Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Kodaline: “Soms heeft minder goeie muziek zelfs een invloed op wat je doet”

Op 28 september 2018 verscheen Politics of Living, de nieuwste plaat van Kodaline. Het bleek een radicale wijziging te zijn tegenover hun twee vorige platen. Iets meer popgericht en weg van de folky sfeer die zo overheerste. De band stelde de plaat voor in de Ancienne Belgique en voor de show hadden we een gesprek met bassist Jason Boland en gitarist Mark Prendergast over de gewijzigde manier van schrijven, mentale gezondheid en de andere sound die ze nu nastreven.

Dit is de eerste show van jullie tournee na de zomer en meteen ook de eerste sinds de release van jullie nieuwste album. Hoe zal deze show anders zijn dan voordien?

Jason Boland: Voor ons is het grootste verschil dat we muzikaal heel wat zijn veranderd. Maar voor de fans is het vooral ook fijn dat ze nieuwe nummers kunnen horen, wij kunnen de setlist aanpassen en de volgorde van nummers verandert de vibe van de hele show wel. We zijn ook heel nerveus omdat het een set is waarvan we niet weten of het zal werken, maar we kijken er wel naar uit om het te proberen.

Nu, jullie speelden ook wel al wat festivals. Hoe waren de reacties daar?

Mark Prendergast: We speelden eigenlijk maar één nummer live dat ze nog niet gehoord hebben. Altijd als we iets nieuws releasen, dan komt dat rechtstreeks in de setlist. We willen niet de band zijn dat vijf of zes nummers speelt dat het publiek niet kent. Het is niet de bedoeling om een concert te geven en daaruit te experimenteren hoe de nummers overkomen live. Als mensen betalen om een band live te zien, dan moet je ze trakteren op hetgeen ze al kennen en één of twee nieuwe liedjes. Het is wel plezant dat het album uit is, want nu kunnen we echt spelen wat we willen.

Politics of Living is jullie eerste plaat in drie jaar. Hoe anders was het proces bij deze plaat?

Mark: Het was volledig anders. We werkten met verschillende mensen op ieder nummer. Verschillende schrijvers, de volledige band was niet betrokken bij ieder nummer. Het was een vreemde manier van werken, maar het was leuk om met veel nieuwe mensen te werken. Je leert veel bij. Er waren natuurlijk samenwerkingen die faalden. Het was een balans vinden tussen oncomfortabel zijn en behouden wie we zijn.
Jason: Sommige sessies vonden plaats op exact dezelfde plaats als de vorige twee albums met dezelfde mensen. Drie a vier nummers daarvan hebben zelfs de plaat gehaald. Het is dus niet dat de volledige plaat iets compleet anders is, we probeerden gewoon verschillende manieren uit. Ik denk dat het daardoor ook een beter album is.

De sound is inderdaad helemaal anders. Iets meer elektronisch en dansbaar. Hoe is dit zo geëvolueerd?

Jason: Ik denk dat de meest folky nummers op dit album staan zelfs. Het heeft een grotere variatie aan zaken dan ooit tevoren. Dat begon allemaal bij onze samenwerking met Kygo. Plots was er een dansnummer in onze set die aanvoelde als een Kodaline nummer. Dus dan dachten we dat we wel eens meer konden doen met de band. Maar er is ook een nummer zoals “I Wouldnt Be” dat heel stripped back is. Dus er zijn zeker meer dansbare momenten, maar ook Kodaline momenten.

Je hoort inderdaad wel het onderscheid tussen de nummers op de plaat.

Jason: Dat is iets wat al op iedere plaat zo geweest is. Zelfs op de eerste plaat zijn er garageband geluidjes te horen die voor ons heel elektronisch klinken.

Is dit ook te danken aan het feit dat jullie voor deze plaat met heel wat externe mensen samen nummers schreven? Hoe verliep dit?

Mark: Ja, ze duwden ons een beetje richting in en zorgden ervoor dat we op een manier schreven dat we normaal niet doen. We gaven veel controle weg, wat druk wegnam en ook veel deuren opende op sonisch en artistiek vlak. Het is fijn om nieuwe energie te hebben en nieuwe vrienden te maken. Ik weet niet of we het nog eens opnieuw zullen doen.

Zorgen die extra elektronische invloeden voor een bredere dynamiek in de muziek?

Jason: Een breder pallet hebben, zorgt ervoor dat je in meerdere richtingen geduwd kan worden. Op het eerste album was alles gedreven door akoestische gitaar en piano en dat brengt een bepaalde dynamiek naar een nummer. Wanneer je van een lage basis naar een gigantisch crescendo opbouwt, is dat iets helemaal anders. Het is niet gemaakt voor grotere zalen, nee, het geeft de nummers een breder bereik zodat het veel groter kan worden.

Jullie worden vaak vergeleken met bands als Coldplay en Keane. Op de nieuwe plaat volg je ook resoluut hun richting die ze uitgaan (die van meer elektronisch). Voel je dat het als folkband nodig is om meerdere territoria te exploreren?

Mark: Ja. We noemden onszelf ook nooit een folkband, dat was de rest. We gaven ons nooit een label. Als mensen ons vroegen welk soort muziek we maakten, zeiden we dat we het niet wisten. Ik denk dat we toen wel een folkband waren, maar we schrijven nog steeds songs op die manier. Het kan daar naartoe terugkeren, dat we alles simpeler maken, maar we weten het niet zo goed. Veel van wat gebeurt met de band, is allemaal zonder erbij na te denken. Veel wordt gedaan op een impulsieve basis.

Het is niet dat jullie nu grotere muziek maken omdat je een populairdere band bent?

Mark: Dat is grappig, want al onze oude nummers kunnen naar mijn mening de zaal meer vullen dan alles wat we recent deden. Less is more.
Jason: De beste muziek in de wereld wordt gebracht zonder versterkers door orkesten. Het nummer is de sleutel bij ons. We laten het nummer altijd bepalen hoe de sound zou moeten zijn. De sound komt nooit eerst. Als het nummer aanvoelt als iets dat groots moet gaan, dan gaan we zo groots als we kunnen. Alleen waren er nu externe personen bij die het geluid nog grootser konden maken door hun ervaring. Maar als een groots stemgeluid invalt op één van de eerste platen, dan is dat iets wat gelijkaardig is aan de grootse sound van nu. Dynamieken zijn iets heel vreemds om te gebruiken. Vanaf dat je in een liveband setting geraakt, is het dan weer helemaal verschillend. Dus het album is eigenlijk een experiment.

Is het soms vreemd om nummers te spelen waar je zelf niet aan meewerkte?

Mark: Soms is dat wel zo. Het is gewoon iets nieuw. Het is wel allemaal Kodaline dus van zodra we het dan spelen, voelt dat wel hetzelfde aan. Als iemand een nummer in de studio maakt dat ver van Kodaline afligt, dan kan het wel gebeuren dat het zo opgenomen wordt. Maar eens we het dan live spelen, komt er toch weer onze invloed aan te pas. Dus nummers zijn erg flexibel, de song moet gewoon volgen wat wij doen.

Jullie invloeden bij het maken van muziek zijn ook heel divers (Dr. Dre, Thin Lizzy, …). Zorgt dat er ook voor dat jullie zoveel mogelijk richtingen uit willen met de muziek die jullie maken?

Jason: Al van bij het begin luisterden we naar compleet andere muziek. Er zijn enkele artiesten waar we allemaal fan van zijn zoals LCD Soundsystem en Kendrick Lamar. Dat zijn albums die je muzikaal volledig snapt en we ook met ieder bandlid appreciëren. Maar er zijn natuurlijk ook onderscheidingen. Ik luister bijvoorbeeld naar vreemde elektronische muziek dat niemand anders leuk vindt. Zo komt er wel af en toe eens iets ‘edgy’ in onze muziek. Hoe meer muziek je luistert, hoe meer je er jezelf kan door laten inspireren. Invloed is een vreemde zaak, want iedereen is beïnvloed door verschillende zaken
Mark: Je bent niet altijd beïnvloed door muziek die je goed vindt. Soms hoor je gewoon iets vreselijks op de radio, maar heeft dat ook een invloed op hoe je muziek interpreteert.

En welke nieuwe bands zou je ons dan aanraden?

Mark: Parcels vinden we echt heel plezant. Er is ook een kerel van Ierland, Dermot Kennedy, dat zeer goed is.
Jason: De Ierse muziekscene leeft tegenwoordig heel hard. Er is Ierse hiphop voor het eerst ooit. Jafaris bijvoorbeeld is geweldig en hij zal zeker exploderen, dat spreekt voor zich. Er is ook een meisje: Soulé. Ze komen beiden van een erg klein label dat alles zelf doet en dat zorgt ervoor dat wij opgewonden worden van de zaken die thuis gebeuren. Je ziet dat artiesten steeds meer proberen door te breken en dat is echt geweldig.

Nu, jullie spreken je wel hard uit als het gaat om ‘Mental Health’, vooral bij mannen dan. Wat is jullie rol hierin? Hoe probeer je zo’n zaken toch tastbaar te maken voor een groot publiek.

Mark: Er moet gewoon over gepraat worden. Het enige waar wij over praten is onze persoonlijke ervaringen. Nu en dan duiken er eens demonen op en dan moet je gewoon delen hoe je daar mee omgaat. Van zodra dat je dan hoort dat mensen door dezelfde shit gaan of erger, dan kan je jezelf verwant voelen met iemand. De problemen waarvan je dacht dat ze uniek waren voor jezelf, zullen zo meer een menselijk gevoel krijgen omdat je niet alleen bent. Ik denk dat het internet hier niet bij helpt. Mensen zetten enkel zaken op sociale media wanneer ze zich goed voelen, ze zeggen niet dat ze zich niet goed voelen. Als je iets nieuws gekocht hebt, dan zet je dat op Twitter, maar als je een slecht gevoel hebt, dan zet je dat niet online. Dan ben je bang van wat mensen denken. De sociale media versterken de problemen met de mentale gezondheid. Mensen die zaken online posten van hoe goed het met ze gaat, zijn waarschijnlijk ook heel onzeker.
Jason: Het meest belangrijke wat mensen in onze positie kunnen doen, is het stigma wegnemen. Het is oké om je niet ok te voelen. Het is een eeuwenoud probleem dat mannen altijd problemen hebben gehad om er over te praten. Door ons er over te horen praten, zou het voor hen misschien makkelijker maken om er voor uit te komen.

Probeer je dit dan ook in jullie muziek te steken?

Mark: Het is al veel van onze nummers naar voor gekomen. Van zodra we op het podium komen, laten we de muziek dat doen. Je wilt niet exact zeggen wat een nummer betekent, mensen kunnen nemen wat ze er zelf van maken. Er wordt tegenwoordig wel meer over gepraat overal. Nog steeds niet zoals het moet, want het moet geen conversatie zijn die start en eindigt.

Toch blijft jullie muziek qua thematiek wel voor op gevoelens inspelen. Jullie zijn nu wel één van de meest populaire bands in Ierland, heb je nooit het gevoel dat je eens iets maatschappelijk relevant moet zeggen in de songs?

Jason: Muziek is voor veel mensen een ontsnapping uit de realiteit. Voor ons is dat het zeker. Zoals Mark zei; we zeggen niet altijd exact wat we bedoelen met een nummer, maar het zou kunnen dat we er frustraties mee uiten. Je wil andere mensen niet naar beneden halen met je eigen problemen en angsten. Muziek als escapisme is een verbluffende zaak, niet iedereen moet politiek geladen zijn in zijn muziek.
Mark: Er zijn veel mensen die dat wel zeer goed kunnen. Verschillende rappers bijvoorbeeld. Hoewel ons album Politics of Living heet, is het allesbehalve politiek getint. Het is de interne politiek die je hebt met het leven en je relatie met mensen. Om eerlijk te zijn weet ik ook niet zo veel van politiek, ik probeer er van weg te blijven. Ik volgde vroeger het Donald Trump verhaal heel hard en vond dat fascinerend, maar ik werd er enkel maar kwaad van. Dit is het echte leven, het is geen sitcom of podcast, dit gebeurt echt. Dus toen dacht ik ‘fuck that’ en probeerde ik er geen aandacht meer aan te besteden. Mijn leven is erdoor wel beter geworden. Ik zou meer moeten ‘caren’ over politiek, maar het is gewoon niets voor mij.
Jason: Er waren politieke band waarvan ik hield, maar ik wist toen niet dat ze politiek waren. Rage Against The Machine is hier een goed voorbeeld van. Ik zong keihard mee op “Killing In The Name”, maar ik had geen idee over wat dat ging. Het was escapisme toen. Politieke zaken zijn dus altijd moeilijk om in je muziek te steken.

Jullie steken niet onder stoelen of banken dat je als band graag heel populair wilt worden. Hoe belangrijk is jullie muzikale evolutie hierbij?

Jason: Iedere band die start, wil de grootste ter wereld worden. Veel mensen doen dat wel volgens hun eigen voorwaarden. Je wil dat mensen accepteren wat je doet en dat zoiets vlot gaat. Het is zeer moeilijk om populariteit als doel te hebben, want niemand weet wat er gaat gebeuren. Je wil het gewoon als job kunnen doen en er genoeg geld mee verdienen om ervan te leven.

Zorgt dat soms voor druk om iets te maken?

Mark: Dat hebben we zeker, maar dat werkt soms wel in ons voordeel. Als je onder druk moet presteren, krijg je soms sneller iets af. Maar het is een mes dat aan twee kanten snijdt, want soms kan je voor weken geen nummer afkrijgen en dan begin je te twijfelen aan jezelf. Er kan niemand meer druk op je leggen dan jezelf. We zijn zelf onze beste critici.

Je hebt al samengewerkt met Kygo, zijn er andere samenwerkingen waar je van droomt op te doen?

Mark: De meeste mensen eigenlijk.
Jason: Mensen die weten hoe wij ons voelen. Er zijn zoveel geweldige artiesten. St. Vincent zou geweldig zijn omdat ze zo atypisch is.
Mark: We werkten al samen met mensen die nummers schreven voor de grootste artiesten ter wereld en dat waren echt ‘assholes’. Dan ontmoet je mensen die nog geen succes hadden, maar de energie die ze brengen in de studio werkt dan wel aanstekelijk. Het is dus vooral afhankelijk van de persoonlijkheid van een persoon. We zouden wel eens graag met Marshmello samenwerken bijvoorbeeld. Lijkt me heel tof.

Bij de videoclips die jullie maken probeer je altijd de juiste emotie te scheppen die ook in je muziek zit. Hoe belangrijk is beeld bij jullie muziek?

Mark: Veel van onze carrière is gebouwd op de connectie tussen beeld en geluid. We hebben veel geluk gehad om te kunnen werken met een goeie regisseur om mee te starten. Want “All I Want” was eigenlijk nooit bedoeld als single. We brachten het gewoon uit met een video dat we deden voor een klein beetje geld. Het was het verhaal en het liedje dat ervoor zorgde dat de song zoveel gedeeld werd. Daarvan komt veel van onze carrière eigenlijk. We proberen dus altijd het verhaal te vertellen in de videoclip dat je ook hoort in de muziek en we hebben eigenlijk altijd al geluk gehad dat de personen waarvoor we daar mee samenwerkten, erg creatief waren.
Jason: We laten ze ook volledig doen waar ze zin in hebben, eigen ideeën brengen we zelden in. Veel van wat wij zijn, komt door ideeën van anderen. Dat zijn samenwerkingen waar we van houden, audiovisueel.

Proberen jullie dat ook op het podium?

Mark: We hebben dat eens geprobeerd, maar we zijn voornamelijk een rockband. We houden dus van een rockshow met fascinerende lichten. Als je een video afspeelt, is dat iedere avond hetzelfde, terwijl bij onze show kan er wat mislopen. Je ziet zaken die nooit meer zullen gebeuren. Het is spannender.
Jason: Tegenwoordig zijn er veel meer mensen die optreden met een backing track. Artiesten die zingen op hun eigen tracks die worden afgespeeld. Mensen houden daarvan, ik hou daarvan, maar dat is wel tegen de spirit van alles live te ervaren. Het is minder spontaan.

Jullie speelden al heel wat grote shows in binnen en buitenland. Welke dromen hebben jullie nog?

Mark: Honderden. Ik denk dat het typisch is voor iedere carrière dat hoe verder je geraakt, hoe hoger je gaat mikken. We zouden bijvoorbeeld graag eens in het Red Rocks Amfitheater spelen. Maar er zijn ook zaken die we al deden waarvan we nooit dachten dat we er ook de kans toe gingen krijgen. We zijn dus erg dankbaar voor waar we nu zijn, maar we dromen nog steeds groter.

6 november 2018

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter