Interviews, Uitgelicht

Interview Goat Girl: “We hebben een orgasme in een melodie omgezet”

Afgelopen week verscheen de debuutplaat van Goat Girl. Het viertal uit Londen bouwde een grootse livereputatie op door samen met andere bands in ‘The Windmill’ hun sound te ontwikkelen. Die plaats ondersteunt bands die in het begin van hun carrière met muziek willen experimenteren. Ook shame ontstond trouwens uit diezelfde community. De jongedames van Goat Girl hebben een heel frisse plaat afgewerkt die verschillende invloeden toont. Wij gingen eens horen wat ze er allemaal over te vertellen hadden. Frontvrouw Lottie en drumster Rosy stonden ons te woord.

Hoe ziet een perfecte Goat Girl er voor jullie uit?

Lottie ‘Clottie Cream’: Er is geen perfecte ‘Goat Girl’, dat is de schoonheid er van, ze is niet perfect.

Rosy Bones: Wanneer je Goat Girl opzoekt kom je allerlei rare anime verhalen tegen. Naakte vrouwen met geitenhoofden enzo. Als we dan de hashtag op instagram zoeken, komen we soms bij iets helemaal anders uit en dat is niet wat we bedoelden. Het is een soort van fetisj cultuur.

Als band zijn jullie vooral ontstaan uit een soort van live scene in Londen. Hoe belangrijk waren alle andere muzikanten in die scene om jullie te doen geloven in de muziek die je maakte?

Rosy: We kunnen niet ontkennen dat de bands die we daar leerden kennen ons echt hebben geholpen. Shame zorgde er voor dat we een manager vonden die vervolgens een eerste show in de ‘Windmill’ regelde. Ze geloofden in ons en daardoor kregen we ook meer zelfvertrouwen, net omdat zo’n band ons goed vindt.

Lottie: Ze hebben ons niet alleen letterlijk geholpen met connecties, maar ook emotioneel. We mochten samen met hen in kleine zalen optreden en dat zorgde voor een ervaring die heel nieuw voor ons was. Daarom was het wel belangrijk dat we eerst samen met hen zijn gaan groeien. Ze gaven ons veilige ruimtes om over politiek te praten en de vrijheid om tentoonstellingen te maken.

Velen zeggen dat gitaarmuziek dood is. Nu zijn er toch weer enkele bands die terug wat snedige gitaarmuziek maken, inclusief jullie, hoe komt dit denk je?

Lottie: Een gitaarband brengt een soort van klassieke associatie met zich mee. Ik denk wel dat de meeste hedendaags rockbands buiten die klassieke structuur durven denken. Ze proberen er meerdere invloeden in te brengen, denk maar aan electro, maar evengoed blues, krautrock of bossa nova. Er kan zoveel uit één gitaarband komen, de manier waarop je jezelf uitdrukt hoeft niet noodzakelijk in de ‘mode’ van de klassieke rock te passen.

Het voelde dus niet echt als een verplichting aan om een rockband te starten?

Rosy: Ja, dat is een soort van makkelijke weg om te starten met een band. Er zijn heel veel bands uit het verleden waaruit je inspiratie kan halen. En als je dan begint te experimenteren ontdek je dat er veel meer is waar je iets mee kan doen.

Lottie: Er zijn heel veel mogelijkheden om creatief te zijn met een gitaar. Het moet daarom geen rockkwaliteit hebben. Het kan een gladde dissonante manier zijn waarop je het ritme bepaalt. De overvloed aan effecten die je kan gebruiken, blijkt ook altijd handig te zijn. Het hoeft niet per sé een generisch geluid te hebben.

Rosy: Girl Band is hier een voorbeeld van. De set-up van hen is zoals van een zeer ‘basic’ rockbandje, maar ze klinken totaal niet zo. De sound die zij maken is geweldig. Niemand van hen gebruikt zijn instrument zoals het hoort. Toen ik luisterde naar hun album, dacht ik zelf dat ze een elektronische band waren.

Proberen jullie dan ook zoveel mogelijk uit je gitaar te halen op het album?

Lottie: Op het album wilden we vooral onze live sound kunnen implementeren. We namen live op en dan voegden we nog enkele zaken toe. De manier waarop Lissie gitaar speelt, is ook zeer uniek. We voegden bijvoorbeeld veel interludes en andere zaken aan de nummers toe, en dat bevatte veel meer experiment. We willen niet gelabeld worden als indie rock band, en ook niet als gitaarband, we zijn veel meer dan dat.

Die interludes zijn inderdaad zeer speciaal. Waarom heb je er zoveel op gezet?

Lottie: Vooral om een ander idee te geven van tot wat we in staat zijn. We namen de songs op in één dag. Het ging dus vooral op de pre-productie van de nummers. Alles werd in blokjes opgenomen op tape. Als je opneemt op tape, moet je dus bewust zijn van de imperfecties die kunnen opduiken. Je kan niet gaan aanpassen om het mooi te maken. Hierdoor heeft een realistische kwaliteit en bevat het de essentie van de band. Die interludes zijn er maar later bijgekomen, toen we het album iets beter begonnen te snappen. Het voelde alsof we wat meer improvisaties nodig hadden. We gingen dan in een kamer zitten en speelden uren aan de hand van samples en loops. Het is een leuk escapisme, want er zijn verschillende contrasten en sounds in die stukjes terug te vinden. Het is dus een mooi evenwicht tussen losse stukjes en gestructureerde nummers, een beetje zoals we zelf zijn.

Rosy: Die interludes zijn ook belangrijk om verschillende songs te laten samensmelten. Eerst krijg je een ‘bang’ om daarna iets trager te gaan, het zorgt voor een aangename afwisseling. Het zorgt er voor dat de plaat boeiend blijft. Als ik naar zo’n album luister dat telkens weet te verrassen, wil ik die ervaring telkens opnieuw meemaken en dat zal met onze luisteraar niet anders zijn.

Lottie: We leven tegenwoordig in een wegwerpcultuur waarin niemand nog echt naar een album luistert. Hopelijk kunnen we op die manier wel terug de luisteraar aansporen om meer te luisteren naar een album en niet enkel naar de singles.

Als band had je al veel live opgetreden, was het dan bij de opnames belangrijk om die sound op plaat te krijgen?

Lottie: Ik denk het wel, het is altijd gemakkelijk om trashy te klinken en niet na te denken bij wat je doet. Toch is het in de studio fijn om na te denken over de simpliciteit en om daarna verschillende lagen te creëren. We zijn ook omringd door heel veel instrumenten. Analoge instrumenten, synths en zoveel meer. Het is altijd een proces om te experimenteren en op een meer integere manier met de muziek om te gaan. Live duw je gewoon het fuzz pedaal in en ga je er voor, dat lukt op plaat niet.

Wat was het proces bij dit debuutalbum?

Lottie: Onze producer heeft een heel grote invloed gehad. Er zit niet echt een lijn in met wie hij werkt, en dat zorgt er voor dat hij heel fascinerend is. Zo werkte hij al met M.I.A. en Franz Ferdinand. Je hoort dat zijn sound bestaat, maar toch zijn het allemaal heel verschillende genres. Het was dan ook belangrijk dat we een producer hadden die ons vertelde wat we moesten doen. Vroeger moesten we onze producers constant vertellen welke sound we wilden, dat was dit keer anders.

Jullie zijn een erg jonge band. Hoe moeilijk is het om dan een goed debuutalbum te maken?

Rosy: Ons label (Rough Trade) had graag gehad dat we dit al vroeger deden, maar we hebben de boot toch voor een heel lange tijd afgehouden. Dat was een goede zaak. We zijn al iets meer dan twee jaar getekend bij hen, en dat gebeurde eigenlijk allemaal heel snel. We zijn in die twee jaar enorm veel gegroeid door zoveel live te spelen en in contact te komen met andere bands.

Lottie: Je moet in het juiste gedachtegoed tewerk gaan en weten wat je wilt doen met je sound. Dit leer je door ervaring en met verschillende mensen te werken.

Voelde je daardoor iets sneller druk om het album te maken?

Rosy: Er werd wel een soort van hype rond ons gecreëerd, wat er voor zorgde dat we wel moesten presteren. Toch denk ik dat onze producer ons hier goed bij geholpen heeft. Moesten we met iemand anders opgenomen hebben, ging ik nerveuzer zijn. Nu denk ik wil dat mensen de plaat zullen appreciëren. Het is niet echt een verzameling van singles, het is echt een volledig ding.

Lottie: We vertellen een volledig verhaal met het album. Je gaat door een volledige collectie aan emoties, een beetje zoals een verhaal je doet voelen. Het is een reis doorheen verschillende sferen en dat hebben we zo kunnen maken omdat we tijd genoeg kregen van ons label om een verhaal te schrijven. Het maakt ons ook niet veel uit wat mensen denken. Het album herinnert ons aan de fijne periode die we hadden tijdens de opnames. Het is altijd een hobby geweest voor ons, de druk was er niet omdat het voor ons belangrijker is om ons te amuseren.

Jullie proberen altijd om wat humor in jullie muziek te steken. Hoe belangrijk is het om wat ironie naar voor te brengen?

Rosy: Dat is gewoon hoe wij zijn. We nemen onszelf niet te serieus. Alles wat we doen is om onszelf te amuseren. Dat gaat van de politiek in ons land tot de manier waarop mensen met elkaar omgaan, alles proberen we van een grappige noot te voorzien. We hebben een soort van ‘tongue and cheek’-attitude wanneer we aan het schrijven zijn. Ik hou van de satirische manier waarop komieken hun moppen maken. Ze zoeken een vreselijke situatie, maar plaatsen dan in een context zodat het toch hilarisch wordt.

“Creep On The Train” gaat over een zeer delicaat onderwerp. De muziek is ook heel duister, maar ontspoort daarna in een vrolijk allegaartje. Is dit iets wat je bewust wilde doen?

Lottie: Ja, er zitten heel fijne harmonieën in dat liedje. Dat is fijn om eens te doen, een gelukkig liedje maken zodat mensen zich op het gemak voelen, maar dan toch de ironie in de songtekst dat het eigenlijk over iets veel donkerder gaat. Dan hoor je de zin ‘I’m gonna smash your head in’ en daarmee verwar je het publiek dan eigenlijk. Er hoeft dus niet één emotie te zijn, er zijn er veel meer die je met elkaar kan laten interageren.

Dit is iets alledaags, schrijven jullie dan vooral over alledaagse zaken, of is politiek ook iets belangrijk?

Lottie: Er zijn zoveel zaken die interessant zijn om over te schrijven. Politiek is er één. Het is goed om je bewust te zijn van wat er zich afspeelt in de wereld (socially aware), maar het is ook goed om lichte situaties te bespreken. Je kan fictieve karakters creëren, je hoeft niet per sé uit de eerste persoon gaan spreken. Zo kan je uitzinnige dingen zeggen, maar dan vanuit een ander persoon die wel op die manier zou denken. Eén van mijn favoriete artiesten, Ben Wallace, praat op die manier. Het is interessant om die verschillende sociale rollen te gaan inspecteren.

“The Man” is misschien het meest aanstekelijke nummer van de plaat. Net de herhaling zorgt er voor dat het blijft hangen. Is dit iets wat bewust is gekomen?

Lottie: Met “The Man” hebben we geprobeerd om een orgasme in een nummer te gieten. De melodie gaat steeds hoger en hoger en op een bepaald moment schreeuw je ook gewoon ‘The Man’. Het is een beetje zoals seks dus, dat is misschien waarom mensen het fijn vinden. (lacht)

Het valt op dat dit niet het enige nummer is waarin veel herhaling voorkomt.

Rosy: We houden er van om heel simpel te zijn en korte nummers te maken. Andere bands hebben soms ook een goed idee, maar doordat ze het zo uitrekken lijkt het meer op een jam en gaat de aanstekelijkheid verloren. Dat is een beetje gemakzuchtig. Wij hebben veel herhalingen, maar houden het kort. Soms stoppen we zelfs met een nummer voordat het publiek er helemaal in kan geraken, wat ze misschien zelfs vervelend vinden. Dat is dan weer ons handelsmerk waardoor mensen blijven terugkomen, ze willen meer.

Lottie: Het is ook fijn bij de opnames. We hebben geen versterkers dus dan is alles back to basics. Hierdoor klinken de stemmen dan ook heel frequent en soms zelfs het luidst tijdens de opnames. Die harmonieën die constant hetzelfde zingen, zorgen voor een heel aparte sfeer dat ons dichter bij elkaar brengt.

Wat hoop je te bereiken met dit album?

Lottie: De mogelijkheid om niet alleen als een gitaarband te bestaan. Om het publiek te laten beseffen dat er veel meer mogelijk is. Dat we ook een meer elektronische weg uit kunnen. Als een beginnende band kan je niet vermijden dat mensen je in een hokje steken, en dat is bij ons gebeurd. Met het album zou ik dus graag die bubbel doorprikken.

9 april 2018

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Newsletter