Live, Recensies

HORST 2017: Eclecticisme heerst

Foto: Pommelien Koolen / Bron: HORST Facebookpagina.

In een festivalversie van ‘Wie Is Het?’ zou je met talloze vragen HORST meteen kunnen identificeren. Heeft het festival een expliciete link met kunst en architectuur? Wordt er elk jaar een podium ontworpen speciaal voor het festival? Komen er elk jaar enkele absolute grootheden uit de elektronische muziekwereld draaien? Toegegeven, dat is geen sluitende vraagstelling. Dan maar terugvallen op de ultieme vraag: speelt het festival zich altijd af in en nabij het kasteel van Horst? Tuurlijk, al was het opzet dit jaar noodgedwongen anders.

Zo kon het binnenplein van het kasteel voor het eerst niet als podium dienen. Het kasteel kende eerder dit jaar problemen met de stabiliteit door het loskomen van een stuk in de nog niet-gerestaureerde rechtervleugel. Vandaar besloot de organisatie om niet één maar twee podia te laten ontwerpen. Het ene was een door Jan De Vylder gecreëerde omwalling van bakstenen opgesteld in twee L-vormen, het andere een metalen constructie bestaande uit drie verdiepen die min of meer de sfeer van het échte kasteel moest vatten. Of dat is toch wat de drie mannen van collectief Assemble zeiden tijdens een artist talk achterin het domein op zaterdagnamiddag.

Artist talk met de leden van Assemble (foto: Pommelien Koolen / bron: HORST Facebookpagina)

Eerst voelde het ietwat onwennig aan. De authentieke sfeer die het kasteel met zich meebrengt ontbrak namelijk. Desalniettemin slaagde Jayda G met haar aanstekelijke enthousiasme en onberispelijke selectie erin het volk in beweging te krijgen. Haar eigen unreleased track met die heerlijke vocal die veelal “Get down on your knees” proclameert was een schot in de roos, evenals Tee’s Illhouse Mix van DMS’ “Let Me Tell You Something”: een ware discobanger waarbij handen de lucht in worden gezwierd als ware het een compulsie. Deze vrolijke mengeling tussen disco, soul en house had ongetwijfeld nog beter uit de verf gekomen, mocht de zon ook van de partij geweest zijn.

Na Jayda G repten we ons naar het Podium Pile Pavilion in de hoop nog een goed plekje te bemachtigen voor de set van LeFtO, de dj die nooit teleurstelt. Zoals verwacht deed hij dat ook nu niet, integendeel. Het volk stroomde met mondjesmaat toe, maar de lokroep van de eclectische mix die LeFtO ons voorschotelde was onweerstaanbaar. Hiphopkleppers als “Really Doe” van Danny Brown , een vertraagd “DNA” van Kendrick Lamar en een verknipt “Ultimate” van Denzel Curry passeerden de revue naast alternatievere muziek zoals nieuw werk van Mount Kimbie en BADBADNOTGOOD. Verder liet LeFtO ook de boxen hun werk doen door bass heavy beats op het publiek af te vuren, die perfect werden afgewisseld met Braziliaanse samba en andere obscure tunes.

#lefto #nicetoseeyouinthejungle

A post shared by Olivier Fimmers (@o.l.i.4) on

Pas ’s nachts kwam het Newcastle van Assemble ten volle tot z’n recht: de schijnbaar eenvoudige belichting deed prima z’n werk en meer volk op de eerste en tweede verdieping zorgde voor een toffe, ietwat voyeuristische sfeer. Nog een ander voordeel ten opzichte van het kasteel: hier kon je je voeten niet zo makkelijk omslaan als op de kasseien van het binnenplein. Gelukkig maar, want er moest nog behoorlijk wat gedanst worden. Shanti Celeste back to back met Funkineven was een act die op voorhand vuurwerk beloofde, maar beperkt bleef tot het equivalent van kwajongens die een paar betonstrijkers tot ontploffing brengen. Waar Jayda G en LeFtO zich hoofdzakelijk onderscheiden van doorsnee dj’s door hun eclectische mix van stijlen, bleven deze twee kleppers te veel in hetzelfde straatje om te triomferen. Eentje die daar wel mee weg wist te komen was Helena Hauff. Met een loeiharde en no-nonsense mix van electro en techno bracht ze het publiek in extase. Anderhalf uur lang had de Hamburgse ons in haar greep. Zelfs toen een festivalganger haar sigaret van achter de desks wist te stelen, reageerde ze met een zekere cool. Wat een vrouw!

Een zicht op het podium Newcastle ’s nachts (foto: Pommelien Koolen / bron: HORST Facebookpagina)

De volgende dag begon met weinig volk op het festivalterrein. Wij begaven ons naar de artist talks die helaas ongeveer een uur later dan voorzien van start gingen, maar gelukkig best interessant waren. De eerste muzikale act van de dag was daardoor Kornél Kovács, die deze beer eerder deze zomer op Best Kept Secret een bijzonder gevarieerde nachtelijke set zag brengen, met onder meer Mark Sevens “The Fatal Flaw In Disco (U 4 Ria)” en “Spread Love” van Al Hudson & The Partners. Dat niveau werd zaterdag niet gehaald. Mogelijk door het relatief vroege uur hield de heer Kovács het zeer braaf, hoewel hij ons nergens tegen de b(h)orst stootte. Op het eind werd het wel kantje boordje met een melige bewerking van de vroege 90’s hit “Walking In Memphis”.

Gelukkig had de 52-jarige Gilles Peterson meer verrassingen in het verschiet. Na een rondje jazz, soul, samba en grime belandden we bij een eerste hoogtepunt van zijn set: de niet kapot te krijgen klassieker “Flat Beat” galmt door de boxen. Zoals het een dj uit het Verenigd Koninkrijk betaamt stopt hij de plaat zodra hij het publiek uit z’n dak ziet gaan en start hij ze opnieuw, een zogeheten rewind. Later doet hij hetzelfde wanneer hij van een reggaenummer plots in overdrive schakelt naar jungle. Net als LeFtO weet deze smaakmaker als geen ander hoe je een bepaalde groove kan behouden aan de hand van verschillende muziekstijlen. Het kan overigens geen toeval zijn dat beide heren zelf af en toe de micro grijpen om het publiek op te zwepen én dat ze beiden het meezingbare “Rap Das Armas” draaiden, zij het in verschillende versies. (Voor de volledigheid: LeFtO draaide “Morro Dub Dende” van Addison Groove & DJ Die, de versie van Gilles kon ik niet identificeren). Het slot van de set van Gilles Peterson is eveneens om van te smullen: het funky “Never Too Much” van Luther Vandross gaat over in Bileo’s “You Can Win”. Jij hebt gewonnen, Mr. Peterson!

Kan het nog beter? Het slotakkoord zag er op papier nochtans veelbelovend uit. Young Marco en Motor City Drum Ensemble in de Newcastle en Romare, Egyptian Lover en Special Request in het Podium Pile Pavilion. Kiezen is verliezen, zodus kozen we voor de eerste twee namen uit het rijtje. Ze stelden allesbehalve teleur: Young Marco zorgde er op zijn wijze voor dat alle dansbenen tot leven kwamen. Intussen waren we getuige van de sabotage van de rookmachine, waar iemand zich kennelijk niet mee kon verzoenen. Ach, niets kon de pret drukken tijdens Young Marco’s set al voelde het achteraf enigszins aan als opwarmer voor wat er daarna zou komen.

Motor City Drum Ensemble, na zijn Boiler Room-sets en Selectors-compilatie op het Dekmantel label, wordt namelijk beschouwd als één van de beste dj’s van vandaag. Terecht, zo bleek. Tijdens het eerste uur zette hij de toon, onder meer met “Corazon” van The LTG Exchange. Het tweede uur zette hij het kasteel ad interim simpelweg in vuur en vlam. Hoe hij dat klaarkrijgt zonder snel te mixen en met nummers die de meerderheid nog nooit heeft gehoord, blijft een adembenemend raadsel. Eclecticisme heerste alweer. Danilo Plessow toverde een glimlach op elk gezicht – een glimlach zo breed dat een anime-tekenaar het zich niet eens kan voorstellen – en kroonde zich bijgevolg tot ultieme nachtv(h)orst van het festival.

Eindbaas! #horstartsandmusicfestival #horst17 #MCDE #motorcitydrumensemble

A post shared by Arne Neels (@arneneels) on

Hoewel we in bovenstaande paragrafen hoofdzakelijk op de muzikale omlijsting hebben gefocust verdient HORST uiteraard ook lof voor andere zaken. De link met kunst wordt nergens anders zo tastbaar. Op de kleine maar gezellige camping verliep alles gemoedelijk, kregen de bezoekers een zeer degelijk ontbijtbuffet voor de kiezen en was er opvallend weinig afval te bespeuren. Bovendien waren we zelfs daar getuige van knap mixwerk – props voor “Doomsday” van MF DOOM, mannen. De gemoedelijkheid heerste eveneens op het terrein zelve: ondanks een botsing hier en daar werd er niet één keer een boze blik geworpen. Kortom: good vibes! Die werden versterkt door “Orinoco Flow” van Enya dat eindeloos doorging op de wc’s aan de ingang. “Sail away” spookt nog altijd door ons hoofd.

Is er dan werkelijk niets dat HORST beter kan doen? Als we onze kritische bril opzetten, zouden we kunnen opperen dat het culinaire aanbod niet erg groot was. Anderzijds is het verfrissend dat een festival niet toegeeft aan de foodtruckhype en de focus houdt op de relevante zaken. Toch, een tweede eetstand – met desnoods hetzelfde eten – aan de andere kant van het terrein zou geen slechte zaak zijn geweest. Nood aan meer wc’s was daar ook, getuige het grote aantal mannelijke én vrouwelijke dansers die hun benen wilden sparen en hun toevlucht zochten in de natuur. Ten slotte werkte de Payconiq-app niet altijd, waardoor we één keer zo lang moesten wachten dat we wakke frieten geserveerd kregen.

Of er volgend jaar wat verandert, het zal ons w(h)orst wezen. Zolang de muziekprogrammering van zulk hoogstaand niveau blijft en de interactie tussen kunst, muziek en het publiek gewaarborgd wordt, hoor je ons niet klagen. Waarschijnlijk tot volgend jaar… Op het binnenplein van het kasteel onder een stralende zon!

12 september 2017

About Author

Jens Vercammen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *