Interviews, Uitgelicht

Interview Interpol: “Dat rock dood zou zijn, is vooral ruis van buitenaf”

Tegenwoordig zijn het bands als Arcade Fire en Arctic Monkeys die de indiekar trekken, maar in een niet zo ver verleden, was die eer weggelegd voor Interpol. Hun debuutplaat Turn On The Bright Lights en diens opvolger Antics, met ondermeer het “Evil” schijfje, zijn klassiekers in het indiegenre geworden. De jaren die daarop volgden, verdwenen ze wat uit de schijnwerpers, maar bleven ze muzikaal aan het werk.

De indierockers zijn op doortocht doorheen Europa om ons hun -ondertussen al- zesde langspeler, Marauder, voor te stellen. Een plaat die wij, en andere media, best wel konden pruimen. Het begin van een terugkeer naar de glorietijden?

We belden met drummer Sam Fogarino en hadden het met hem over de recente plaat, het al dan niet stervende zijn van gitaarmuziek en zijn heldere herinneringen aan de Belgische optredens.

Dag Sam, hoe voelt het om zoveel positieve feedback te krijgen op Marauder?

Het is geweldig! We hebben lang gewerkt aan het materiaal, het heeft ongeveer een jaar geduurd om de plaat te schrijven en het voelde voor ons toen erg goed aan. Het hoort volgens ons bij het beste materiaal dat we ooit geschreven hebben. Je weet uiteraard nooit hoe het dan door het publiek zal ontvangen worden. We zijn vooral blij dat het publiek even enthousiast reageert als dat wij waren om het uit te brengen.

Tussen de opnames van Marauder in, tourden jullie ook in kader van de vijftiende verjaardag van jullie volprezen debuutplaat Turn On The Bright Lights. Heeft dat touren mee de sound bepaald van Marauder?

Volgens mij heeft het zeker een positieve invloed gehad op het opnameproces. Het touren heeft ervoor gezorgd dat we de energie van het live spelen ook in de studio hebben kunnen doortrekken. Het valt niet te ontkennen dat we zeker op vlak van intensiteit hier een voordeel hebben uitgehaald.

Jullie werkten voor dit album samen met producer Dave Fridmann. Was hij het die de aanzet gaf voor een terugkeer naar de oorspronkelijke sound, of was dit een keuze vanuit de band?

Alle tracks waren min of meer afgewerkt toen we bij Dave in de studio gingen. Hij had bij het beluisteren van ons materiaal wel iets opgepikt waarop hij wou verderbouwen, maar het is niet zo dat we doelbewust onze oude sound hebben nagebootst. Het werd een sound die we ‘in het hier en nu’ wilden creëren. Volgens Dave had het materiaal dat we hem stuurden een echte ‘live feel’. In tegenstelling tot ons self-titled album Interpol, waarop we veel geëxperimenteerd hebben met keyboards en drumloops. Deze plaat klinkt opnieuw meer als een plaat die afkomstig is van een rockband. Dave heeft als producer zo veel mogelijk die ‘live rock sound’ proberen te implementeren op de plaat. Dat is iets waar hij heel hard op hamerde, hij vond dat wat we live speelden ook datgene moest zijn dat op plaat te horen moest zijn. Er is bijgevolg weinig post-productioneel aangepast.

En pre-productioneel? Sluipt er na zes albums geen routine in het songschrijven?

Ja, dat is er ondertussen wel wat. Vanaf dat we de arrangementen voor de nummers af hebben, is er altijd iets waarnaar je kunt teruggrijpen. Dat is ook de reden waarom we al onze repetities opnemen. Op een bepaald punt begonnen we materiaal in premature fase naar Dave te sturen, zodat hij echt van het begin af aan op de hoogte was van de tracks in ontwikkeling. Het volledige album is eigenlijk gestart in onze repetitieruimte, door samen te spelen en te denken ‘hoe kunnen we hieruit een album opbouwen’?

Dus jullie schrijven steeds alle tracks met zijn drieën?

Daar komt het eigenlijk op neer, ja. Normaal is Daniel wel degene die de grote ideeën op tafel gooit, de grote lijnen en zo. Vanaf dan kan een nummer echt alle kanten opgaan. Soms ontstaat er een spontaan riffje tussen mij en Paul, waarna Paul er melodie en vocals aan toevoegt. Ritmisch heb ik dan vooral invloed op hoe het karakter van de track gekleurd wordt, maar er zijn ook wel momenten waarop ik me wat overbodig voel. Zo de momenten waarop ik denk “wel, we hebben de drums, ik sla ditmaal de rest wel over”. Normaal zal Paul dan wel diegene zijn die zegt “neen, Sam, ik heb je hier nodig, je moet alles zien en horen wat er gebeurt”. Zo komt het dat elk nummer de som van de energie van ons drieën is.

Ik vermoed dat je dan wel sneller geneigd bent om een favoriet nummer op het album te hebben?

Dat varieert best wel. Een tijd lang was “Party’s over” mijn favoriet, daarna “Surveillance” -denkt lang na- eigenlijk “The Rover” ook wel. Nu, het komt erop neer dat ik over elk nummer op de plaat wel erg tevreden ben, maar de voorkeur van mijn humeur afhankelijk is. -lacht-
Weet je, het is een beetje zoals met kinderen, je kunt niet echt een favoriet kiezen. Je kunt wel een speciale band met een bepaald nummer hebben, maar je hoeft dat de andere nummers gelukkig niet te vertellen.

Jullie spelen volgende week in België, waarmee houden jullie zich bezig tijdens het touren?

Op tour doen we eigenlijk bitter weinig naast het spelen zelf. Ik word al wat ouder en dan is het niet meer zo eenvoudig om naast het spelen ook veel energie in andere dingen te stoppen.

Er zullen toch ook wel momenten zijn dat er niets te doen valt?

Op dat soort momenten bid ik dat ik het volgende optreden zal overleven. -haha- Wat we wel vaak doen, is gewoon wat rondwandelen in de stad waar we spelen. Onze gedachten legen om onze focus zo echt op onze show te kunnen vestigen. Het is wel leuk om overal ter wereld terug te keren naar steden waar je eerder al speelde.

België is voor jullie hoegenaamd geen onbekend terrein meer, jullie speelden al in de AB, Vorst, op Rock Werchter, als voorprogramma van U2 in het Koning Boudewijnstadion en ga zo maar door. Zijn er na al die jaren bepaalde zaken over België die je het meest bijgebleven zijn?

Goh, er is een hoop om te herinneren! Wanneer we voor het eerst naar België kwamen, wist ik niet veel over het land. Ik wist dat het bestond, maar was wel erg benieuwd wat er allemaal gebeurde in dat landje tussen Frankrijk en Duitsland. Er is iets heel erg uniek aan de Belgische cultuur, dat gaat dan ook over de muziek en alles wat er in België met muziek te maken heeft. Wat er me bijvoorbeeld altijd bijgebleven is, de eerste keer dat we in de Ancienne Belgique speelden. Ongelofelijk hoe mooi en georganiseerd die concertzaal is. We zijn altijd enthousiast wanneer we daar kunnen spelen. We zijn ook altijd heel goed ontvangen geweest door het Belgische publiek… en… ik ben een grote Front 242-fan.

Gitaarmuziek heeft het de laatste tijd niet echt gemakkelijk…

– onderbreekt voorzichtig – Altijd al…

… hoe voel je je daarbij als onderdeel van een gitaarband?

Sinds dat ik nog maar begon met muziek te spelen, waren er altijd wel rockfans die dancemuziek haatten of dance liefhebbers die claimden dat rockmuziek dood was. Maar kijk, na al die jaren spelen, zijn we er toch nog steeds. Het is iets wat erg vaak wordt gezegd, maar toch verkopen gitaarbands nog erg vaak grote zalen uit. Elke generatie zijn er nog steeds nieuwe gitaarbands die opduiken en groot worden. Het kan eigenlijk niet zoveel kwaad dat bepaalde genres terug wat meer ‘underground’ worden, want het is daar dat de kwaliteit er sterk op vooruit gaat.

Zoals ik al zei, ik hou van Front 242, en dat is zo anti-gitaar als het maar kan worden. Zolang het goeie muziek is, zal je me niet horen klagen. Als bepaalde akkoorden nu uit een gitaar of een synthesizer afkomstig zijn, dat maakt niet veel uit, als de muziek maar goed is. Ik vind dat bands niet moeten denken dat er geen toekomst is in gitaarmuziek, dat rock dood zou zijn, is vooral ruis van buitenaf.

Welke andere adviezen zou je zelf geven aan jonge beginnende gitaarbands?

Speel het spel verstandig. Speel zoveel als mogelijk, maar ga ook niet in overdrive. Speel weliswaar op zoveel mogelijk plekken en probeer zoveel mogelijk aandacht rondom je band te genereren. Verwacht vooral niet dat iemand anders de kansen voor jou zal creëren, probeer zoveel mogelijk zelf te doen. Want ‘diegenen die zichzelf kunnen behelpen, zullen hulp ontvangen’.

Tenslotte, mocht je jezelf kunnen spreken aan de vooravond van jullie doorbraak. Wat zou je jezelf adviseren?

Ik zou mezelf verplichten om mijn universitair diploma te behalen. Nu had ik wel het geluk dat alles in orde is gekomen en dat ik van muziek mijn beroep heb kunnen maken. Ik zou mezelf verteld hebben om te blijven doen waarmee ik bezig was, maar toch dat diploma te behalen.

Woensdag 28 november stelt Interpol hun zesde langspeler Marauder in Vorst Nationaal aan het Belgische publiek voor.
Tickets zijn nog steeds verkrijgbaar via deze link.

26 november 2018

About Author

Tijs Delacroix Tijs is de Tijsbeer tussen de Dansende Beren. Hij danst er een beetje tussen de geschreven en ongeschreven lijnen. In het dagelijkse leven is hij student Cultuurmanagement en vertoefde hij eventjes in Schotland waar hij 'Commercial Music' studeerde aan University of West Scotland. Daarnaast liep hij stage bij Skytiger en is ie binnenkort een tijdelijke Art-Spot'er. Ten slotte managet hij de Brusselse indiepop band Bosum onder het 'OENGER' brandmerk.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter