Albums, Recensies

Ty Segall – Fudge Sandwich (★★★½): Vettig, luid en lekker

‘The only flaw of garage rock is repetition’, om het met Ty Segalls eigen woorden te zeggen. Verfrissend blijven in een 3-akkoordenwereld lijkt niet simpel, en soms rijst dan ook de vraag waar de man zijn mosterd vandaan blijft halen. Op Fudge Sandwich keert Ty in elf covernummers uit de 60’s en 70’s terug naar zijn muzikale bakermat, en graaft doorheen een fuzzy plaat zonder compromissen naar de songs en teksten die hem doorheen de jaren hebben beïnvloed.

Ty segall is een man van veel platen en veel gezichten. De Californische prins van de garagerock en garagepunk speelde al een impressionante discografie bij elkaar onder eigen naam, en heeft een dikke vinger in de pap bij een even grote berg aan nevenprojecten, waarvan GØGGS, Sic Alps, en Fuzz op zichzelf al ronkende namen zijn. Al die ‘Tydentities’ nemen dan misschien geen Bowie-proporties aan, toch leveren ze steeds weer wat nieuws op. Dit jaar verschenen er immers al vier albums met de naam Ty Segall in de credits: Freedom’s Goblin, Joy – een album met die andere demigod White Fence- en een plaat met GØGGS. Vorige week volgde tot ieders verbazing ook nog Orange Rainbow, een samenraapsel van nooit eerder uitgebrachte experimentele nummers waarop hij verdwaalt in noise- en krautrock à la CAN.

Fudge Sandwich start geheimzinnig met het duister klinkende “Low Rider”, een cover van de funkklassieker van War, gevolgd door “I’m a Man”, waarop de onheilspellende toon omslaat in een kordaat glamrocknummer. Op wat volgt bewijst Ty dat hij de sweet spots van het fuzzpedaal als geen ander kent: “Isolation”. Een verscheurde versie van het Lennon-nummer die de balans vindt tussen ingetogenheid en punch. Ook de vibrato in Segalls stem doet hier denken aan het origineel, en doet het nummer zeker eer aan.

Wat opvalt over het volledige album is hoe moeiteloos Segall zijn eigen touch aan de nummers lijkt te geven. We zagen het al op de single “Class War”, oorspronkelijk een ras-punknummer dat nu gepolijst en hypnotiserend klinkt. Het beste voorbeeld echter, is “The Loner”. Neil Young is nergens meer te bespeuren! Het is Segall die het nummer volledig kaapt en het hard maakt. En luid. Een aangename flashback naar zijn vroege albums.

Op “Pretty Miss Titty” krijgen we even ademruimte alvorens het trio “Archangel Thunderbird”, “Rotten To The Core” en “St. Stephen” zich aandient. Iets experimentelere nummers die instrumentaal ook wat gevarieerder zijn. Op “St. Stephen” bijvoorbeeld, origineel van Grateful Dead, gooit Ty zijn synthesizer in de strijd om de boel een pak voller en noisier te doen klinken. Afsluiten doet hij met “Slowboat”, een melancholisch nummer dat je er nog even aan herinnert dat de voorbije elf nummers dolle pret waren alvorens de stoomboot Ty Segall de horizon voorbij tuft.

Fudge Sandwich werpt een blik op de idolen van Ty Segall, maar is even goed gewoon een vette plaat om je tanden in te zetten. ‘It’s just made for fun’, aldus Ty zelf. Garage van de bovenste plank waaraan je zonder twijfel nog plezier gaat beleven.

27 oktober 2018

About Author

Jonas Rombout


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter