Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Franz Ferdinand: We willen het publiek al wenend laten dansen

Franz Ferdinand is terug van nooit echt weg geweest. De band onderging enkele personeelswissels waardoor ze nu met vijf door het leven gaan. Gitarist Nick McCarthy verliet de band en werd vervangen door twee nieuwe muzikanten. Het resultaat is te horen in de nieuwste worp van de band; Always Ascending. Eind februari staat de band ook in Vorst Nationaal. Om wat dieper op die personeelwissels in te gaan, hadden we een gesprek met Robert Hardy (bassist) en Julian Corrie (Gitarist en toetsenist) van de band, zij vertelden ons onder meer hoe het album tot stand kwam.

Jullie zijn al een erg grote naam in de muziekwereld. Hoe moeilijk is het dan om nog met nieuwe muziek op de proppen te komen?

Robert Hardy: Het is vooral belangrijk om plezier te hebben en te genieten van wat je doet. Je moet genieten van de aspecten die bij een band horen zoals op sociale media zitten en opgewonden geraken van wat je doet dan komt het gewoon natuurlijk.
Julian Corrie: Ik denk dat nieuwsgierigheid ook een grote rol speelt. Op zoek gaan naar zaken die je spannend vindt. Als ik iets schrijf dan luister ik naar veel zaken en dan hoor ik iets wat nieuw is en ben ik meteen enthousiast. Als je verveeld raakt, is dat vooral doordat je te veel naar dezelfde zaken luistert. Je moet altijd nieuwsgierig blijven.

Hoe is de muziekindustrie in al die tijd geëvolueerd?

Robert: Ik denk niet dat er veel is gewijzigd. Natuurlijk is streaming er bij gekomen en dat is een gigantisch deel van de muziekindustrie geworden. Toch is het niet echt een ding waar je aan denkt als je in een band zit. We doen gewoon waar we zin in hebben, maken albums en spelen shows. Dat is iets waar iemand anders zich zorgen over hoeft te maken, niet wij.
Julian: Ik denk dat als je in de positie zit waarin je je zorgen maakt over wat je moet doen om relevant te blijven, dat het desastreus zou zijn. Je moet gewoon doen waar je goed in bent zonder te veel na te denken.
Robert: Blijf gewoon op het pad en ‘go with the flow’.

“Always Ascending” is de titeltrack van het nieuwe album. Is dit een soort van referentie naar jullie carrière?

Robert (zelfzeker): Ja
Julian (lacht uitbundig)
Robert: Wel, het is vooral een referentie naar het nummer. Waar het vooral over een vliegtuig gaat. Er is een sequentie in het nummer waarin het altijd omhoog blijft gaan. Het leek ons bijgevolg plezant om dat als de albumtitel te nemen als een soort van positieve bevestiging van waar ons doel ligt.

Je had ook een aanklacht gemaakt tegen Trump, vind je dit belangrijk in jullie muziek om ook eens op de barricaden te staan?

Robert: (twijfelend) Ja, al denk ik niet dat we voordien al zoiets politiek als het “Demagogue” nummer hebben gemaakt. Dat was een speciaal geval omdat er een oranje gek meedeed aan de verkiezingen en president van de Verenigde Staten werd. Toch denk ik niet dat we een prekerige band zijn.
Julian: Ik denk dat ook niet. Het was op het moment waarop we dat deden wel heel belangrijk. We waren aan het werk in Schotland aan ons album en we kwamen al snel tot de beslissing dat we er iets mee moesten doen.
Robert: Het was overal op het nieuws. Je voelde echt dat er slechte dingen aan zaten te komen.
Julian: Toen kregen we ook het gevoel dat we een statement moesten maken over dat onderwerp.
Robert: Maar in het algemeen is dat niet iets wat we nastreven.

Hoe was het schrijfproces voor dit nieuw album?

Robert: Ieder nummer heeft een verschillende schepping. Ze starten met een tekstueel idee waarna ze worden uitgewerkt op akoestische gitaar of piano. Daarna volgde een klein stukje van een beat, riff of baslijn. Het is eigenlijk verschillend voor ieder nummer.
Julian: Het volledige proces heeft eigenlijk anderhalf jaar in beslag genomen. (kijkt naar Robert) Jullie begonnen met drie te schrijven aan het album en toen kwam ik vorig jaar in augustus bij de band. Toen speelden we samen en kwamen we met ideeën en pasten we zaken aan die er reeds waren.
Robert: We hadden al enkele zaken die je als songs kon beschrijven, maar we hadden ze nog nooit gespeeld. Van sommigen hadden we ook nog niet echt een idee hoe ze moesten klinken. Het nummer “Lois Lane” had een volledig ander arrangement, een soort van traditionele indie song. Toen braken we het in twee met Julians synths en gaven we het een nieuwe arrangementen. We knipten in de geluiden, namen van een bepaald stuk iets en voegden dat bij een ander stuk. Zo ging het proces vooral, heel veel knip en plakwerk.
Julian: We werkten allemaal eigenlijk heel goed samen.

Hoe moeilijk was het om met een nieuwe band samen te werken?

Julian: Ik ben een heel moeilijk persoon, maar de resultaten zijn geweldig.
Robert: Het was eigenlijk verrassend gemakkelijk, dat is ook de reden waarom we hem bij de band vroegen. Wanneer hij voor het eerst naar de studio kwam, speelden we wat demo’s voor hem. Hij luisterde eenmaal naar een lijn en kon het meteen correct meespelen. We speelden het daarna voor de eerste keer als band en we voelden meteen ook dat het werkte.

Heb je dan ook een nieuwe input bij de band gegeven?

Julian: Ik denk van wel. Wanneer ik bij de band kwam, wilde ik mezelf blijven. Ik was al even bezig als muzikant, nam wat soloplaten op voor een label in Glasgow. Op die manier hebben we elkaar ook leren kennen. Ik wilde mijn eigen ideeën en invloeden in de band krijgen. Ik wilde niet overkomen als iemand die gewoon klakkeloos alles overnam wat de anderen mij zeiden.
Robert: Dat zorgde er voor dat het heel boeiend was om te werken met Julian. Als je iemand nieuw in de band krijgt die gewoon nadoet wat wij als band doen, is dat niet zo vernieuwend als nu met Julian. Wanneer hij bij de band kwam, ging alles ook in een stroomversnelling. We hadden al wat demo’s opgenomen, maar ze nog niet samen als band gespeeld. Een maand nadat Julian bij de band kwam, hadden we plots al zeven of acht nummers afgewerkt.
Julian: Het was goed om heel snel te werken. Wanneer we dan uiteindelijk de nummers opnamen in Londen in de rag studio’s, was het meeste van de tracking in zes dagen gedaan, en werd alles live opgenomen. Heel veel repeteren in Schotland en dan opnemen in Londen.
Robert: We spendeerden heel veel tijd aan samen spelen en nummers uit elkaar halen, verschillende zaken anders spelen en wat experimenteren. Een deel daarvan ging makkelijker dan voordien omdat we als een nieuw viertal zaten samen te spelen. Een nieuwe muzikale relatie werd samengevoegd met een nieuwe sociale relatie en zo ging dat wel vlot. Tijdens de opnames van het album hadden we onszelf opgelegd dat we enkel ons vier gingen laten spelen zonder overdub. Wat je dus hoort zijn eigenlijk lagen van tracks waarbij heel veel zaken werden bijgevoegd. Hierdoor moest er op het podium wel iemand extra bijkomen om dit live zo goed mogelijk te laten overkomen. We waren al even aan het praten om Alex (Capranos, frontman) wat minder gitaar te laten spelen op het podium om hem meer vrijheid te geven. Dus nu kunnen we dat met enkele nummers ook doen en kan hij meer een podiumbeest worden. Hij speelt natuurlijk wel nog gitaar. Op wat oudere nummers en wat nieuwe nummers, maar toch zijn er ook enkele waar hij vrij is en dat is nieuw.
Julian: Het bevrijd hem om meer een performer te zijn en dat is echt fantastisch.

Dus jullie liveshows zijn nu beter dan ooit?

Robert: Zijn ze zeker! (Lacht)

Jullie hebben enkele jaren geleden samengewerkt met Sparks. Hoe heeft dit jullie geholpen bij het maken van deze nieuwe plaat?

Robert: Ik denk niet dat het muzikaal veel invloed heeft gehad, maar het is vooral de levenskracht die we er uit hebben gehaald. We maakten de FFS plaat een beetje op dezelfde manier als nu. Het was allemaal geschreven en gerepeteerd en daarna opgenomen in iets meer dan twee weken. Dat werkte zeer goed voor ons en we hebben dat bij deze dan ook weer zo geprobeerd. Met Ron en Russel samenwerken was geweldig omdat het inspirerende karakters zijn. Ze hebben een gigantische nalatenschap op vlak van platen. Om met hen te zijn en te zien dat ze echt opgewonden zijn door nieuwe muziek, dat is plezierig. Alles is voor hen plezier en als je dat na veertig jaar spelen nog steeds kan doen, is dat zeer inspirerend voor ons.

Is het dan belangrijk om muziek te maken die plezierig is voor andere mensen?

Robert: Ja, dat denk ik wel.
Julian: Het is niet de enige emotie die we willen oproepen natuurlijk.
Robert: Mijn favoriete emotie is een soort van euforische melancholie.
Julian: Ja!! Van mij ook. Dat is wat ik wil doen met de muziek, wenend dansen.

Je hebt natuurlijk toch van die nummers op het nieuwe album zoals “Lazy Boy” dat echt wel aanzet tot een happy feeling. De lyrics zijn niet al te moeilijk en het is vooral de sfeer van de muziek die telt. Is dat iets wat jullie dan toch nastreven, simpele nummertjes die makkelijk mee te zingen vallen?

Robert: Ja natuurlijk, maar bij “Lazy Boy” is het muzikale aspect dan weer veel ingewikkelder en dat compenseert de minder vernieuwende lyrics. Het is een ongewone tijdsaanduiding wat gecompliceerd is voor ons. Het nam veel werk in beslag om het goed te laten klinken.
Julian: Ja, het nam veel tijd in beslag om het vloeiend te laten klinken. Hij praat over luiheid in het nummer maar het was wel één waar we het meeste werk in gestopt hebben.

Er zit ook een subtiele verwijzing naar films in jullie nieuwe plaat. Hoewel “The Academy Award” vooral als metafoor wordt gebruikt, is er een achterliggende film betekenis. Hoe belangrijk is film bij jullie muziek?

Robert: Ja, we hebben in onze carrière al enkele nummers gehad die spraken over films. Ik denk ook dat alle soorten kunst een inspiratie vormen voor wat je doet. Visual arts, cinema en ga zo maar verder heeft allemaal een invloed op wat je doet.

Op “Lois Lane” bezingen jullie een bekende, fictieve, journaliste. Kijken jullie op naar wat journalisten doen?

Julian: Ja, tegenwoordig zijn journalisten belangrijker dan ooit. Er gebeurt zoveel in de wereld en er is zoveel informatie zodat er iemand moet zijn die alles er uit sorteert. Zo haalt hij er de waarheid uit en wat effectief aan het gebeuren is. Tegenwoordig heb je ook iets als Fake News, daar kan je veel slecht mee doen. Je kan mensen laten geloven wat je wilt, wat we de laatste jaren veel gezien hebben, dus goeie journalistiek is essentieel.

Enkele nummers op het album zijn heel opgewekt, andere zoals “Slow Down Don’t Kill Me” zijn erg breekbaar, hoe probeer je hier een evenwicht in te vinden?

Julian: We proberen meer vrolijke nummers op het album te krijgen dan treurige. En we proberen in de volgorde ook zo veel mogelijk om daar een evenwicht in te vinden zodat treurige muziek worden gecompenseerd met meer ‘happy songs’.
Robert: Ik denk dat het ook deel uitmaakt van ons karakter en persoonlijkheid. Heb je ooit al eens iemand ontmoet die constant gelukkig is? (beeld een kotsgeluid uit) Je moet dus ballads hebben om dat wat te compenseren.

Als grote band krijg je ook vaker kritiek, hoe ga je hier mee om?

Julian: Wij kijken daar eigenlijk niet echt naar. Je moet geloven in wat je zelf doet en als je in jezelf gelooft dan kom je er sowieso. Of je nu een kleine of een grote band bent, je mag nooit aan jezelf twijfelen.

Mooie woorden om mee te eindigen, merci!

8 februari 2018

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter