Live, Recensies

De metaldag van Lokerse Feesten 2017

(©) Geert van de Velde

Op zondag 6 augustus was het een zwarte zondag in Lokeren. Niet omdat er letterlijk veel doden vielen, maar wel omdat de metaldag van de Lokerse Feesten was aangebroken. Het werd een avond waarin de dood nooit ver weg was en moorden schering en inslag waren. Het begon nog plezant met Fleddy Melculy, maar het ontspoorde al snel met The Amity Affliction, waarna het dramagehalte steeg met Apocalyptica. Max en Iggor Cavalera verbrijzelden alle lijken die al op de weide lagen terwijl Megadeth er gewoon een bloederig meer van maakte. Toen kwamen de bazen van de avond op het podium met Alice Cooper die iedereen betoverde en Marilyn Manson, die vooral zichzelf betoverde. Een geweldige dag voor metalfans en voor muziekliefhebbers, dat kunnen we al zeggen.

Fleddy Melculy is het afgelopen jaar uitgegroeid van een leutig, humoristisch project naar een rasechte band. Op de Lokerse Feesten konden ze dan ook bewijzen hoe ze gegroeid zijn in hun live performance. Minder grappen en grollen (nog steeds genoeg) en meer serieux spelen. Het valt op dat dit publiek bijna alle nummers van de band uit het hoofd kent. Er wordt uitbundig meegezongen en het lijkt er op dat ze zelfs al een echte fanbase hebben. Nog steeds brengen ze maatschappijkritiek in een humoristisch jasje. Het gaat over ambetante autorijders, naar hypocriete vegetariërs en allerlei andere ergernissen. Door de kracht in de vocalen komt de kwade boodschap ook erg geloofwaardig over. Niet-Nederlandstalige mensen zien hier gewoon een erg goeie band staan. Het is stevig en de gitaren knallen alsof alles kapot moet, maar dat is net de sterkte. Fleddy smijt met eten en worst en ontvangt eten tijdens “Brood”. De band heeft goed door hoe ze een goeie show moeten brengen. Naar onze mening hebben ze alles in zich om de Tenacious D van België te worden, benieuwd wat de toekomst zal brengen voor deze mannen.

The Amity Affliction komt uit Australië en brengt de meer toegankelijke metalcore mee naar Lokeren. Het begint twijfelachtig met de vocalen die niet goed op elkaar zijn afgestemd. De screams staan te stil terwijl de instrumentatie alles overheerst. Gelukkig herpakken de geluidsmannen zich niet veel later en kan er voor de rest van het concert genoten worden van lekker geschreeuw. Muzikaal zit alles wel sterk en gaat de band stevig te keer. Toch is er ook plaats voor wat rustigere muziek en met “All Fucked Up”halen ze er zelfs een akoestische gitaar bij. Alleen jammer dat de clean vocals van deze band niet zo zuiver zijn als het moet. De screams zijn veel beter en dat valt bij deze rustige nummers nog meer op. Toch weet The Amity Affliction een melodieuze set neer te zetten die zelfs de grootste haters van dit genre weten te appreciëren. De fans zingen het uitbundig mee, ook al begrijpen ze misschien totaal niet wat de zanger schreeuwt. Mede dankzij de sterke podiumprésence van de frontman kan deze band toch overtuigen. Jammer van de andere zanger.

Op een metaldag optreden met cello’s, je moet het maar durven. Apocalyptica doet het met verve. Ze brengen klassieke stukken van Metallica, want die plaat is ondertussen al twintig jaar oud. Hierdoor zijn deze metal legendes toch een beetje aanwezig zijn. Hoewel de band volledig instrumentaal speelt, krijgen ze toch wat hulp voor de zang, met dank aan het publiek. Dat kan ieder nummer van begin tot eind meezingen. Jammer genoeg zit de opbouw van de set niet zo goed en speelt de band in het begin de hits van The Black Album. Daarna is het een klein deel van het publiek dat nog kan meezingen, wat de sfeer niet ten goede komt. De vier cellisten handelen gelukkig niet droog hun set af. Ze springen in het rond, zwaaien met de wilde haren en roepen nu en dan iets door de microfoon. Extra eervolle vermelding voor de drummer die op een extreem vreemd toestel toch een strak niveau weet neer te zetten. Apocalyptica maakt atypische metal, maar slaagt er toch in het volledige publiek mee te krijgen.

Ook bij Max en Iggor Cavalera valt er iets te vieren. Hun Roots album is twintig jaar oud en daar touren ze nu al iets meer dan een jaar mee. Ze openen direct bloederig, en “Roots Bloody Roots” zet de toon voor het concert. Het publiek moet springen, moshen en alle haat uit zich laten. Dat publiek luistert goed, want voor het eerst vormen zich gigantische moshpits. Max Cavalera serveert een lekker gerecht en het publiek eet uit zijn handen. De band speelt strak. Geen bullshit, gewoon alles geven. De roots van de broers Cavalera zijn te vinden in Brazilië en dat hoor je ook wanneer ze in het Portugees zingen. Alles moet kapot, wat niet enkel te merken is aan de kogels op het statief van Max, maar hij vraagt het ook gewoon. De band is niet bang om wat covers te brengen. We horen een streepje Black Sabbath en op het eind is er een tribute aan Lemmy. “Ace Of Spades” klonk nog nooit zo intens. Op het eind doen de broers hun mooiste kledij aan. Max hult zich in een T-shirt van Lokeren en Igor in zijn Belgische tenue. Daarna knalt voor een laatste keer “Roots Bloody Roots“ en dat wordt nog beter onthaald dan in het begin.

Megadeth gaat al lang mee, maar er blijkt nog geen sleet op de groep. Met veel bombast en het nodige spektakel komt de band op het podium waarna de ene gitaarsolo na de andere volgt. Alsof die gitaarsolo’s tijdens de nummers nog niet genoeg zijn, komt er ook nog één waar de gitarist alle vrijheid krijgt om te tonen wat hij in huis heeft. Daarna is er meer ruimte voor sterke songs. Er kruipt veel kracht in de set, maar er is ook plaats voor zachte intro’s, wat de diversiteit ten goede komt. Dave Mustaine, de frontman, heeft een gigantische glimlach op zijn gezicht en wisselt constant van microfoon waardoor iedereen hem goed ziet. Er wordt weinig gezegd, het is vooral de muziek die spreekt, wat het publiek wel lijkt te appreciëren. Een blik met de ogen is genoeg om het publiek helemaal wild te krijgen. “Symphony of Destruction” is nog steeds de sterkste song van de band en past dan ook ideaal in het midden van de set. Plots worden we verrast door een geraamte, waarmee we een referentie naar Iron Maiden niet kunnen uitlaten. Toch is Megadeth het best zonder tierlantijnen, gewoon doorspelen vol power, snelheid en goeie thrash. Die nummers komen het best over en maken ook de sterkste indruk.

De koning van de shockrock is en blijft voor altijd Alice Cooper. De man is al bijna zeventig jaar oud, maar weet nog altijd een geweldige show neer te zetten. Vuurwerk als opener, een onthoofding bij “Killer”, een elektrocutie en een reusachtige Frankenstein bij “Feed My Frankenstein” en ettelijke kostuumwissels zijn maar enkele van de aspecten die een optreden van Alice Cooper zo geweldig maken. Cooper heeft een orkest van vijf muzikanten mee en hij bespeelt ze als waren ze zijn poppetjes. Hij heeft de touwtjes in handen en wijst aan wie wat moet doen. Alles draait hier rond hem, zoveel is duidelijk. Toch krijgen de muzikanten ook elk hun ‘moment de gloire’ met als eerste de vrouwelijke gitarist (nota bene de enige vrouw die we hier op het podium zullen zien deze avond) die een ferme gitaarsolo aflevert.

Iets later wordt hij bij “Ballad Of Dwight Fry” bestookt door een sexy verpleegster, maar hij martelt ze met woorden. Alsof we nog niet genoeg spektakel krijgen van deze man (hij geeft onze ogen echt wel de kost, we weten niet waar eerst kijken), komt er bij “I’m Eighteen” nog een special guest opdraven. Marilyn Manson, die de avond moet afsluiten, komt meezingen met zijn ‘vader’. Het is bij hem dat hij alle inspiratie haalde, maar Alice Cooper blijft natuurlijk de pionier. Er mag gerust op het einde geknield worden voor deze legende, zelfs door Manson. Afsluiten doet Alice Cooper met de megahit “School’s Out” waarna er ballonnen en confetti in het publiek worden geschoten. Kosten nog moeite worden gespaard bij Alice Cooper, en dat maakt van dit optreden een sterk staaltje show.

Marilyn Manson is tegenwoordig eigenlijk een beetje de Alice Cooper ‘van den Aldi’. Als je dan nog eens na zo’n spektakelshow moet optreden, weet je dat het fout zal lopen. Manson bleek zelfs helemaal te verzuipen nadien, want met een veel te grote arrogantie wist hij geen al te sterke show neer te zetten. Zo begon het al met een vreselijk lange intro van “The End” van The Doors. Daarna schiet hij wel meteen in gang, en maakt een grootse opkomst op een gigantische stoel. Als een echte meester daalt hij neer en toont hij dat Manson geland is. Toch is hij meer bezig met zijn statief, microfoon of zichzelf dan met het publiek. Dit is wel jammer, want de vrouwen weten hem wel te smaken, bewijs is een bh die op het podium vliegt. Hij brengt ook spektakel, maar het is net te weinig om te blijven boeien. “Sweet Dreams” op stelten, een microfoon in de vorm van een mes of boksbeugel is wel plezant, maar daarmee kan je niet boeien. Hoewel Manson hier de duivel wilt binnenhalen en al het kwade verspreidt, blijft de duivel in de onderwereld. Het mist hier en daar wat kracht, en aan het publiek te zien kan het ook niet blijven boeien, want na het concert is de halve weide al bijna leeggelopen. Een vergane glorie, zoveel is zeker.

7 augustus 2017

About Author

Niels Bruwier

Ook bekend als “Den Beir”, oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *