Interview dirk.: "Je kunt niet ontroeren als je niet kunt lachen."
Features, Interviews, Uitgelicht

Interview dirk.: “Je kunt niet ontroeren als je niet kunt lachen.”

Terwijl we de twee singles “Gnome” en “Milk” al onmogelijk uit ons hoofd krijgen, spraken we af met bassist/zanger Jelle Denturck in hartje Gent. Tot nu toe kwamen we niet verder dan ‘dirk. is a band’, dus legden we het verleden, heden, en toekomst van het slackerrockkwartet onder de loep.

We zullen beginnen met een clichévraag. Zou je in ’t kort de evolutie van dirk. kunnen schetsen, van begin tot eind?

“We zijn met dirk. begonnen met drie: Ruben, Fré en ik. Fré wilde met mij samen iets doen, we kenden elkaar al van op café. Ik wilde echter niet beginnen zonder een drummer, want met gitaar en bas kan je volgens mij niet zo veel uitsteken. Fré kende blijkbaar nog een jonge drummer, en dat bleek dan nog eens een vré goeie drummer te zijn: Ruben dus. Toen was hij 17 of 18 jaar, en liep dan nog school bij het conservatorium. Nu speelt hij bij Faces on Tv, Noémie Wolfs, Tamino,… volledig vertrokken dus. Hij is dus ook vorig jaar uit de band moeten stappen omdat het gewoon niet meer combineerbaar ging blijven. Al de bands waar hij in speelt, komen dit jaar allemaal met een plaat, dus wat de festivalzomer betreft, viel het gewoon niet meer te combineren. Hij heeft er dus een paar moeten laten vallen, waaronder dirk. Maar wij hadden toen gelukkig al een vervanger klaar staan.”

“Met drie gestart dus, maar ik had al vlug het idee om Pieter-Willem van Protection Patrol Pinkerton erbij te halen. Ik weet ook dat hij naast de melodieuze, poppy toestanden van PPP ook zot was van alles wat scheef en raar is. Hem erbij halen, leek mij daarom interessant. Vanaf dan zijn we meteen nummers beginnen schrijven, en dat verliep meer dan vlot. Bij mijn vroegere bandjes waren de eerste nummers meestal verschrikkelijk slecht, maar we stonden allemaal op het punt dat we wel een ‘song’ konden schrijven. We hebben ook vrij snel onze stijl gevonden; een beetje nineties, grungy met wat noise erbij. Sindsdien zijn we op het gemak beginnen optreden, niet te veel pushen ofzo, dan Humo’s Rock Rally gedaan en derde geworden. En nu een plaatje uitbrengen hé.”

Sommigen durven beweren dat rock rally’s en dergelijke een té objectieve manier is om zoiets subjectiefs als muziek te beoordelen. Hoe is jullie visie daarop, na te hebben meegedaan en uiteindelijk derde te eindigen?

“Sowieso zijn muziekwedstrijden voor mij een abstract gegeven: dat zou eigenlijk niet mogen bestaan. Maar ’t is hier België, of eigenlijk Vlaanderen aangezien de communicatie over de taalgrens heen nog steeds miniem is. Vlaanderen telt zes miljoen mensen, en wij hebben niet de luxe om te zeggen “we doen aan geen enkele wedstrijd mee en we zullen er wel geraken”. Dan is het eigenlijk vrij simpel: dan geraak je er gewoon niet als band. Je kunt er eigenlijk moeilijk van onderuit. Ik heb altijd wel respect gehad voor Humo’s Rock Rally. Het gaat er om het live-aspect, je moet het live komen doen, en dat vind ik wel fijn. Het nadeel aan rock rally’s is dat je wel appels met peren moet vergelijken. Kijk naar de top drie van afgelopen editie: Whispering Sons, new wave, de tweede was een hip-hopcollectief en de derde een grungeband; hoe kan je die met elkaar vergelijken? Daarom vonden we het ook totaal niet erg om derde te eindigen: in de top drie maakt het niet uit welk cijfertje je hebt, je kon de bands toch niet vergelijken dus kan je ze ook niet echt rangschikken.”

Op sociale media portretteert dirk. zich op een heel droge manier. Vanwaar komt dat idee? Is dit geëvolueerd uit de bandnaam?

“Ja sowieso! Mijn humor wordt ook omschreven als droog, en ik heb niets liever dan droge humor. Tegelijkertijd is het ook een zacht en lief statement. Ik hou niet van bands of artiesten die op internet smeken om aandacht. Dat heeft bij mij net het omgekeerde effect. Ik heb dan eerder het gevoel dat de artiest zelf precies niet volledig overtuigd is van zijn eigen werk. Als je heel droog communiceert, dan is dat ten eerste grappig want het valt uit de toon met wat anderen doen. Ten tweede is het een statement in die zin dat wij enorm overtuigd zijn van wat we doen, zonder het publiek te pushen om naar onze muziek te luisteren. Er is een verschil tussen ‘wees welkom’ en ‘please kom af’.”

Jullie debuut heet dan ook simpelweg Album. Waar is het opgenomen, en hoe verliep het opnameproces?

“Wij hebben dat opgenomen in Wellen, dicht bij Hasselt, bij Niels Hendrickx. Een gast die zelf nog in de finale van de rockrally gestaan heeft met Fence, een tiental jaar geleden. Hij is de baas van Fons Records, en producet ook heel goeie dingen: de platen van Bed Rugs heeft hij bijvoorbeeld gedaan. Hij is zelf zot van nineties, vond onze muziek nineties as fuck klinken, en wou dit ook in het opnameproces integreren. We namen alles live met tape op, zonder clicktrack; geen toeters en bellen. In vier dagen hebben we de hele plaat opgenomen. Het werd een hele rush, we hebben ons volledig uitgeleefd, nooit nuchter, maar dat was goed. [lacht] Achteraf waren we enorm content van hoe het knalde. We dachten eerst om het te laten mixen door Niels zelf, maar dat viel echter wat tegen. Omdat het zo ouderwets was opgenomen, was het ook echt een nineties mix. Wij wilden echter dat het ook hedendaags klonk. Met het ene been in de nineties en het andere in het nu, dát was het idee. Dan hebben we het uitgeleend aan Reinhard Vanbergen (van Das Pop, The Happy,…). Die heeft de eerste plaat van The Hickey Underworld gedaan, volgens ons een echt meesterwerk. Ik vind ook dat je het er echt in hoort, de Hickey Underworld-vibe, de sound van Reinhard. Van de combinatie van Niels en hem zijn we uiteindelijk enorm tevreden.”

Beginnende bands worden vaak aangespoord om eerst met singles en EP’s te beginnen, en dan pas met het grote werk aan de slag te gaan. Waarom kozen jullie radicaal voor een full album?

“Die theorie klopt volledig: van de eerste keer een album uitbrengen, is marketinggewijs het stomste wat je kunt doen. Je moet opbouwen, met losse singles, buzz creëren en dan een plaat doen. Alleen, dat is dé manier van aanpakken tegenwoordig, en ik vind dat er daarmee twee dingen gebeuren. Ten eerste creëer je verwachtingen, die dan in vele gevallen niet worden ingelost met de plaat zelf. Ik merk dit vaak: supervette singles die uiteindelijk slechts uitschieters blijken op het album. Enorm jammer. Ten tweede is een song ‘maar een song’. Als je twee jaar moet zwoegen aan één nummer, is er iets verkeerds aan de hand. Ik sta met muziek op en ga er ook mee slapen. Als je iets te zeggen hebt, komt het wel van zelf, en dan wil ik persoonlijk niet wachten om een album uit te brengen. Ik wil gewoon platen maken, voila. Daarnaast relativeer ik die marketingstrategie ook liever. Oké, we hebben een plaat gemaakt, we hebben er enorm veel geld en moeite in gestoken. Het zou kunnen dat we daar niet genoeg van terug krijgen, omdat je niet opgebouwd hebt. Maar fuck da, ik schrijf snel songs, en dirk. is een band die snel werkt, laat ons dan gewoon platen maken. We zijn nu al bezig aan de volgende plaat, en ik zou graag hebben dat die volgend jaar al uitkomt. Het moet vooruit gaan.”

In de podcast Antiradio met Frederik De Backer spreek je over het feit dat je eerst een ‘vuile’ plaat wilt maken, en pas later de ‘propere’ toer op wilt gaan. Is dat een voorbedachte keuze of leek dat jullie pas achteraf een cool idee?

“Wel, in het begin hebben we al eens enkele demo’s opgenomen om toch al wat te kunnen rondsturen. Dus klopten we aan bij Ace Zec van Oceanside Studio. Ik heb nog nooit iemand geweten die een drum zo goed kan laten klinken, echt ongelooflijk. Jelle Tommeleyn van Miava was een goeie vriend, en via hem zijn we bij Ace terechtgekomen. En dat klonk zó goed! Na een tijdje die demo’s rond te sturen, ontstond de gedachten om eerst rauw te klinken, écht nineties, terwijl het bij Ace een beetje fake nineties klonk. Het ruikt wel nog naar nineties maar was wel nog gepolijst, heel af. Pas op, ik bedoel dat zeker niet denigrerend ofzo, één van de demosingles, “Hit”, heeft de plaat niet gehaald terwijl we het wel hadden opgenomen. De versie van Ace was gewoon té goed, en zo kwam het plan om die op te sparen. Eerst een beetje fucked up noise maken, en dan een gepolijste hit, net zoals “Hit”.”

Twee van de bandleden spelen in Protection Patrol Pinkerton. Hoe is het anders bij dirk.?

“Het verschil ligt in het feit dat ik bij PPP pakweg 80% van de songs schrijf. Op repetitie wordt er dan verder aan gewerkt. Bij dirk. worden songs samen geschreven. We prutsen meer, en ik geef ook veel meer ruimte aan de andere bandleden. Van nature ben ik een melodieuze songschrijver, en bij dirk. moet het juist spannend worden. Er moet wel degelijk melodie in zitten, melodie is voor mij heilig. Er moet een refrein in zitten dat ik kan meezingen anders boeit het mij niet. Maar het moet wel gecounterd worden door noise, onverwachte shit, en hooks. Pieter-Willem is daar heel sterk in, hij blijft mij verrassen. Zo blijven we nooit in een vaste structuur zitten. Daar moet je volgens mij als band op focussen: niet in hetzelfde stramien blijven steken.”

Van songstructuur naar lyrics: zit er een rode draad in de teksten, naast het feit dat het allemaal uit jouw hoofd komt?

“Tekstueel vind ik wel dat je een overkoepelend geheel kunt plakken op de nummers. Jezelf verloren/niet thuis voelen, dat is voor mij een vaak terugkerend thema. Ik voel mij nooit ergens thuis; dat gevoel van warmte, ergens thuis ‘horen’. Het kan mij zelfs tot wanhoop drijven. Het existentiële zit vervat in de nummers, ik heb zelf ook een beetje vastgezeten met Camus en Sartre. Dat kruipt allemaal in de teksten.”

De reeds uitgebrachte singles doen ons een traantje wegpinken en tegelijk euforisch meezingen omdat het allemaal zo catchy is. Maar hoe ervaren jullie zelf de muziek?

“Exact op die manier [lacht]. We omschrijven het zelf ook als bleiten terwijl je aan het headbangen bent. Dat is ook wat ik wil; enkel bleiten wordt al snel zelfbeklag. Er moet humor in zitten. Ik heb me in de teksten dan ook uitgeleefd met vele woordspelletjes. En wat het meezingen betreft: het moet hapbaar blijven.”

“Zelfs als ik naar artiesten als Nick Cave luister, vind ik enorm veel humor terug. Vaak zien mensen hem als een donker iemand die al het lijden van de wereld op zijn schouders meesleurt, maar er zit zo veel humor in, wat het draagbaar maakt. Dat is enorm belangrijk voor mij: je kunt niet ontroeren als je niet kunt doen lachen. Dat geldt bij mij voor alles, voor dirk., voor PPP,… voor alles.”

We keren terug naar het album zelf, als eindproduct dan: Vanwaar de keuze om een kleurboek bij jullie album te voegen?

[lacht] “Ik teken enorm graag, ik maak in mijn vrije tijd wat cartoontjes, echt voor de lol. Ik kwam op het idee om van elk bandlid een soort personage te maken. Het leek mij wel geinig om cartoonversies van iedereen te maken. De band vond dat supertof, dus ging ik daar maar mee verder. Toen ik het artwork van de plaat zelf maakte met een typemachine en verf, was dat echter nog zonder het cartoonelement. Dat vond ik achteraf wat jammer. Ik kwam dan op het idee om van ieder nummer een tekening te maken: een getekende versie van het nummer als het ware. Er staan acht nummers op de plaat, wat zorgde voor acht tekeningen. Waarom er dan meteen geen kleurboek van maken?”

De albumrelease is in de Charlatan, in samenwerking met Kontzert. Hoe kwam die tot stand?

“Het gaat natuurlijk allemaal een beetje via de boeker, maar Thibault (Vander Donckt) en Simon (Lamont, oprichters van Kontzert) ken ik, die werkt nu zelfs bij ons management, Gentlemanagement. We twijfelden tussen Nest en Kontzert, want die laatsten hadden het ook zelf aan ons voorgesteld. Maar die gasten zijn zodanig gemotiveerd, dat voor ons de keuze snel gemaakt was. De Charlatan blijft ook wel een iets ruiger kot. Nest is mooi, leuk en nieuw, maar het is allemaal iets properder. Voor dirk. is het volgens mij wel leuk dat het daarom in een vuile tent zoals de Charlatan doorgaat.”

Tot slot: hoe gaat jullie tweede album eigenlijk noemen? Hebben jullie jezelf niet schaakmat gezet door jullie eerste album Album te dopen?

Another Album, of Also an Album leek ons wel iets, maar de uiteindelijke titel houden we voorlopig geheim.

Nog plannen in het verschiet in de aanloop van de release?

De albums worden vandaag allemaal in plastiekskes gestoken, samen met de kleurboeken. Dat moet allemaal handmatig gedaan worden. Voor de rest wat live voorbereiding voor de release: Grasnapolsky in Nederland, de AB, de Trix op het We Are Open festival. Daarnaast ook repeteren, PA-repetities, geluids -en lichtmannen inschakelen, kortom: ervoor zorgen dat het in orde komt.

16 februari vindt de album-release plaats in de Charlatan te Gent.

10 februari speelt dirk. op We Are Open in de Trix, samen met onder andere Crowd of Chairs, Raketkanon, Shht, Onmens, en Briqueville. Alle linkjes naar het album vind je hier.

 

7 februari 2018

About Author

Tijl Van de Casteele


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter