Live, Recensies

Pukkelpop 2018: Festivaldag 2

© CPU – Ymke Dirikx

Was woensdag nog een opwarmertje, dan kon Pukkelpop 2018 op donderdag echt beginnen. Nu alle tenten hun deuren openden, kregen we een stortvloed aan keuzes en dilemma’s te verwerken. Helaas kreeg die stortvloed ook ’s avonds zijn weerslag in het weer, maar tot dan kon de Pukkelpopganger zich laven aan hiphop, indie, folk, electro en ja zowaar klassieke muziek. De review van Arcade Fire en The War on drugs lees je hier, voor alle andere bands en acts kan je hieronder terecht!

© CPU – Bert Savels

Dag 1 om 12u15 de Main Stage openen, het is een cadeau waar weinig bands iets mee kunnen. Circa Waves is daar de uitzondering op. Terwijl het publiek “Wake Up” ter harte nam en “Get Away” niet letterlijk nam, speelden de jonge Liverpooldians ondanks de magere opkomst met veel plezier en goesting. Aan hun enthousiasme zal het alleszins niet gelegen hebben, want met “Fossils”, “Young Chasers” en “Stuck In My Teeth” hadden ze genoeg springerige indie rock in huis om een kamer mee te behangen. Ook technische problemen sloegen hen niet uit hun lood slaan. De jonge heren puurden er zelfs een geïmproviseerd liedje uit. Circa Waves heeft ondertussen de reputatie van een feel good festival band en stelde ons ook deze keer weer gerust in afsluiter “T-Shirt Weather”: ‘it’s gonna be okay.’

© Pukkelpop

Yonoka is een Britse band uit Brighton met aan het hoofd een rebelse frontvrouw in een strak luipaarden printje. In Engeland zijn ze al groot, maar in ons land moet het nog groeien. De vroege vogels die op tijd naar de Club trokken, waren getuigen van een ruige set. De gitarist sloeg het hele concert met z’n hoofd de maat. Het zou ons dan ook niet verbazen moest die binnen enkele weken vervangen worden door een nieuwe wegens een versleten ruggenwervel. Frontvrouw Theresa Yarvis kon niet alleen hoog en zuiver zingen, in de strofen ratelde ze maar door. De mix tussen rock en rap deed soms denken aan een rauwe versie van Paramore. “Fired Up” en “Wouldn’t Wanna Be Ya” gaan er hard aan toe voor een donderdagochtend. Met “Bubblegum” en “F.W.T.B” acroniem voor Fuck With The Boss rocken deze Britten finaal de kater van de eerste avond uit het publiek.

© CPU – Ymke Dirikx

Het was een gek zicht: een 25-koppig orkest op het podium van de Marquee. De Crossbones, een ensemble van koperblazers opende voor de man himself met een sereen stuk. Jef Neve kwam meteen daarna onder luid applaus het podium opgewandeld. Onder de indruk van de grote opkomst – de tent stond vol – kondigde hij bescheiden zijn solist Peter Bogaert aan. De herwerking van Vivaldi’s vier seizoenen bracht dankzij die man de lente op de weide. Kippenvel creëren is niet moeilijk met 25 professionele muzikanten en een steengoeie eerste violist, maar op een festivalweide is het geen evidentie. Neve wist natuurlijk dat het publiek niet elke dag naar klassieke muziek luistert en gooide er de soundtrack van “Game of Thrones” tussen. Voor zijn laatste nummer nodigde hij een zangeres op het podium die met haar stem iedere rocker en ja, zelfs katerende boilerboy, met verstomming sloeg.

Dit jaar staan er opnieuw een aantal nederhoppers op Pukkelpop en één daarvan is de Amsterdammermet Ghanese roots Yung Nnelg die de eer kreeg de Lift dit jaar te openen. Een kans die hij bij beiden handen greep want hij bracht een echt diverse rapshow die de goedgevulde ontdekkingstent al vroeg op de middag uit zijn dak liet gaan. De lekkere beats die we gisteren konden horen zouden zomaar van Bas Brom kunnen zijn en ook de flow van de Nederlandse rapper kon helemaal overtuigen. De eerste verassing in de Lift was dus een feit en bewijst nog maar eens dat Nederland ook een boeiende hiphopcultuur heeft!

Een snikhete tent is niet meteen de beste habitat om Geppetto & The Whales aan het werk te zien. Geef ze eerder een knusse winterhut in de bergen of een bos met flink veel schaduw. Hun set in de Club op Pukkelpop deed ook naar adem happen en vergde flink wat concentratie, want de jonge kempenaren vuurden flink wat nieuwe muziek op ons af. Ongetwijfeld content om nog eens op een festivalpodium te staan, zaten The Whales vol zelfvertrouwen. En dat is helemaal terecht. De nieuwe nummers moeten nog wat wennen en drongen nog niet volledig door op het nog wakker wordende Pukkelpoppubliek, maar doen wel het beste vermoeden voor die nieuwe plaat. Met hun sferisch gelaagde folkrock profileren ze zich steeds meer als de Vlaamse Fleet Foxes, en dat mogen de jongens als een compliment op de borst spelden. “1814”, “Dusquesne’s Horse” en “Juno” waren al pareltjes uit hun debuut, we zijn alleszins welke nummers we er in september mogen aan toe voegen.

Van de Antwerpse band Tin Fingers zijn we avontuurlijke sets gewend met een vette knipoog. Op het podium van de Castello bracht de groep rond frontman Felix Machtelinckx een magere set. De sfeer die anders zo gemakkelijk op te roepen is met hun tropische songs bleef weg bij “Boy Boy” en “Finally Feeling Alone” Van zodra de cover van Fleetwood Mac’s “Everywhere” weerklonk, was de trein dan eindelijk vertrokken. Gelukkig maar. Bij “Young Mother” en “Swim” zagen we terug de Tin Fingers van weleer die met een enkele strofe een dromerige sfeer kunnen neerzetten. De brug tijdens “Swim” doet ons het platte begin vergeten. Of hadden we er gewoon teveel van verwacht?

© CPU – Bert Savels

De zon scheen en ondanks het vroege uur stond er een grote productie op de Main Stage van Pukkelpop. De Canadezen Walk Off The Earth stonden met een heel leger op het podium en maakten met hun zelfgemaakte instrumenten eigenzinnige covers, maar ook aan eigen werk geen gebrek. De show zat zeer goed in elkaar, maar het viel vooral in de eigen nummers op dat het vocaal gezien jammer genoeg wel niet altijd even zuiver was. De goed gevulde weide liet dit hun pret niet bederven en bewoog bijna heel de set mee. Vernieuwend kunnen we hun muziek en show niet noemen, maar toch weet de band gedurende hun set met enkele verrassingen te komen. Afsluiter “Sing It All Away” zit bijvoorbeeld nog steeds in ons hoofd en vormde meteen ons motto voor de rest van de dag.

© CPU – Bert Savels

Soms heb je niet meer nodig dan een bandnaam om af te leiden wat je kan verwachten van een show. Thunderpussy is er zo eentje. Het viertal vrouwen bracht op deze zonnige namiddag donderwolken mee naar de Marquee. Ze knalden, schuurden en braken alles af. Dat deden ze met behulp van vooral heel wat seventies rock invloeden. Ook de garderobe was niet minder opvallend. Felgrijze kleedjes die glinsteren en er voor zorgen dat de bandleden nog meer opvielen. Niet dat ze het nodig hebben, door de gigantische hoeveelheid energie was iedereen van begin tot eind mee. De band amuseerde zich zelf kostelijk, en dat had als gevolg dat ook het publiek steeds meer mee was. ‘THUNDER! PUSSY!’ iedereen had het op het einde door.

De groei die Jacin Trill sinds vorig jaar realiseerde, is enorm en dat vertaalde zich in een aardig gevulde Dance Hall. De Nederlander werd populair met zijn gekke lyrics en zijn vreemde beats en ook op Pukkelpop zorgde die combinatie voor 45 minuten gekkigheid. De sfeer zat goed, de muziek helaas iets minder. Jacin was door een te stille micro amper te verstaan en ook de beats misten de scherpte die de studioversies wel hebben. Ons pakte het optreden niet, maar we moeten wel toegeven dat Jacin en zijn drie crewleden op het podium wel veel enthousiasme uitstraalden en het jonge publiek wisten op te hitsen. Moshpits waren talrijk aanwezig en er werd zelfs een wall of death gecreëerd die het voorste deel van de tent helemaal in vuur en vlam staken. Muzikaal is er nog ruimte voor verbetering, maar op vlak van sfeer zat het gisterennamiddag wel snor in de Dance Hall!

View this post on Instagram

Happy Birthday, Phoebe Bridgers! 🎂 #PKP18

A post shared by Pukkelpop (@pukkelpop) on

Intieme en verstilde acts hebben het altijd moeilijk op een festival zo divers als Pukkelpop. Ook voor de jarige Phoebe Bridgers was het vechten tegen de bierkaai en het geroezemoes. Dat ze begon met het übermelancholische “Smoke Signals” en de gutpunch “Funeral” maakte het er voor het publiek niet makkelijker op. Want zo veel miserie en tristesse bleek moeilijk te verteren op een nuchtere maag. Muzikaal stak het plaatje perfect in elkaar. “Georgia” klonk prachtig en ook “Killer” bleef aan de ribben kleven. In hun kostuumpjes leek de band van Phoebe wel meer op een funeralband dan een festivalact. Maar dan wel één die je met het nodige respect en gevoel ten grave draagt. Een mooie cover van Gillian Welch’s “Everything Is Free” als duet met drummer Marshall Vore en broertje Bridgers die meezong op “Scott Street” waren mooie hoogtepunten in een set die helaas nog te weinig draagkracht had om echt heel de tent stil te krijgen.

Lees ons verslag (met o.a. Dua Lipa & UMO) verder op de volgende pagina!

17 augustus 2018

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter