wagen ze zich nu aan de volgende stap. Het resultaat kwam voort uit jarenlange trial and error en er heeft zich een duidelijke transformatie voorgedaan tegenover de eerdere ep en singles. Op Tales evolueerde de sound meer richting post-rock en nadruk op lyrics.

De sprong die The Chasing Monster waagt, is zonder meer ambitieus. Er wordt volledig ingezet op de atmosfeer van het overkoepelende concept op Tales. Spoken word wordt afgewisseld met torenhoge instrumentale passages die zich volledig overgeven aan een diepgravend verhaal van existentiële liefde. Ondersteund door een knappe website, prachtig uitgewerkte tourposters en een overdaad aan zelfvertrouwen moet de catharsis van de live ervaring het internationale publiek finaal over de schreef trekken. Eerder stonden ze bij ons al op het Dunk! Festival, maar deze keer schoppen ze het tot headliner van een eigen zaaltour.

Ze passeren langs een tiental locaties doorheen West-Europa waarbij ze Antwerpen als derde aandoen. Dat niet elk aspect van de présence al tot in de perfectie is uitgewerkt, is dan ook begrijpbaar. Heel even voel je een afwachtende spanning wanneer de band voor een veertigtal toeschouwers op het podium klimt in de kleine Trix Bar. Hoe gaan ze ons meeslepen in hun wereld terwijl ze worden omringd door zo’n druilerige omgeving? Het strakke narratief van de plaat live volgen, maakt dat foutjes sneller opvallen, maar geeft ook de kans duidelijk eigen kunnen te bewijzen. Post-rock neigt geregeld naar complexe verweving van instrumenten, en dit organisch brengen is zonder uitzondering een uitdaging.

Meteen wordt duidelijk dat zowel band als publiek de lage opkomst verder niet aan hun hart laat komen. Intronummer “Itai” is er meteen los op dankzij een verrassend uitgekiend geluid. De wall of sound wordt vrijwel meteen opgetrokken, maar dan zonder de modderige mix waar het live vaak mee gepaard gaat. Het is verbazend dat de kleine Trix Bar een dergelijke akoestiek kan dragen, dat dan ook nog eens meteen zo scherp afgesteld is. Tussen de nummers in krijgen we vijf zogenoemde acts die het verhaal van de plaat vertellen. Enigszins verrassend gezien de Italiaanse traditie van lyriek en poëzie, zijn alle teksten in het Engels. Zelf vertelden ze hierover dat ze hun verhaal simpelweg naar zoveel mogelijk mensen overheen de wereld willen krijgen. De ambities zijn duidelijk. Het is aangenaam bescheiden artiesten te ontmoeten die zo kalm en rechtlijnig over torenhoge doelen praten. Passie en spaarzaamheid in eigen karakter vloeien vaak samen. Zonder discipline en het nemen van risico’s staan ze hier niet.

View this post on Instagram

The Chasing Monster / by @bybywim

A post shared by Trix (@trix_online) on

Dat ze deze stukjes vooraf opgenomen spoken word gewoon afspelen, verstoort de immersie haast niet. Moeiteloos glijdt de band in en uit die basis, alsof ze zelf mee reizen en onderweg observeren en bedenkingen toevoegen. Door deze structuur te volgen, kijk je als toeschouwer ook uit naar bepaalde momenten en een eerste hoogtepunt van de avond laat niet lang op zich wachten met “The Porcupine Dilemma”.

The Chasing Monster heeft de vaardigheid om studiomuziek in een live-setting te vertalen naar de essentie. Dezelfde compositie gewoon herhaald, maar plots met alle nodige nuances op de voorgrond. Dit zijn het soort muzikanten dat met een album van een dikke drie sterren mensen op de been krijgen dankzij het potentieel dat te horen is. Om er vervolgens live met momenten nog een paar sterren bij te spelen dankzij talent en nog meer toewijding. Het publiek is ook meteen erg ontvankelijk en ondanks de lage opkomst erg gevarieerd. Van stoners tot hipsters en alle onnodige clichés er tussen; het toont dat er over de afgelopen vijftal jaren een gelaagde sound is uitgebouwd.

Het is niet volledig correct te spreken van ritme- en leadgitarist doordat er zo democratisch wordt gespeeld en die gelaagdheid er voor zorgt dat individueel naar voren treden veelal wordt vermeden. Afhankelijk van het soort materieel en voorkeur van speelstijl, sluipt de nadruk af en toe langzaam richting één van de vier muzikanten. Het is sprekend dat de ‘ritmegitarist’ af en toe essentiëler wordt door met een fijn gevoel voor het ontwarren van akkoorden het fundament tijdens “Albatross” aan te slagen. Bas en lead vallen volledig simultaan in lijn en het geheel marcheert traag naar een nieuw hypnotiserend hoogtepunt.

Door dat hypnotiserende karakter treden de drums af en toe ook naar voren. Een subtiele ritmewijziging wordt meteen bewust ervaren en hierdoor verscherpt. Met een af en toe droge en enorm strakke speelstijl wordt alles volledig dichtgetrokken. Maar lang duren deze passages niet, net als die van de leadgitarist overigens. Het is bijna nutteloos te spreken van solo’s omdat alles steeds zo gericht en genuanceerd blijft, dat er nooit storend met de enigmatische sfeer gebroken wordt.

Als de mindere nummers van de plaat live wel standhouden, dan blijken de hoogtepunten van Tales het dak er gewoon af te blazen. Waar het album bijwijlen bijna knullig aandoet omwille van misplaatste effecten en diepzinnigheid, wordt het nu wel toegelaten helemaal meegesleurd te worden. De overdaad in eigen geloof zet zich om in een overdaad aan spelen in dienst van de muziek. Gedragen door een donderende bas zijn er doorheen de avond enkele momenten dat ongedwongen dat dak eraf blazen. De band wil iedereen gewoon tonen hoe die allerlaatste dag op aarde aanvoelt. Alle pijn van onmogelijke liefde dat uit het verhaal voortkomt, stroomt over vanuit de bassist met een snelle gestructureerde uitbouw dat als een tweede lucht continu het geheel omringt en samenhoudt. Als er hier al iets als lead geduid moet worden, dan wel de bas.

Door de immersie glijden de nummers snel voorbij, en daarbij botst de avond ook meteen op het enige duidelijke nadeel. Het optreden is kort. Keuze voor volledig nieuw werk is zonder meer ok, maar je vraagt je af of ze in de toekomst ook een show van anderhalf uur dragen waarbij meerdere verhalen verteld zullen moeten worden. Dat het wisselen van spoor echter wel kan werken, bewijzen ze naar het einde toe. Er worden nog twee volledig nieuwe composities gebracht, die aandoen als een soort welkome encore. Zelf lieten ze verstaan dat er meer elektronische elementen in de nieuwe plaat bevat zouden worden. Vooral bij het laatste nummer van de avond doet de ambient intro zo uitgewerkt aan dat hier conceptueel al meer achter lijkt te schuilen. Hopelijk bevindt nieuw werk zich reeds in een ver stadium zodat ze in 2019 lijstjes kunnen gaan aanvoeren.

Maar het hoogtepunt is weggelegd voor het eerste nummer van dit nieuwe werk. De drums doen een beetje denken aan “Idioteque” van Radiohead waarbij droge hi-hats vermengd worden met houten klank. In herhaling vallen moet kunnen indien het iets fantastisch is; de rollende baslijnen en fluïditeit van de band is zelfs bij dit nieuwe werk nu al meeslepend en bijwijlen geniaal. Enige minpuntje is een iets te grote focus op concept, waarbij de overgang naar nieuwe partijen af en toe formulaïsch aandoet. Tijdens een langzaam opbouwende crescendo besef je net te bewust dat er gezocht wordt naar de ontploffing van de overgave.

Over de hele lijn genomen, gaat het zoeken binnen de stramienen naar een eigen stem de band echter wel goed af. Voornamelijk de ritmegitarist blijkt ook nu weer enorm fijngevoelig om te gaan met zijn keuzes voor verrassende akkoorden. Hij eindigt de avond met een haarscherp zoeken naar aanverwante tonen binnen een voorzichtige riff dat door een dim-akkoord bijna een desolaat folk karakter krijgt.

Het vraagt lef, arrogantie en passie om in de voetsporen van nineties post-rock te treden en zonder schroom de poëzie centraal te zetten binnen een cultuur dat sinds de jaren ‘70 een traditie van ‘s werelds meest literaire songwriters heeft gecultiveerd. De simpele vaststelling dat The Chasing Monster niet op hun bek gaat, maakt het optreden al geslaagd. Ze hebben hun positie volledig afgedwongen en bewust een enorme weg  naar boven voor henzelf vooropgesteld. Ze leunen hierbij zonder meer tegen de vijf sterren aan, maar bewijzen zelf dat ze nog beter kunnen middels de twee nieuwe nummers. Die ambitie moeten ze in de toekomst zonder meer waarmaken met een concert dat mag verdubbelen in lengte en verveelvoudigen in publiek.

(Excuses aan Celestial Wolves, die het voorprogramma verzorgde en in dit artikel niet vermeld werden. Dit heeft absoluut niets te maken met de kwaliteit van hun werk dan wel met een onverwacht schemaconflict.)

3 december 2018

About Author

Rob Proost


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter