Albums, Recensies

Tom Morello – The Atlas Underground (★½): Commerciële grootheidswaanzin

Rage Against The Machine, Audioslave, Prophets of Rage en zoveel meer. Toerend muzikant en zelfs sessiemuzikant bij Bruce Springsteen. Een stukje uit de cv van Tom Morello, één van ’s werelds bekendste/beste gitaristen. De man is erom gekend om te experimenteren met zijn snaarinstrument, en zo steeds zijn grenzen te verleggen. Nadat hij Springsteen bezig zag op zijn Ghost of Tom Joad-tour, besloot hij zijn eigen weg te gaan. Op 12 oktober lost hij ‘solo’ zijn album genaamd The Atlas Underground.

Solo is veel gezegd, want op The Atlas Underground nodigde Morello namelijk een karrenvracht aan artiesten uit. Hij kreeg onder meer bezoek van Knife Party, Bassnectar, Portugal. The Man, Vic Mensa, Marcus Mumford, Steve Aoki, Gary Clark Jr en zoveel meer. Verschillende artiesten uit verschillende genres, en dat is ook een beetje de samenvatting van de plaat. Morello vertikt het om zich vast te klampen aan één genre, en doet op deze plaat zijn eigen ding.

Openen doet deze langspeler met “Battle Sirens“, een nummer met Knife Party dat al sinds 2016 circuleert. Dubstep, wij schatten dat diehard metalfans rond anderhalve minuut afhaken. Vreemd, hoe de gitarist van een band als Rage Against The Machine, opeens zijn kar keert en dubstep gaat maken. Ja, Morello speelt nog gitaar, maar echt rocken doet hij niet meer. Dat is ook het geval op “How Long”. Wie had ooit gedacht dat de gitarist van Rage Against The Machine ooit samen zou werken met Steve Aoki, één van de platste EDM-dj’s ter wereld? Moest Morello nog een onbekende dj onder de arm hebben genomen, en de moeite hebben gedaan om daadwerkelijk creatief uit de hoek te komen, hadden we het hem nog vergeven. Tevergeefs, het nummer lijkt recht van op de main stage op Tomorrowland te komen, en dat is nu toch net iets waar we Morello liever niet zien vertoeven. Heel erg veel aan gesleuteld, en het klinkt soms wat te overdreven.

“We Don’t Need You”, een samenwerking met Vic Mensa gaat dan weer de richting van hip hop uit. Goed geprobeerd, maar niet overtuigend genoeg. “One Nation” en “Vigilante Nocturno” zijn dan weer bijna uitsluitend instrumentale nummers. Hier schijnt Morello wel. Dat hij écht gitaar kan spelen, wisten we natuurlijk ondertussen wel al. We zijn blij dat hij dan toch even de tijd heeft genomen om het te doen. Op “Where It’s at Ain’t What It Is ” speelt hij bijvoorbeeld samen met de collega gitaarheld Gary Clark Jr. Hier zou je denken dat we een ouderwets sappig rocknummer voorgeschoteld krijgen, maar de onbekende Nico Stadli beslist daar jammer genoeg anders over. Ook hier nemen de pompende beats weer de overhand en krijgen we een overgeproduced zielloos nummer. Met “Roadrunner” krijgen we dan wel een goed nummer, Leikeli47 geeft het beste van zichzelf en in combinatie met de unieke stijl van Morello, levert dat een steenhard resultaat op. Afsluiten doen we met het dubstepnummer “Lead Poisoning”, welk ons niet echt weet te pakken. Tom Morello is geen rockmuzikant meer, want hij lijkt zijn eigen genre te gaan uitvinden. Of wij er van fan zijn? Dat is iets anders.

Tom Morello heeft altijd zijn eigen ding gedaan, en ook nu trekt hij zich van niemand iets aan. Het resultaat is echter een mengelmoes van allemaal verschillende geluiden en wij vragen ons soms af of het eigenlijk nog muziek is. Het klinkt soms allemaal een beetje te veel, net iets teveel willen proberen om interessant uit de hoek te komen. Dubstep is een genre apart, wie het kan appreciëren zal op deze plaat mogelijk enkele nummers vinden die kunnen boeien, net als enkele hip-hopfans en verdwaalde Tomorrowlandbezoekers. Morello, geïnspireerd door punkbands als The Clash, Sex Pistols en rockbands als Led Zeppelin opperde in 1992 dan nog ‘Fuck you, I won’t do what you tell me’, hier leunt hij toch gevaarlijk dicht tegen het commerciële. Onvergeeflijk natuurlijk, voor een punker.

Die punkattitude is de reden die ervoor zorgde dat miljoenen fans zijn stijl en attitude kunnen appreciëren. Dan lijkt het tegenstrijdig dat de man uit New York ineens een samenwerking aangaat met pakweg Steve Aoki. De muziek bevat veel te veel elementen, waardoor de rode draad onherroepelijk verloren gaat.

12 oktober 2018

About Author

Quinten De Seranno Alles kan, alles mag.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter